Naar de inhoud

Rol van de kerken in psychosociale zorg

Bron: Stichting Impact

Rol van de kerken in psychosociale zorg
De ervaring leert dat de kerken, geestelijk verzorgers en andere religieuze groeperingen een belangrijke rol spelen in de zorg na rampen. Deze rol wordt mogelijk gemaakt, omdat de mensen in zo’n gemeenschap ondersteund worden door religieuze leiders, sleutelfiguren zoals voorgangers, predikanten en pastors. De veerkracht van een kerkelijke gemeenschap is veelal groot. Het biedt veel kansen voor het herstel van mensen. Zo kunnen kerken bijvoorbeeld ook hun ruimtes ter beschikking stellen voor opvang en zijn er vaak vrijwilligers aanwezig die kunnen helpen bij de opvang van getroffenen. Binnen een kerkelijke gemeenschap worden veelal huisbezoeken afgelegd – zelfs als er geen sprake is van een directe hupvraag (‘outreachend’). De sleutelfiguren zijn dus vaak al min of meer op de hoogte van de noden in de gemeenschap, wat het bieden van steun vergemakkelijkt.
Ook mensen die niet kerkelijk betrokken zijn, hebben na een ramp vaak te kampen met zingevingvragen en behoefte aan rituelen, symbolen en herdenkingen. Ook hiervoor hebben kerken een aanbod.

Expertmeeting
Op deze website is informatie beschikbaar over ervaring die is opgedaan met deze vorm van geestelijke zorg na rampen. Daarbij worden vragen beantwoord als: hebben gemeenten en regio’s het praktisch geregeld dat de kerken gealarmeerd worden bij een ramp? Wie is er expert op dit gebied? Wat moeten de kerken zelf doen om goed voorbereid te zijn op hun aandeel in de zorg na rampen? In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging Nederlandse Gemeenten is Impact bezig met de voorbereiding van een expertmeeting met als doel te komen tot consensus over de rol van de kerken in Nederland na een ramp en de verankering daarvan in de (gemeentelijke) rampenplannen. 
  
Geestelijke verzorging in New York
Op uitnodiging van de New Yorkse Raad van Kerken en de Jewish Community Relations Council bezocht projectleider Ariëlle de Ruijter New York. Zij reisde samen met ds. Otto Ruff, die voor de Samen op Weg-kerken een draaiboek schreef over de rol van de kerk bij een ramp (zie download). Doel van het werkbezoek was uitwisseling van kennis en ervaring over psychosociale zorg na rampen. 

Interfaith
Op deze reis is duidelijk geworden dat hulp na rampen in de VS niet alleen ‘bio-psychosociaal’ is, maar ook ‘spiritueel’. Als de hulpverleners spreken over geestelijke verzorging gebruiken ze de term ‘spiritual care’. Deze vorm van hulpverlening is community-based, gericht op en komend uit de gemeenschap zelf en bij uitstek gericht op empowerment. Mensen worden aangemoedigd hun gezondheid ‘in eigen hand te nemen’ en hun situatie te verbeteren.
New York herbergt mensen uit vele religieuze tradities. De ‘spiritual care-aanpak’ van deze geestelijke hulpverlening maakt geen onderscheid in type religie. Men noemt deze benadering interfaith. Was de interfaith-aanpak vóór 9/11 belangrijk, ná 9/11 is het van vitaal belang geworden voor New York. Na de aanslagen in New York werden mensen op grond van hun uiterlijke kenmerken veelvuldig het slachtoffer van geweld. Dit betrof vooral mensen uit het Midden-Oosten en Sikhs uit India. De interfaith-benadering maakte dat de religieuze leiders elkaar kenden, zij-aan-zij werkten en hun gemeenschap voorgingen in het voorkomen van zondebokken en splitsing. www.interfaith.org

De organisatie van de geestelijke verzorging na rampen en calamiteiten in de acute fase is in handen van het Amerikaanse Rode Kruis. Verder hebben de brandweer en politie hun eigen geestelijke verzorgers van diverse denominaties in dienst die samenwerken met de reddingswerkers. Direct naast Ground Zero ligt de St. Pauls Chapel, die gedurende acht maanden na 9/11 een veilige plek werk werd waar reddingswerkers en andere hulpverleners tot rust konden komen, gesteund door vrijwilligers. 

4.200 mensen in therapie
In het werkbezoek waren ook een aantal seculiere instellingen voor zorg na rampen opgenomen. Zo werd het September11th fund bezocht dat in een jaar 336 miljoen dollar aan donaties ontving én uitgaf. Deels aan directe financiële ondersteuning van getroffenen, maar ook aan projecten op scholen en voorlichting onder andere gericht op moslims en Arabische bevolkingsgroepen. The Mental Health Association van New York stond na de aanslag voor de vraag wat hún bijdrage zou moeten zijn zonder dat zij de verwarring over het hulpverleningsaanbod zouden vergroten. Zij beschikten met Life-Net al sinds 1996 over een 7 x 24-uurs telefonische hulplijn voor informatie en verwijzing, met het bijbehorende registratiesysteem. 

Via deze één loketsfunctie zijn ca 4.200 mensen in therapie gekomen. Gezien de 32.000 psychologen en maatschappelijk werkers in New York besloot men vooral training en opleiding op het gebied van acuut psychotrauma te verzorgen. Via een train-the-trainers-model trainde men 5.000 van deze hulpverleners in een kort behandelprotocol voor acute stress-stoornis van North en Pfefferbaum; het protocol van Foa vond men te lang. 2.500 huisartsen werden getraind zodat mensen verwezen zouden worden en 2.500 leerkrachten en 1.000 geestelijk verzorgers werden getraind in basispsychopathologie.
Daarnaast verzorgde men een prachtige publiekscampagne onder de titel: Feel Free to Feel Better. Zie voor meer informatie het artikel 'Project Liberty: a Public Health Response to New Yorkers Mental Health Needs Arising From the World Trade Center Terrorists Attack'. In New York zijn veel mensen niet verzekerd voor ziektekosten. Dit stelde de hulpverleningsinstellingen voor enorme problemen. Ook in New York is wederom duidelijk geworden dat een ramp zwakke plekken in de samenleving bloot legt, die anders mogelijk verborgen blijven. 

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.