Politiemonitor Bevolking meting 2004 - Stijgende lijn in tevredenheid over politie optreden
Politiemonitor Bevolking meting 2004 - Stijgende lijn in tevredenheid over politie optreden
Een groeiend aantal burgers in de regio Zaanstreek Waterland geeft aan ‘tevreden’ tot ‘zeer tevreden’ te zijn over het optreden van de politie bij hun laatste daadwerkelijke contact. Zowel bij de aangifte als bij het contact op straat stijgt de tevredenheid en behoort het korps tot de vier beste politiekorpsen van het land als het gaat om klanttevredenheid.
Dit is een van de uitkomsten van de zevende editie van de Politiemonitor Bevolking die dit voorjaar in opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werd gehouden.
Ruim 45% van het contact dat burgers maken met de politie is via een melding of aangifte. De tevredenheid in deze situaties ligt flink boven het landelijk gemiddelde. Het preventieadvies dat slachtoffers meekrijgen draagt bij aan het feit dat men het optreden positief beoordeeld. Het korps heeft nog het een en ander te verbeteren als het gaat om het doorverwijzen naar slachtofferhulp en het communiceren met de aangevers over de afloop van hun zaak. Hierin blijft het achter op de landelijke ontwikkeling.
Het afgelopen jaar had 32% van de bevolking van de regio contact met haar politie. Binnen deze groep steeg het aantal mensen dat slachtoffer werd van een misdrijf van 45,3% naar 47,7% (landelijk 46,9%). Dit tegen de achtergrond van een licht gestegen aangiftebereidheid onder slachtoffers van 30,2% naar 31% van alle slachtoffers van een delict. Landelijk ligt de aangifte bereidheid op 29,1%.
De toename van het slachtofferschap is vooral toe te schrijven aan meer aangiften van geweldsdelicten, vernielingen en diefstal van de fiets of de bromfiets. In totaal werden in 2003 16.742 aangiften van misdrijven opgenomen (17.292 in 2002). De aangifte werd in ruim 60% van de gevallen aan het politiebureau gedaan, het aantal mensen dat gebruik maakte van de telefoon voor een eenvoudige aangifte ligt inmiddels op ruim 12%. De overige aangiften werden bij het slachtoffer thuis of op een andere locatie opgenomen.
Als het gaat om gevoelens van onveiligheid gaf een kleiner percentage van de respondenten in het bevolkingsonderzoek aan zich ‘wel eens’ onveilig te voelen. De totale score ‘beleving van onveiligheid’, welke is samengesteld uit meerdere vragen over de beleving van veiligheid, komt dit jaar uit op 2,7. Dit is 0,1 punt hoger dan vorig jaar, maar nog onder het landelijk gemiddelde van 2,8. De beleving van overlast in de woonbuurten laat zien dat vooral de overlast door jongeren gepleegd aan het dalen is. De politie zette het afgelopen jaar biketeams in om snel en adequaat op deze categorie overlastmeldingen te reageren. Vooral in de gemeente Purmerend daalde het aantal jeugdoverlast gerelateerde meldingen drastisch. De werkwijze van biketeams, gecombineerd met een adequate aanpak van criminele jeugd werpt z’n vruchten af en wordt dit jaar verder uitgebreid en voortgezet. Het gevoel van dreiging en verloedering in de buurten steeg licht. Met name vernielingen, overlast van omwonenden en rommel op straat behoren tot de ergernissen.
Ruim 54% van de bevolking gaf aan ‘zeer tevreden’ te zijn over het functioneren van de politie in de woonbuurt. Ook dit percentage groeit de afgelopen drie jaar gestaag en zit nu 1,5% onder het landelijk gemiddelde. Met een interne campagne investeert het korps dit jaar in het functioneren van o.a. haar wijkteams om in de wijken en buurten de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid verder te vergroten. Vooral op deze kenmerken loopt het korps nog uit de pas met het landelijke beeld. Over de beleving van de beschikbaarheid (ze zijn er als je ze nodig hebt) en het optreden in de buurt is de bevolking echter goed te spreken in vergelijking met het landelijke beeld. Opvallend is het groeiend aantal respondenten, een kleine 30% (28% in 2002), dat het eens is met de stelling ‘ze bekeuren hier te weinig’. De Politie Zaanstreek-Waterland voerde het aantal bekeuringen uit staande houdingen met ruim 1300 op ten opzichte van 2002.