‘Er blijven in Volendam drie vissers over’
‘Er blijven in Volendam drie vissers over’
Of er nog toekomst is voor de IJsselmeervisserij? 'Een moeilijke vraag voor de Volendamse vissers.' Het gevoel zegt ja, het verstand zegt nee. De huidige situatie is volgens de vissers beroerd en de toekomst nog slechter. Een goede, nette regeling voor vissers olie willen stoppen. Dat zou de beste oplossing zijn. „Want als we zo doorgaan zijn er over vijf jaar nog maar drie vissers over in Volendam", voorspelt Gerrit Schilder ‘top’ van de VD104. „Er is niets dat aanleiding geeft tot positivisme" verzucht Klaas Kwakman Bol van de VD67.
Hun hoop is gevestigd op de gemeentebesturen, want in hun eigen producentenorganisatie van de vissersbond hebben ze geen enkel vertrouwen meer ze voelen zich bedonderd, besodemieterd en belazerd. „De producentenorganisatie (PO), die voor onze belangen moet opkomen, of beter gezegd voorzitter Nooitgedagt, is de rechterhand van het ministerie. Maar hij zou juist voor onze belangen moeten opkomen. Wij zijn gedupeerd door de PO", moppert Schiider 'Top'. Gerrit Schilder 'Loege' (VD6g) en diens zoons Patrick en Gerrie (VD64) knikken. Kwakman luistert aandachtig toe. De vissers zijn boos. Teleurgesteld in de overheid en hun PO. De palingstand is slecht. „Doordat de overheid toestemming heeft gegeven voor het weg vangen van de glasaal. Dus is er al die tijd geen nieuwe, jonge aal bijgekomen. En het water is zo schoon en helder dat de spiering afsterft. En daarmee andere vissoorten", legt Schilder 'Top' uit. „De baarzen eten elkaar op, van de honger", vult Gerrie Schilder aan. „En als de vis straks verdwenen is, zijn de vogels aan de beurt", voorspelt Patrick Schilder. Hij rekent voor dat er vroeger in het IJsselmeer 1050 kilo vis per hectare was en nu slechts 350 kilo. Twaalf vissers zijn er nog over. Van de 31 schepen die in 1985 Volendam als thuishaven hadden. Van de huidige twaalf zijn er nog maar vijf fulltime visser. De rest heeft ook een baantje aan de wal. Een gevolg van steeds nieuwe rondes saneringen en beperkingen. Maar de beloofde resultaten heeft dat volgens de vissers niet opgeleverd.
Leeggevist
De eerste ronde was in 1989 herinnert Kwakman zich. Door een soort van vergunningensysteem (vergelijkbaar met bijvoorbeeld melkquota) konden vissers meer vangen. „We hebben het toen zelf een beetje leeggevist", zegt hij. „We werkten er vrijwillig aan mee. Maar het Rivo (organisatie voor visserijonderzoek, red.) beloofde dat met die maatregelen de vis zich zou herstellen. Daar is niets van terecht gekomen", aldus Patrick Schilder. „De overheid zou de aalscholvers en de vangst van glasaal aanpakken. Ook niet gebeurd", moppert Gerrie. Er volgt een opsomming van saneringen en maatregelen. Waarbij volgens de vissers beloftes niet zijn waargemaakt. „Alles moest van één kant komen",moppert Schilder 'Top'. „Er zijn ons gouden bergen beloofd", constateert Grietje Schilder-Veerman van de fuikenvissersverenigim St. Petrus. En beschuldigingen van overbevissing worden verontwaardigd van de hand gewezen. „De schuld voor de lage visstand wordt steeds bij ons neergelegd, maar als we nu zouden vissen als in 1989 was er helemaal niets meer. Je denkt toch niet dat wij onze eigen boterham om zeep gaan helpen?" Die sanering moet er komen, daar zijn ze van overtuigd. Er zijn te veel vissers voor de hoeveelheid vis. „Maar je kunt mensen niet verplichten", zegt Schilder 'Top'. Maar doorgaan is voor de vissers evenmin een pretje, zegt Patrick Schilder. „Het ministerie moet eerlijk zijn. Als ze van het IJsselmeer een recreatiegebied willen maken en de vissers kwijt willen, dan moeten ze dat zeggen. Degenen die er op gokken door te gaan met vissen, gaan een paar heel slechte jaren tegemoet. Als de kwaliteit van het water niet verandert, maken ze geen kans." Schilder 'Top': „Het vangen van glasaal is nu, na dertien jaar, verboden. Maar het duurt zeven jaar voor alles herstelt is. Tot die tijd vangen we in feite ons eigen spaarpotje wegwant voor die aal komt niets terug." Van de 68 IJsselmeervissers zou 41 procent willen stoppen. „Maar als er een sanering komt, moet dat een goede regeling worden. Er moet ook geld blijven voor vissers die er over een jaar mee willen stoppen", meent de bedachtzame Kwakman. „Precies. Zodat je er over kunt nadenken", vult Patrick Schilder aan. Hij legt uit waarom de schippers een goede afkoopregeling belangrijk en noodzakelijk vinden. „Ik heb een nieuw schip gekocht, dat kostte een miljoen. In de zeventien jaar dat ik heb gevaren is iedere gulden en euro die ik heb verdiend in het bedrijf geïnvesteerd. Ben ik dan met een ton of twee gecompenseerd? Met andere woorden: durf je het dan aan om te stoppen? En nog zo'n vraag: komt er geld voor her- of omscholing? De meeste vissers zijn al wat ouder, maar ik ben 33 jaar. Ik moet nog dertig jaar werken voor de kost."
Schuld
Volgens Schilder 'Top' moeten de hypotheeklasten van de vissers niet onderschat worden. Zeker omdat de schepen en uitrusting niet zo gemakkelijk te verkopen zijn. „Er vaart een berg schuld rond op het IJsselmeer, dat moet je niet vergeten. Onze investeringen zijn niets waard gebleken." Ook hij kampt met vergelijkbare zorgen. „Ik heb samen met mijn broer een erg mooi bedrijf opgebouwd. En mijn zoon wil graag verder. Zelf zou ik ook het liefst zien dat hij het bedrijf doorzet, maar mijn verstand zegt dat het eigenlijk niet kan." En een tussenweg is er volgens Griet Schilder niet. „Ze willen dat je als folkloristische trekpleister in opdracht van de VVV's gaan werken. Maar daar beginnen we niet aan", zegt ze stellig. En het is momenteel al geen vetpot voor de vissers. „Je ziet het elk jaar achteruit gaan. We vissen maar twintig weken in het jaar op aal. Hoe kun je van twintig weken werk leven?", vraagt Gerrie Schilder zich af. „Ik ga momenteel zonder plezier aan het werk. Het wordt steeds minder. Ik denk dat we per man in de hele afgelopen winter nog geen 1500 euro verdiend hebben."
Geld
Een probleem voor een goede saneringsregeling vormen de financiën. Waar moet dat geld vandaan komen: Rijk, gemeente of Europese Unie. „Stel dat Brussel wil dat het IJsselmeer voor recreatie wordt gebruikt, hoe krijgen we dan geld uit Brussel?", vraagt Kwakman zich af. Patrick Schilder snapt daar echter niets van. „We vragen toch helemaal niets bijzonders... Ik heb begrepen dat er 36o miljoen wordt uitgetrokken voor de aanleg van wetlands in het IJsselmeer. Heb je dan echt geen geld om een paar vissers uit te kopen?"