Naar de inhoud

Officier eist tien maanden celstraf wegens karatetrap

Bron: NHD

Officier eist tien maanden celstraf wegens karatetrap
„Ik heb die jongen niet aangeraakt. Ik weet niet eens wie het is", zei de 22jarige L.O. uit Volendam voor de Haarlemse rechtbank. Hij zou in augustus 2002 in de Zeestraat in zijn woonplaats een jongen een karatetrap hebben verkocht. O. zegt echter van niets te weten. Officier van justitie R. Mud geloofde hem niet en eiste vijftien maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk. Het gewelddadige incident deed zich 's nachts rond twee uur voor op een moment dat er veel uitgaanspubliek op straat was. Het slachtoffer, dat flink wat sterke drank op had en zich daarom nauwelijks iets kan herinneren, kreeg een keiharde trap tegen zijn hoofd. De knaap liep een zware kneuzing in zijn hersenen op en moest lange tijd revalideren. Hij is nog altijd niet hersteld. Hij diende gisteren een schadeclaim in van bijna 5.500 euro. Volgens het openbaar ministerie is O. de dader. Twee getuigen hebben bij de politie verklaard dat ze hem de trap hebben zien geven. Na afloop zou de verdachte in een auto zijn gestapt, wat ook is bevestigd door getuigen. O. ontkent dat. Hij was wel in de buurt, maar zou van een vechtpartij niets hebben gemerkt.

Stompen
Een dag na het incident meldde zich een knaap bij de politie met het verhaal dat hij het slachtoffer twee stompen had gegeven. Die jongen is een vriend van de broer van O. Hij zou het slachtoffer hebben geslagen, omdat die de vriendin van de verdachte lastig viel. Die vriendin heeft dit bevestigd. Volgens officier Mud is dit verhaal echter in elkaar gezet om O. als dader uit de wind te houden. De aanklager wilde. de vriendin op de zitting nog eens aan de tand voelen als getuige, maar de rechtbank had daar geen behoefte aan, vooral niet omdat zij tot dan toe de hele strafzaak al had bijgewoond. Mud hield vast aan de belastende verklaringen tegen de verdachte en achtte hem schuldig aan poging tot doodslag. „Met zo'n schop had er makkelijk een jong mens kunnen overlijden", vond de officier. Advocaat E. van den Pol stelde dat de aanklager wel erg snel van een opzetje uitging. „De meeste rechters zijn zo intelligent dat ze daar direct doorheen prikken. De officier ziet spoken. Dat moet hij niet doen. Er zijn te veel losse eindjes om te kunnen zeggen dat mijn cliënt heeft geschopt." Van den Pol vroeg, om vrijspraak. De uitspraak is 13 april.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.