Naar de inhoud

Rechter stelt gemeente in het gelijk

Bron: CDA

Rechter stelt gemeente in het gelijk
Zoals bekend is de grond in onze gemeente schaars en de belangstelling voor een eigen woning groot. Mede daarom zijn vanaf de bouw van het Middengebied extra bepalingen in de contracten opgenomen. Het doel hiervan is het speculeren uit winstbejag en het via gevestigden doorspelen van een woning aan starters die nog niet aan de beurt waren zoveel mogelijk tegen te gaan. In de eerste fasen was er een verplichting tot daadwerkelijke eigen bewoning gedurende twee jaar vermeld in het contract en in de laatste wijk is dit uitgebreid tot vijf jaar. Binnen die periode kan de woning wel worden teruggegeven aan de gemeente, die dan de eerstvolgende rechthebbende koper van de kandidatenlijst aanwijst. Als koopprijs geldt de aanschafprijs vermeerderd met de bouwindex en met rekeningen aangetoonde kosten van eventuele verbeteringen.

In situaties waarin de gemeente reden heeft om aan te nemen dat van daadwerkelijke eigen bewoning geen sprake is geweest, wordt altijd gereageerd. Daarbij is "van horen zeggen" uiteraard niet voldoende, maar in de meeste gevallen kan het gemeentebestuur door eigen onderzoek vaststellen of de overeengekomen bepalingen worden nageleefd. Zonodig wordt dan de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (het bevolkingsregister) teruggedraaid naar de werkelijke bewoningssituatie. Dit handhaven van deze regels in het algemeen belang geeft bij betrokkenen vaak aanleiding tot protesten en leidt af en toe zelfs tot gerechtelijke procedures. In de laatste vergadering van de commissie VROM lag hieromtrent een gerechtelijke uitspraak ter inzage bij de ingekomen stukken.

Onze wethouder Theo Nouwen kon meedelen dat de bestuursrechter in Haarlem in het aan de orde zijnde geval de gemeente volledig in het gelijk had gesteld. Bovendien - en dat was eigenlijk nog veel belangrijker - werden ook de algemene bepalingen van het vestigingsbeleid wederom door de rechter als rechtsgeldig beoordeeld. Dat betrof met name de plicht om gedurende een periode van tien jaar de woning slechts door te verkopen aan een volgens het gemeentelijk vestigingsbeleid daartoe gerechtigde koper, alsmede het eenmalige kettingbeding voor de door deze koper achter te laten woning. Het CDA stelt vast dat ook in deze belangrijke zaak het gemeentebestuur haar verantwoordelijkheid neemt en in het algemeen belang zoveel als mogelijk toeziet op naleving van de contractbepalingen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.