Nieuw stadskantoor in april aan de orde
Nieuw stadskantoor in april aan de orde
Terwijl in eerste instantie alleen de fracties van VD'80 en RdZ tegen een nieuw stadskantoor bij de CAI mast tussen Volendam en Edam waren, lijkt nu ook de grootste fractie, die van het CDA, te twijfelen. Op de laatstgehouden raadsvergadering werd het te laat om een voorbereidingskrediet van 1,6 miljoen euro beschikbaar te stellen, zijnde 10 procent van de beoogde bouwkosten. Het CDA gaf bij het verschuiven van dit belangrijke agendapunt naar de volgende raad in april aan nog een aantal vragen vooraf beantwoord te willen zien. Een onderzoek heeft uitgewezen dat nieuwbouw van het stadskantoor de voorkeur heeft. Dit betreft zowel de gebruiksmogelijkheden, waarbij alle diensten zoveel mogelijk onder één dak worden verricht, als voor de uiteindelijke exploitatie. De conclusie uit het rapport van het ingeschakelde ABC-Bouwmanagement luidt: ‘in het vergelijk van de jaarlijkse lasten is nieuwbouw nabij de Cai-mast de goedkoopste variant gevolgd door handhaven en verbeteren van het huidige kantoor en een inrichting van diensten op het voormalige NZH terrein in Volendam.'
RdZ en VD'80 denken dat het opkalefateren van het huidige stadskantoor en het aanpakken van de dienst gemeentewerken aan de Mgr. C. Veermanlaan wel goedkoper is. `Dit rapport is naar nieuwbouw toegeschreven', meent RdZ. En "Zonder de aanleg van een dure parkeergarage is de optie tot verbouw van de huidige locatie veel goedkoper". Ook andere fracties hebben vraagtekens bij de enorme investering olie een nieuw kantoorpand met zich meebrengt, maar gingen in de laatste commissie algemene zaken wel akkoord met de bouw die volgens het plan in april 2006 moet starten.
Of met de vraagtekens van het CDA het plan alsnog op de tocht komt te staan moet eind april blijken. Een mogelijke optie is dat het plan voor enkele jaren wordt uitgesteld, om zodoende financieel weer in rustiger vaarwater te komen. Burgemeester Van Beek heeft eerder aangegeven dat overschrijdingen coute que coute voorkomen moeten worden en dat het de bewoners niet (weer) een verhouding van de OZB moet opleveren.