Naar de inhoud

De IJsselmeervisserij maakt slagzij

Bron: NHD

De IJsselmeervisserij maakt slagzij
Schipper naast God. Eenzaamheid troef. Want andere vissers ziet het handjevol IJsselmeervissers amper als ze hun fuiken binnenhalen. En het worden er nóg minder. Er hangt een warme sanering in de lucht. Als die achter de rug is, kunnen er nog 35 hun brood verdienen op de zoetwaterplas. Terwijl er ooit vierduizend vissers met tweeduizend schepen op de Zuiderzee visten. Voor de visafslag in Enkhuizen lijkt het laatste uur geslagen. De visser, de afslager en de palingroker in de laatste dagen van de IJsselmeervisserij.

Die laatste schep waarna de Afsluitdijk in 1932 werd gedicht, was meteen het eerste schepje dat dof weerklonk op de grafkist van de IJsselmeervissers. Hang een grafiek aan het bed van de zieke IJsselmeervissers en je ziet een neergaande lijn. Ziek en nooit meer beter. Van vierduizend vissers in 1932, zakte de bemanning van de IJsselmeervloot naar 180 koppen in 1996. De zeilende botters kregen als eerste een doodskleed van blik waar het hout onder wegrotte. Nog even en de hedendaagse stalen kotters liggen te koop aan de kade. Van de 68 resterende vissers blijven er misschien maar 35 over.

'Warm saneren', adviseert oud-burgemeester Hans Bulte in zijn rapport over de toekomst van de IJsselmeervisserij. Het uur U is aangebroken. In Enkhuizen merken ze dat al op de misafslag. Die maakt het niet lang meer sinds visverwerker 'Sea King' de schubvis niet meer afneemt. Wethouder Jan Franx verwacht dat het laatste seizoen is aangebroken. De kopers staan al te dringen. Havenmeester en afslager jan van der Sluis zit sinds 1999 achter de veilingklok. Een half uurtje werk per dag, meer niet. Hij zal de cultuurhistorie van de visserij missen. „Toen ik kwam, was er nog behoorlijk aanvoer. Nu is daar nog maar eenderde van over. Ze liggen gewoon stil voor de kant want er is amper paling."

Te schoon
Het water is te schoon, weerklinkt het in Volendam en Enkhuizen. „Die paling ziet de netten ook, dus daar zwemmen ze niet in. Maar dat schone water betekent ook dat er weinig voedsel in het water zit. Dan wordt de spiering niet groot en dat is ook weer het voedsel voor de baars en de paling", zegt Jan van der Sluis. „Ze groeien niet meer." 'Verboden te roken, spuwen, drinken en eten' staat er op een bord in de Enkhuizer visafslag. De zaak moet netjes blijven. Vanaf zijn 'troon' torent Jan uit boven de weegschaal, de vissers en de handelaren. Handen aan de knop en een schuin oog op de wijzer van de klok die ver boven de tien euro begint te draaien. Bij 9.46 drukt handelaar Handen op het knopje. Afslager Van der Sluis rekent later even voor wat dat in de winkel moet gaan kosten: „Negen euro en 46 cent. Dat is in guldens nog ruim twintig gulden voor een pond natte aal. Gerookt blijft er zestig procent gewicht van over. Dan zal dat toch gauw 50 gulden per pond gaan kosten. Ik weet nog dat ik vroeger een tientje per pond al een pittige prijs vond." Weinig aal. En op de leugenbankjes weten ze wie schuldig zijn. De aalscholvers die alles opvreten, de biologen en Den Haag dat wel geld in natuuroevers stopt, maar niet in de visserij. En die afslag die moet natuurlijk blijven in Enkhuizen. Die hoort bij de Zuiderzeestad. Anders moetende laatste 'Enkhuuzer' visjes uit het gemeentewapen worden geschrapt.

Asfalt
IJsselmeervisser Teun Barels zit om vier uur's morgens in de auto. Onderweg van Wieringen naar Urk waar zijn kotter ligt. Van het ene voormalige eiland naar het andere voormalige eiland. Over het asfalt en niet over het water. Want dat duurt te lang. En het varen wordt te duur. „Je moet een beetje economisch vissen om te overleven." 's Avonds om zes uur is hij weer thuis. Dagen van veertien uur. „Maar de vangsten zijn bedroevend. Honderd pond per vaartuig. Dan houdt het wel zo'n beetje op. je moet er wat bij gaan doen, anders hou je het niet vol." Veel vissers balanceren op de rand van bijstand en faillissement. Maar ze vinden vissen leuk. De vrijheid, het varen, de natuur. Dan maar sappelen naast God.

Urk
Teun stoomt om vijf uur 's morgens met de WR 173 op naar 'Het val van Urk'. Een diep stuk van 5,5 meter in het IJsselmeer. Lekker dichtbij de Urker visafslag.„ Van de vijf Enkhuizer vissers brengen er twee hun vis hier naartoe. Omdat hier nog een beetje handel is, want de dikke aal uit de grote fuiken hebben ze in Enkhuizen liever niet dan wel. Op Urk wordt nog wel een knappe prijs betaald. Vind jij het gek dat die Enkhuizer afslag er aan gaat? Maar het wordt over de hele linie minder. Toen ik in 1976 begon waren er nog dertien IJsselmeervissers op Wieringen en nu nog maar vier." In het ochtendgloren de eerste aan elkaar geknoopte schietfuiken binnenhalen. Hier en daar een palinkje. Wat baars en ander spul, Daarna de fuiken weer overboord 'schieten' met een dobber met vlag aan het eind, zodat Teun ze de volgende keer weer makkelijk kan vinden.

Beter?
Zeventig pond paling terwijl het driehonderd zou moeten zijn. „Vorige week hadden we nog honderd pond. Maar nu blijft het bij zeventig steken. Je hoopt steeds maar dat het beter zal worden. Misschien dat er meer overblijft als er wat vissers worden gesaneerd. Maar misschien ook niet. Wie garandeert ons de vis?" Teun wil vissen. Net als de andere generaties Barels. Dus deed hij gelijk mee aan een experiment van het ministerie om te onderzoeken of de IJsselmeervissers over kunnen stappen op de botvisserij. Experimenteren met een sleepnet dat net de bodem raakte. Vier dagen mocht hij het proberen en toen werd het weer afgeblazen. „In die vier dagen hadden we net de vistechniek onder de knie om het net zachtjes over de bodem te halen zodat de bot er inzwemt. Iedere visser weet dat je een bot 's nachts moet vangen en niet overdag. Dus werd het niks." Maar Teun is niet uit het veld geslagen. Het volgende visserijexperiment staat al weer op stapel: Krabbenkooien. Samen met nog twee vissers wil hij krabbenkooien uitzetten in het IJsselmeer om de wolhandkrab te gaan vangen. „Omdat het water steeds schoner wordt, komen er steeds meer wolhandkrabben. Het lijkt wel een plaag. Die krab maakt nu de fuiken stuk. In iedere fuik bij Urk zitten er twee of drie. Die krabben brengen 2 of 3 euro per stuk op. Misschien dat hiermee de visserij er weer bovenop krabbelt."

'Apartvissie'
Misschien dat de vissers dan nog overleven, maar de palingroker niet. Jan Smit-Bokkum rookt in zijn traditionele palingrokerij in Volendam alleen maar IJsselmeerpaling. „IJsselmeerpaling is een apart vissie. Dat kun je nergens anders mee vergelijken. Die smaak is uniek op de wereld. Daar moetje toch trots opkunnen zijn." Hij weet nog van de tijd dat elk schip 500 pond aal naar de Volendamse afslag bracht. Elke dag weer met dertig schepen tegelijk. En van de tijd dat iedereen rond de voormalige Zuiderzee opgroeide met 'lange dunnen'. Want zo heette de ondermaatse aal die niet naar de afslag ging. Dat aten de vissers thuis op. Nu eet de visser half-om-halfgehakt. Paling is een schaars goed. Om half elf en om half vijf stapt Jan naar de afslag om zelf de paling voor zijn rokerij uit te zoeken. „Zeventig van buiten en veertig van binnen", zegt een visser tegen Jan als hij op de afslag komt.'Binnen' is in het Markermeer en buiten is voorbij de dijk Enkhuizen-Lelystad waar al een paar jaar meer aal zit dan in het zuidelijke deel van het IJsselmeer. Vissers kieperen een kuip paling in de bak van de afslag. „79 pond buiten kleine fuiken. Hij draait er voor", zegt de afslager. Jan koopt voor 9,30 euro per pond. „Duur? Ja, de paling is duur. Maar ik moet wel, want deze zijn al voor morgen besteld. Misschien dat later in het seizoen de prijs wat zakt."

Rariteit
Jan Smit-Bokkum heeft naast zijn geheel verbouwde rokerij een restaurant geopend en leidt er toeristen rond. Vertelt over de Zuiderzee. Straks is zijn eigenbron van inkomsten gok een toeristische rariteit geworden. Koopje een palinkje als souvenir. „Doordat ik dit restaurant heb, kan ik blijven roken. Anders wasnet gauw afgelopen. Doodzonde wat daar in Enkhuizen gebeurt. Dat was toch een belangrijke aanvoerhaven voor de aal. Maar als die sanering doorzet, wordt het voor Volendam ook moeilijk. Nu hebben we nog tien kotters, maar als de helft overblijft verhuist alles naar Urk. Nee, ik ben niet zo blij met dat rapport over de visserij. Het brengt alles om zeep." In het advies aan de minister wordt gesproken over tien miljoen euro voor de warme sanering. Jan zou dat geld liever gebruiken om de aalvisserij nieuw leven in te blazen. Letterlijk nieuw leven. „Tien miljoen euro. Weetje hoeveel glasaal je daar voor kunt kopen? Ik maak geen geintje. Je kunt voor dat geld ook glasaal gaan kopen en die uitzetten in het IJsselmeer. Nu wordt de glasaal bij Portugal weggevangen voor de kwekerij. 1 kilo glasaal is 3200 aaltjes en dat is over drie-vier jaar 500 pond paling."

Glasaal uitzetten en met de vissers overeenkomen dat ze in het najaar de schieraal, die geslachtsrijp is, laten gaan om terug te zwemmen naar het paaigebied in de Sargassozee. „Dan blijft de kringloop bestaan en heeft de IJsselmeervisserij weer toekomst", zegt Smit-Bokkum. En hij zelf ook. Want Smit-Bokkum wil niet aan de kweekpaling.  „Kweekpaling heeft allemaal dezelfde dikte. Die zwemmen niet, maar liggen lui in een bassin. IJsselmeeraal zwemt en heeft heel ander voedsel. Die kweekaal is donker en dik. Goed om te fileren maar niet om te kluiven zoals het bij paling hoort. Die van ons zijn goudgeel en mals. Maar als die sanering doorzet, houd ik mijn hart vast. Nu kan ik het lopend af, maar dan moet ik straks zeker naar Urk om aal te kopen. Dan verdwijnt de laatste IJsselmeerrokerij ook nog."

Rien Floris

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.