Rampen de baas
Rampen de baas
De rampenbestrijding in Nederland gaat op de schop. Het beheer over de brandweer wordt centralistischer met een verplicht regionaal hulpverleningsbestuur. Elie van Strien, directeur Rampenbeheersing en Brandweer van het ministerie van Binnenlandse Zaken, over de op handen zijnde veranderingen. Vroeger, toen was het overzichtelijk. Een ramp was een ramp was een ramp. Brand, explosie, treinongeval, overstroming. Hulpverleners en gemeentebesturen wisten over het algemeen wel wat hen in die gevallen te doen stond. Of althans, dat dachten ze. Dat was in de tijd vóór de Bijlmerramp, vóór Enschede, vóór Volendam. Vóór sars, vóór vogelpest, vóór mkz. En vóór 11 september, toen opzet als oorzaak van een ramp zich voor het eerst aandiende. 'We kunnen ons bij de voorbereiding op rampzalige gebeurtenissen niet meer beperken tot de stereotiepe rampen', stelt Elie van Strien, directeur Rampenbeheersing en Brandweer van het ministerie van Binnenlandse Zaken. 'We richten ons tegenwoordig veel meer op crisisbeheersing. Wat te doen als de hele energiesector uitvalt, of de telecommunicatie, of het girale verkeer? En het beperkt zich ook niet meer alleen tot Nederland. Vogelpest en sars kennen geen grenzen.'
De roep om een andere inrichting van de rampenbeheersing in Nederland klinkt al veel langer. Er is geen plaats meer voor weliswaar goedwillende maar weinig professionele hulpverlening het imago dat toch een beetje aan de eind jaren tachtig opgeheven Bescherming Bevolking kleefde. Het roer moet om, en minister Remkes van Binnenlandse Zaken doet in het verleden week verzonden 'kabinetsstandpunt veiligheidsregio's' uit de doeken hoe dat vorm gaat krijgen. Kern van de zaak: verplichte, grotere (regionale) verbanden, meer zeggenschap bij regionale (brandweer)commandanten, minder zeggenschap - vooral wat het beheer betreft - bij individuele gemeenten. 'We kunnen niet langer op 483 kleine eilanden blijven zitten. Nu kan het nog gebeuren dat één kleine gemeente een besluit voor een hele regio tegenhoudt, omdat ze ergens geen geld in wil stoppen. En de ene brandweer rukt uit met een boerenkar, de ander met een Ferrari. Als de brand maar uit is, zo is soms nog de gedachte'. Het niveau van de hulpverlening loopt per landsdeel dus uiteen en er is geen ondergrens vastgesteld, constateert het kabinet. Dat moet allemaal veranderen. 'De vrijblijvendheid moet er uit en de bestuurlijke drukte moet worden verminderd', vat Van Strien het samen.
Eenvoudiger afstemming
In haar notitie schetst de regering een aantal knelpunten die een doelmatige werkwijze van de hulpverlening in de weg staan. De 'infrastructuur voor de veiligheidszorg is onvoldoende doeltreffend', in de woorden van het kabinet. De schaalgrootte van de gemeenten vormt een belangrijk probleem. Veel gemeenten, en dus de daarbij behorende brandweerkorpsen, zijn te klein om alle benodigde capaciteit en kunde in huis te hebben. De lokale brandweerkorpsen zijn veelal gericht op hun reguliere, repressieve taken en minder op preventie. In de visie van het kabinet dient het bestuur van de brandweer en de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) in elke regio te fuseren tot één hulpverleningsbestuur. De derde belangrijke partner, de politie, blijft er vooralsnog buiten. 'Maar dat is wel een stip aan de horizon', kondigt Van Strien vast aan. Het nieuwe hulpverleningsbestuur wordt wel reeds verplicht samenwerkingsafspraken te maken met de politie over gezamenlijk optreden bij rampen crisissituaties. Om die reden ziet Remkes het liefst dat alleen nog burgemeesters - niet langer raadsleden of wethouders - zitting nemen in het bestuur nieuwe stijl. Dat maakt de afstemming met (het regionaal college van) de politie eenvoudiger,'vanwege de persoonlijke invulling'. Burgemeesters zitten namelijk qualitate qua al in het regionaal college.
Het nieuwe bestuur krijgt ook de verantwoordelijkheid over de gemeenschappelijke meldkamers in de regio en moet gemeenten gaan adviseren voor welke objecten een rampenbestrijdingsplan nodig is en hoe dat er uit moet zien. Om de geneeskundige hulpverlening optimaal te stroomlijnen is het wenselijk ook de werkgebieden van de GGD's te laten samenvallen met de politieregio's. Dat zou betekenen dat het aantal GGD's moet worden teruggebracht tot maximaal vijfentwintig. 'Wij gaan ervan uit dat de betreffende gemeenten zelf de maatregelen nemen om, binnen hun eigen bevoegdheden, deze opschaling te realiseren', schrijft Remkes in zijn brief, die is verzonden mede namens zijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Machteloos
Het nieuw te vormen bestuur krijgt, als het aan het kabinet ligt, de bevoegdheid meerderheidsbesluiten te nemen die voor alle gemeenten bindend zijn. Onwelgevallige (lees: dure) besluiten tegenhouden, is er voor gemeenten dan niet meer bij. Ook de regionale brandweercommandant krijgt verdergaande bevoegdheden. 'Nu is het soms toch een beetje een generaal zonder troepen', weet voormalig regionaal brandweercommandant Van Strien, mede uit eigen ervaring. Tijdens de millenniumwisseling was hij directeur brandweer regio Eindhoven regio Zuid-Oost Noord-Brabant. 'We hadden vooraf geregeld dat alle korpsen manschappen beschikbaar zouden stellen die nacht. Drie dagen van te voren kreeg ik een telefoontje van een burgemeester dat hij toch maar niet meedeed.' Van Strien, indertijd tevens voorzitter van het landelijk College Commandanten Regionale Brandweren, stond juridisch machteloos, al wist hij het in de praktijk wel op te lossen door gezaghebbende burgemeesters uit zijn regio in te schakelen. In de toekomst kan de commandant in zo'n situatie wel met de vuist op tafel slaan, zo is de gedachte. Het leidinggevend personeel van alle lokale brandweerkorpsen gaat over naar de regionale brandweer en kan dan eventueel worden gedetacheerd in de betrokken gemeente. Ook de echte specialisten, zoals de regionale officieren gevaarlijke stoffen en de duikers, zouden op de loonlijst van de regio kunnen komen.
Financieringssystematiek
Remkes erkent in zijn schrijven dat gemeenteraden in de nieuwe opzet een deel van hun zeggenschap verliezen en dat de democratische controle op de hulpverlening indirecter wordt, analoog aan de bestaande controle op de politie. 'De gemeenteraad staat in sommige gevallen inderdaad buitenspel', in de woorden van Van Strien. Remkes vindt het echter acceptabel: 'Vanuit het principe "beheer dient gezag" is het bestaan van indirecte - in plaats van directe - democratische controle voor het beheer acceptabel. ( ) Richtsnoer is: lokaal waar de democratie het vraagt en effectief is, regionaal waar de effectiviteit en de doelmatigheid het vraagt en democratisch verantwoord is.' Het feitelijke gezag (opperbevel bij branden en lokale rampen) blijft bij de burgemeester, ook in de nieuwe opzet. Volgens directeur Van Strien is er 'in het veld' inmiddels breed draagvlak voor de ideeën van het kabinet. De grootste knelpunten tijdens de gesprekken in den lande waren de financieringssystematiek - gemeenten kunnen in de toekomst worden geconfronteerd met dwingend opgelegde besluiten die hen geld gaan kosten - en het in regionale dienst treden van het brandweerpersoneel. Volgens Van Strien zijn de meeste hobbels in het overleg met IPO en VNG echter genomen: 'Het is een misvatting dat we alleen maar iets weghalen ten koste van de gemeenten. Zij krijgen er iets beters voor terug. En iedereen snapt dat er echt iets moet veranderen.'
VNG en veiligheidsregio's
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is positief' over het feit dat de veiligheidsregio’s een zaak blijven van het (verlengd) lokaal bestuur en dat de verplichte opheffing van de gemeentelijke brandweer waar het kabinet aanvankelijk op aanstuurde, van de baan is'. Minder te spreken is de gemeentekoepel over de mate waarin de regionalisering door het kabinet wordt voorgeschreven', bijvoorbeeld over de vraag welk personeel en welke taken precies overgaan naar de regio's. Ook moeten gemeenten financieel worden gecompenseerd voor de extra kwaliteitseisen die het rijk stelt, aldus VNG-woordvoerder Arjen Konijnenberg. Gewezen wordt verder op tegenstrijdigheden in de plannen ten aanzien van de gezondheidszorg. Wie is, zo vraagt de VNG zich af, bij grootschalige incidenten bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de aansturing van de ambulances: de regionale ambulance voorziening of de burgemeester als opperbevelhebber van de gemeenschappelijke meldkamer? Wat de inkrimping van het aantal GGD's betreft wijst de VNG op het dubbele takenpakket van deze dienst: veiligheid (bijvoorbeeld infectieziekten) en openbare gezondheidszorg. Vooral die laatste taak vereist een 'goede lokale verankering', aldus de VNG.