Moedige Moeders vechten tegen de drugs

Moedige Moeders vechten tegen de drugs
Het beheerst haar leven volkomen. En er zijn - met haar - nog veel meer moeders in Volendam, die in hetzelfde schuitje zitten. Haar zoon kampt met een ernstige cocaïneverslaving. Een probleem dat in Volendam angstvallig onder de oppervlakte wordt gehouden. Want je praat in het dorp niet over dergelijke zaken. Een probleem dat niet alleen voor de verslaafde jongeren, maar ook voor de ouders zelf onbeheersbaar wordt. Een situatie waar Marie zich niet bij neerlegt. Ze wil vechten voor haar kind en de ouders in Volendam wakker schudden. En helpen. De werkgroep Moedige Moeders moet daar een bijdrage aan leveren.
Moedige Moeders. Een term die de lading dekt. Want boodschappers van slecht nieuws worden in Volendam niet altijd op prijs gesteld. Daar is wel wat lef voor nodig. Maar Marie maakt zich daar niet druk over. Ze heeft andere zaken aan haar hoofd. Zoals de Moedige Moeders. Ze heeft inmiddels veertien lotgenoten om haar heen verzameld. Ze denkt er honderden van te kunnen optrommelen. Vrouwen in een vergelijkbare situatie als de hare, die wat aan het probleem willen doen. „En die honderd krijg ik ook - ik ken er véél. Het gaat erom dat iemand het voortouw neemt. Als er één schaap over de dam is, volgt de rest ook. En we moeten ex-gebruikers optrommelen, die hun verhaal kunnen vertellen. Die bewijzen dat je kunt afkicken. Want Volendam heeft als hechte gemeenschap ook heel veel kracht."
Contact
Bovendien hoeven de Moedige Moeders het niet helemaal alleen te doen. „Op Urk speelt hetzelfde. We hebben contact met de mensen daar. Want daar kunnen we van leren. Er is ook een goed contact met de gemeente en de wethouder. We moeten wat doen in plaats van machteloos langs de kant staan." De motivatie vindt ze in de moederband met haar zoon. Tot de drugs hun intrede deden was dat een goede band. „Maar ik heb echt het idee dat ik mijn kind kwijt ben. En ik ga er wat aan doen, omdat ik vreselijk veel van hem hou. En er is heel veel moed voor nodig, want je bent niet alleen je kind, maar ook je gezin en vrienden kwijt. Er zijn al praatgroepjes van moeders ontstaan na de ramp, maar dat is lang niet genoeg. Volendam moet wakker worden." En daarvoor moet eerst een taboe worden doorbroken, zegt ze. “Volendammers willen vaak de schone schijn ophouden. Ze leggen alles op straat, behalve hun zieltje. Maar die ziel moeten we juist hebben, de rest kennen we inmiddels wel. En ik heb daar volop tijd en energie voor, want ik ben woedend."
Hoe erg het Is? Behoorlijk erg, vertelt de Volendamse. “Een snuifje in het weekeinde, dat kun je lang volhouden. Maar mijn zoon gebruikte in het weekeinde zoveel, dat hij drie dagen niet kon werken." En haar situatie is geen uitzondering. „Ik heb moeten kiezen tussen kind en man. Er was simpelweg niet meer te leven met mijn kind. Ik wilde mijn kind helpen, maar mijn man niet kwijt." Het beheerst nog steeds haar leven. Slapen zonder slaappil lukt niet. „Het is overleven. En dan ben ik een openhartig mens, die zich makkelijk uit. Die vind je hier niet veel. Een gewone huisvrouw wordt hier helemaal gek. Die kan het aan niemand vertellen en ziet haar kind naar de knoppen gaan. Er is hier veel verdriet in Volendam. Er zijn vrouwen die het daarom zoeken in het geloof. Ik geloof wel, maar zoek dat niet. Het is geen oplossing, maar het geeft tenminste wat troost."
Gedoogd
Het gebruik van drugs wordt in Volendam simpelweg gedoogd, stelt ze. “Ze hebben allemaal een telefoon. Eén belletje, en dan wordt het spul zo gebracht. Het wordt hier gedoogd, zeker na de brand. Dan konden de kinderen wegzakken in vergetelheid. Maar nu escaleert het. Huwelijken gaan naar de knoppen omdat mensen hun kind niet het huis uit willen zetten." De welvaart is een van de redenen waarom het drugsgebruik zo hoog is in het vissersdorp. „Ze kunnen alles wat ze willen. Kinderen hebben geen ruggengraat meer. Ze zijn vreselijk verwend. Ze worden vertroeteld tot hun dertigste. En dat is onze schuld. Dat hebben wij, als ouders, met al onze goede bedoelingen gedaan. Veel moeders hebben er een baantje bij om de kinderen te spekken. Dan kun je de overheid wel de schuld geven, maar we moeten eerst bij onszelf kijken. Dat is niet gemakkelijk. Daar moet je mensen bij helpen. Moeders helpen, dat ze zelf de signalen zien. En elkaar geen verwijten maken."
Het drugsgebruik van haar zoon begon op jonge leeftijd. „Stickies roken op school. Hij zag altijd vreselijk wit. Ik dacht aan busziekte, maar ik hoorde later van een lerares dat er in zijn klas veel stickies werden gerookt. Zowel voor als na de les."
Wit
“Na school ging hij werken in de bouw. Als stukadoor, en daar werd het niet beter van. Die staan bekend om hun gebruik. Ze zijn al wit, dus daar kan nog wel een beetje wit bij. In de bouwwereld staan Volendammers bekend als harde werkers. En met een snuifje kun je meer meters maken. Zo zie je langzaam je kind kapot gaan. Er werd ook op het werk gebruikt. Hij kon op een gegeven moment niet meer uit zijn bed komen. En ik had het idee dat ik tegen een lijk praatte." Haar kind is geen uitzondering stelt ze. „Ik weet dat er jongeren zijn, ook meisjes, die op 'hun veertiende of vijftiende al beginnen. Ik weet van een groep meisjes met een leeftijd van zo'n 21 jaar: acht van de tien gebruiken cocaïne en dat vinden ze heel normaal. Jongeren gebruiken veel drugs om door te kunnen feesten en drinken. De kroegen waar kinderen van veertien een snuifje nemen zijn in Volendam bekend. De nieuwste rage is dat ze een hotelkamer huren in Katwoude of Monnickendam. Want seks is geweldig met coke. Ook dat vinden ze gewoon." Signalen van vriendjes en vriendinnetjes hoor je niet. “Degenen die niet gebruiken willen hun vrienden niet laten vallen. Je hoort het pas als het te laat is."
Watje
Het is niet eenvoudig voor Volendamse jongeren om te stoppen. „Als ze er vanaf willen kun je niet op straat. Dan ben je een watje. Het wordt naar ze toegebracht in de bar. En als ze er echt vanaf willen, zijn ze hun sociale leven kwijt." Een vriendinnetje kan soms veel schelen, weet Marie uit ervaring. Haar zoon gebruikt al acht jaar, maar met tussenpozen. „Ik heb dat vriendinnetje aanbeden. Maar sinds een jaar is de verkering uit en is het weer mis. Je ziet het meteen: dan zijn ze schichtig." Het zijn niet alleen jongeren die gebruiken, stelt ze. „Het is heel gewoon dat vaders van dertig, veertig jaar ook gebruiken. De cultuur in Volendam is dat het elk weekeinde feest moet zijn. Daar hoort een snuif bij. Dat zijn overigens gebruikers, die doen het één keer per week. Die zijn niet verslaafd. Maar niet iedereen ziet het verschil. Als je meer dan één keer in de week gebruikt, wordt het oncontroleerbaar. Je raakt er psychisch aan verslaafd."
Hulpverlening
In de hulpverlening heeft Marie weinig vertrouwen. “Als je de Brijderstichting belt, krijg je een bandje. Dan word je na drie dagen teruggebeld om, een afspraak te maken. En dan word je op de wachtlijst geplaatst. Ze denken daar dat het wel meevalt en dat de goede wil blijft. Maar dat is niet zo. De mensen die er mee willen stoppen, reageren vaak heel impulsief." Ook de anonieme 'kliklijn' voor drugs functioneert niet. „Als je als gewoon vrouwtje belt, moet je eerst je naam inspreken. Dat is al niet anoniem meer. Daarna krijg je een rechercheur. Dat gaat veel verder dan je wilde gaan. Veel mensen hebben toch angst om een steen door het raam te krijgen. Het moet gewoon een simpele doorschakeling naar een wijkagent zijn." En de verhalen dat het drugsgebruik in Volendam geen overlast veroorzaakt, vinden bij Marie geen gehoor. „Ze roepen: zolang er niet wordt gestolen, valt het wel mee. Maar dat moment komt vanzelf. En er wordt veel gestolen. Bij de ouders thuis. Ik heb het zelf meegemaakt. Vreselijk. Ik hem de deur uitgezet zonder sleutel. En dan hoor ik vaak mensen roepen: mijn portemonnee is zo goed als leeg, ik snap er niks van. Tja..."
Voor ouders zit er maar één ding op: keihard zijn om door alle leugens heen te prikken. „Dat moeten moeders leren, want je bent geneigd om voor je kind te zorgen. Maar om je kind te redden, moetje nee kunnen zeggen. Dan hou je pas echt van je kind.” En dat haar activiteiten niet zaligmakend zijn, snapt ze ook. „Natuurlijk krijgen we de drugs de wereld niet uit. Maar ik wil dat er anders tegenaan wordt gekeken. Want drugs komt in de beste families voor. Het vergt moed om dat te erkennen." (De naam Marie is om privacyredenen gefingeerd.)