Naar de inhoud

Verzoening

Bron: Peter Louter in NIVO

Verzoening
Vrijdag 23 april 2004 begon als een mooie dag. Het was nog mistig toen ik opstond. De kracht van de zon was echter zo sterk dat ik al voor negen uur weer zicht had op het ontluikende groen en de voorjaarsbloemen in mijn achtertuin. Dat gaf een gevoel van blijdschap zoals mensen dat al eeuwenlang moeten hebben gekend bij het doorzetten van de lente.

Om kwart over negen belde mijn jongste zoon. Hem was net verteld dat hij was aangenomen voor de baan waar hij van droomde. Klein familiaal geluk dat bijna in het niet viel bij de kracht van deze prachtige lentemorgen. Die werd er wel nog mooier van. Om half tien nam ik op de internetsite van ‘jongeren.volendam.nl’ kennis van de details van het raadsbesluit tot aankoop van het WirWarcomplex. Weer stroomde er een krachtige golf van emotie door mij heen en die verwekte allerlei mooie gedachten. Het is een prachtige overeenkomst. Mooier dan waarvan ik had durven dromen. Het is een overeenkomst die een monument verdient. Een monument voor het vermogen om boven onszelf uit te stijgen.

De nieuwjaarsramp heeft veel onnoemelijk veel leed veroorzaakt. Invoelbaar en herkenbaar leed, dat tot een schokgolf leidde die in ons land en ook daar buiten een ongekende stroom van getuigenissen van medeleven voortbracht. De response binnen onze gemeente was eveneens onvoorstelbaar groot. De kracht, de voortvarendheid en de vooruitziendheid waarmee organisaties werden opgezet om het leed te stelpen en de praktische kant er van te regelen, zal ook in de toekomst bewondering blijven oogsten. Rampen brengen het beste in ons naar voren.

De ramp bracht ook allerlei menselijke emoties mee die het natuurlijke gevolg zijn van leed en slachtofferschap. De meest moeilijke daarin was misschien wel de schuldvraag. Wiens schuld, hoeveel schuld, waren vragen die rezen. En het bleef niet bij vragen. Er waren ook beschuldigingen en ontkenningen. Discussies daarover waren niet altijd even verheffend. Rampen brengen nu eenmaal ook mindere dingen voort, zoals we allemaal hebben kunnen ervaren.

Het recht zoals we dat in Nederland kennen is een dempingmiddel om in emotionele situaties het hoofd koel te houden. Recht leidt tot serieus onderzoek, tot keurige vragen en keurige antwoorden. Het is echter ook een dwangbuis van regels en rituelen die ons handelen reduceert tot een nauwelijks te begrijpen bepaling in een wetboek. Klager en aangeklaagde zijn zelden echt tevreden over de uitkomst. Rechtsgeleerden tobben daarom al lang met de beperkingen van het recht. Tegenwoordig prijzen ze ‘mediation’, bemiddeling, aan. Dat biedt strijdende partijen de kans om, buiten een rechtsprocedure om, tot overeenstemming te komen. De uitkomst daar van wordt heel vaak als veel bevredigender beschouwd, omdat het de strijdende partijen de mogelijkheid biedt om ook emotioneel in te stemmen met het eindresultaat.

De overeenkomst die nu door de vertegenwoordigers van de slachtoffers, de eigenaren van het Wirwarcomplex en de gemeente wordt voorgesteld, biedt dezelfde voordelen die aan bemiddeling kunnen worden toegeschreven. Het grote voordeel dat ik zie, is dat het nu niet meer gaat over de rechtsvraag wie verantwoordelijk was voor de oorzaak. Bij het voorstel dat nu aan de orde is gaat het om door wie en hoe verantwoordelijkheid wordt aanvaard voor de gevolgen. Dat is een groot verschil. Het verleden waarbij de schuldvraag de enige interessante was is hier ingeruild voor de toekomst die betrokkenen samen kunnen maken.

Natuurlijk is het begrijpelijk dat veel mensen om praktische redenen instemmen met het voorstel. Het voorkomt langslepende procedures met  onvoorspelbare uitkomsten. Vanuit die praktische overwegingen is het echter nog maar een kleine stap om te beseffen dat in deze overeenkomst van alle partijen een grote menselijke daad ligt besloten. Een daad waar moed voor nodig was. Een verbitterende rechtsgang en juridische strijd heeft plaats gemaakt voor een overeenkomst op menselijke maat waartoe partijen in vrijheid, zonder rechtsdwang, hebben besloten. Daarna kun je elkaar een hand geven, iets wat mensen na een juridische procedure meestal niet kunnen en ook niet doen. Het biedt de opening op een verzoening op de lange duur. De weg daartoe is vrijgemaakt  door het aanvaarden van de verantwoor-delijkheid voor de gevolgen door betrokkenen, zonder dat de schuldvraag in een juridisch gevecht tot op het bot is uitgevochten. Het vergoot de kans dat we het verleden achter ons kunnen laten en daardoor vrij worden om ons op de toekomst te richten.

Laten we in gedachten een monument oprichten voor alle mensen die bij de totstandkoming van deze overeenkomst waren betrokken. Zij hebben ons een teken gegeven dat mensen nog steeds in staat zijn om boven zichzelf en de beperkingen van het recht uit te stijgen. Een teken dat krachtig genoeg is om de mist van ons cynisme te verdrijven. Dat is een gevoel dat we net zo hard nodig hebben als de terugkerende lente of het gevoel dat het ons een keer meezit met bijvoorbeeld een nieuwe baan.

Peter Louter

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.