Plannen ontwikkeling toerisme dienen niet in een la te belanden
Plannen ontwikkeling toerisme dienen niet in een la te belanden
Aan Edam hoeft niet zo drastisch te worden gesleuteld, zo ongeveer luidde de conclusie van Lagroup pakweg een half jaar geleden. Het gespecialiseerde bureau onderzocht de mogelijkheden van het toerisme in de gemeente en kwam wat betreft Volendam tot een ander oordeel. Hoe staat het met de voorwaarden die van het eigenlijk bijna voormalige vissersdorp een bruisend toeristisch product moeten zien te houden? Vorig jaar riep wethouder Jan Tol uit dat product nodig aan een opknapbeurt toe was en dat het Pieterman-project daar een aanzienlijke rol in moest spelen. Van het zogeheten sneeuwbaleffect is nog: niets terechtgekomen. Over enkele maanden (“vroeg in het najaar", aldus Tol) moeten de eerste contouren zichtbaar worden als de eerste grijper, aan de gang gaat.
“Althans, dan moeten de bezwaarprocedures achter de rug zijn en kan er worden begonnen met afgraven. De laatste procedure die loopt is van de mensen van de Kathammerzeedijk, die protesteren omdat hun uitzicht zou worden belemmerd." Jan Tol hoopte dat eind 2003 al begonnen kon worden, maar dat bleek te voorbarig. De uitslagen van de MER (Milieu Effect Rapportage) bleken evenwel in orde. “Achteraf gezien is die rapportage niet nodig gebleken, maar de rechter had eerder geadviseerd een dergelijk onderzoek toch te laten verrichten. Uiteindelijk zal er op de plaats van de voormalige vuilnisbelt geen woning komen, maar parkeerplaats. Het ziet er positief uit met het Pieierman-project", vervolgt Tol. De geschiedenis van dat prestigeproject gaat terug naar 1988, toen Heidemij een rapport (`Feeling young, feeling strong') liet opstellen. Een paar jaar later pokte toenmalige wethouder Wim Visscher de handschoen op. Dat er dit jaar een begin wordt gemaakt, is in financieel opzicht ook belangrijk. Destijds stemde niet alleen de gemeenteraad in met een subsidie van 4,3 miljoen gulden, maar ook de Provincie met eenzelfde bedrag. Die wil ook wel eens zien dat er aangevangen wordt, want als het te lang duurt, gaat zij haar geld misschien voor een ander doeleinde reserveren."
Knelpunt
Nog altijd wordt er gestreefd naar een jachthaven met 435 ligplaatsen. „De jachthaven moet de `trigger' worden. De verwachting is dat in het voorjaar van 2006 het zo'n beetje comptleet moet zijn. Het, behelst een omvangrijk plan, met het strand, hotel en de 200 appartementen erbij." Eén van de aanbevelingen die Lagroup deed, was te komen tot een integraal ontwerpplan voor het `waterfront' van Volendam. „Net als bij Edam vormt de bereikbaarheid het knelpunt. Wat betreft Edam wordt de discussie over het Transferium in augustus/september weer opgepikt. Hier in Volendam moet veel meer gebeuren. Op basis van de Lagrouprapportage hebben drie bureaus drie weken geleden ieder afzonderlijk een presentatie gegeven, waarbij al staande die presentatie bleek naar welke de voorkeur zal uitgaan van de meeste raads- en commissieleden. Dat bureau moet op korte termijn de richtingen die in het Lagrouprapport zijn aangegeven, gaan visualiseren. Het ligt in de sfeer van de ruimtelijke ordening. Dus van de historische werf aan het Slobbeland tot het Noordeinde moet het bureau met een realistisch en haalbaar plan komen."
“Nu gaat er niet alleen meer worden gekeken naar wat er moet gebeuren, maar hoe", vult Ine Leenstra, die als ambtenaar ook belast is met het toerisme aan. Tol: “Inderdaad. Deze rapportage mag niet onderin de la verdwijnen, het moet een handboek vormen. Bovendien is van de drie bureaus geëist dat ze bij het komen tot hun presentatie ook uiting moesten geven aan het feit welke bronnen Edam-Volendam kan aanboren voor de realisatie van de veranderingen. Daarvoor zullen we moeten aankloppen bij Provincie, Rijksoverheid, Waterschap en in Europa. Aan het eind van dit jaar zou de raad akkoord moeten gaan met de plannen van het nog aan te wijzen bureau. De ondernemers willen tenslotte ook duidelijkheid. Ze moeten weten of het zin heeft om te investeren of dat ze beter de Pijp aan Maarten kunnen geven. Of dus meewerken het toerisme van een nieuwe impuls te voorzien. Tijdens de presentatie van de bureaus was een aantal ondernemers aanwezig en ik bespeurde laaiend enthousiasme", aldus Tol. „Het roept effecten op. Er zijn inmiddels veel zelfinitiatieven ontplooid. Voor studenten aan de Universiteit is het opknappen van ons toeristisch product al aanleiding geweest om er een afstudeeropdracht van te maken. Het heeft dus het nodige stof doen opwaaien."
In de bovenste contreien rondom het IJsselmeer is men inmiddels begonnen met het versterken van de dijken. Ook Edam-Volendam komt op korte termijn (2005/06) aan de beurt. Dan zal ook de weg langs het Noordeinde of een tunnel weer ter sprake komen. „Mocht men bij de plannen voor het op hoogte brengen van de IJsselmeerdijken over gaan tot het maken van een vooroever, dan kun je misschien meteen van werk werk maken en daar een weg op aanleggen. De vraag is of dat mag. Daar zullen we later een antwoord op krijgen." De bussen en ritjesrijders in de auto's op de dijk, het zal voorlopig nog even het schrikbeeld blijven volgens Jan Tol. “Het blijft behelpen. We streven ernaar om alles eraf te krijgen. Op zo'n Eerste Pinksterdag blijft de dijk een aantal uren gesloten, maar op Tweede Pinksterdag is ie weer open voorverkeer. Het blijft voorlopig pappen en nathouden."
“Met de Afslag hebben we als gemeente niets te maken”
Tol heeft zich enkele maanden geleden tevens gemengd in de discussie rond de palingvisserij en een eventuele warme sanering. De viskotters en de Afslag zijn een altijd een wezenlijk onderdeel van het toerisme op de dijk. „Hoe belangrijk dit voor ons is? Vanuit de politiek proberen we te bereiken dat er voldoende visserij blijft bestaan in deze gemeente. De insteek is dat er een kleine beroepsgroep overblijft. Het betreft een actie waarbij meerdere gemeenten rondom het IJsselmeer meedoen. De laatste stand van zaken is dat er gesproken is over hoe de relatie tussen de vissers en haar organisatie verbeterd kan worden. Er wordt gezegd dat er teveel fuiken en netten in het water staan. We proberen twee categorieën te helpen: de vissers die stoppen en de vissers die hun brood willen blijven en dus moeten kunnen blijven verdienen. De Afslag is eigendom van de vissers. Daar hebben we als gemeente nu niets mee te maken. Als die behouden moet blijven, moeten er andere voorzieningen worden getroffen. Het is een complexe materie, de palingvisserij. De Spanjaarden en Portugezen geven elkaar de schuld met betrekking tot het wegvissen van de glasaal. Het water wordt hier, bovendien schoner en er komt de aanleg van wetlands. Zoals gezegd, complex allemaal."