Naar de inhoud

‘Visserij moet meer samenwerken'

Bron: NHD

‘Visserij moet meer samenwerken'
Er is een goede toekomst voorde visserij op het IJsselmeer. Maar dan wel met een beduidend kleiner aantal vissers en één centrale visafslag, bijvoorbeeld in Urk voor het gehele IJsselmeer. Dat beeld schetst Johan Nooitgedagt, voorzitter van de producentenorganisatie IJsselmeer van de Nederlandse Vissersbond.

Belangrijk is volgens Nooitgedagt om de rapportage van oud-burgemeester van Edam-Volendam, Hans Bulte, aan minister Veerman van visserij af te wachten. En hoewel de vissersbond ook hoopt op een 'warme' sanering, waarbij het Rijk afkoopsommen afdraagt aan stoppende vissers, vreest Nooitgedagt voor de financiële haalbaarheid van dat plan. Zoals het hem ook stoort dat de vissers en gemeenten van de zogenaamde westwal (Edam-Volendam, Wieringen, Hoorn en Enkhuizen) buiten zijn organisatie om in actie zijn gekomen. “Ook wij hebben een beleid, en dat hebben we bij de minister ingesproken. Dat gemeenten de vissers nu ondersteuning geven, dat is fijn. Maar ze moeten niet doen of zij nu de kastanjes uit het vuur halen voor de vissers. Beetje goedkoop om zo'n bal voor open doel in te trappen. Ook wij zijn hier mee bezig. We hebben een enquête gehouden en daaruit blijkt dat veertig procent van de vissers wil stoppen", aldus Nooitgedagt. Het grote probleem is waar het geld voor de ‘warme sanering' - er wordt gesproken over een bedrag van tien miljoen euro - vandaan moet komen. De minister zegt: waar moet ik dat geld vandaan halen? Daarom heeft oud-burgemeester Bulte de opdracht gekregen dit uit te zoeken. Maar dit is een mission impossible. Een warme sanering is prima, maar dan moet je ook voor geld zorgen. Die gemeenten praten wel, maar hebben er zelf geen geld voor over." Nooitgedagt wil de krachten met de gemeenten en vissers bundelen. „Het is in mijn ogen heel belangrijk dat we een signaal afgeven dat we elkaar niet voor de voeten lopen. We moeten elkaar versterken, samenwerken dus. Bovendien loopt Bulte met een verhaal rond en ik denk dat we hem moeten steunen." Een toekomst is er voor de visserij op het IJsselmeer echter wel, in zijn ogen. „We moeten door een diep dal. En er moet veel veranderen, maar dat houdt in dat er een toekomst is. Het heeft ook weinig zin dat met de huidige vloot te bespreken, want de helft wil stoppen. Dat is nodig, want er is een enorme overcapaciteit, er is te weinig vis. Dat is niet de schuld van de vissers. De maatschappij wil nu eenmaal recreëren op het IJsselmeer. Maar vis gedijt niet in schoon water."

Visafslag
Nooitgedagt denkt dat als het aantal IJsselmeervissers is teruggebracht tot 30 of 35, er ook een aantal visafslagen kunnen sluiten. Tenminste in actieve dienst. „Ik denk dat bijvoorbeeld alleen Urk zou overblijven. Het is in mijn ogen onzinnig om voor zo'n kleine omzet al die afslagen open te houden. je kunt dat voor de kopers beter op één plek concentreren. We hebben bijvoorbeeld uit Enkhuizen al een noodsignaal ontvangen dat er geen kopers zijn."
De NVB-voorzitter verwacht niet dat alle visserijgemeentes die visie zullen delen. „Ik snap best dat de wethouders strijden voor hun eigen visafslag en visserijplekken. Maar zakelijk gezien is dat niet de oplossing. Op lange termijn is dat ook niet vol te houden. Dus ontkom je bijna niet aan concentratie." Die concentratie hoeft volgens Nooitgedagt geen sluiting van al die visafslagen te betekenen. „Je kunt de vis natuurlijk wel gewoon lossen in de eigen haven, zonder die daadwerkelijk te verkopen. Zo kan men toch de waarde voor het toerisme behouden.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.