Naar de inhoud

De run op slachtoffers

Bron: Parool

De run op slachtoffers
Nederlanders zijn, op de IJslanders na, de gelukkigste mensen van de wereld. Vinden ze zelf. Toch is nergens, op de VS na, zoveel aandacht voor drama en trauma als hier. Er hoeft maar iets te gebeuren en de slachtofferhulp rukt uit.

In Berghem, waar een wanhopige moeder haar drie zoontjes ombracht en vervolgens zelfmoord pleegde, sprak de burgemeester op een persconferentie niet alleen zijn medeleven uit met het diepe leed van de familie, nee, hij memoreerde het diepe leed bij de totale dorpsbevolking (achtduizend koppen). Onderscheid tussen de positie van de grootouders, die de dode kinderen vonden en die daarmee naar nuchtere maatstaven echt een trauma kunnen hebben opgelopen, en de buren, klasgenootjes en hun ouders, leek er nauwelijks meer te zijn. Allemaal slachtoffers. Slachtoffer is een graag gehoord woord, net als trauma, opvang, verwerking en begeleiding. Oude rot in de psychiatrie Andries van Dantzig ziet hoe soms vlak na de knal de hulpverlening bovenop slachtoffers springt en vindt dat verkeerd. "Mensen hebben een heel groot herstelvermogen, dat moet je een kans geven. Bel na een paar maanden maar eens, hoe het gaat. Dan kun je altijd nog ingrijpen."

Psychotherapeut Sjef Berendsen, van het Instituut voor Psychotrauma, gerenommeerd voor zijn aanpak bij onheil en rampen, ziet de balans doorslaan: "De post-traumatische stress-stoornis is tegenwoordig erg gewild." De grens tussen zij die echt gedupeerd zijn door een misdaad of een ongeluk en zij die er zijdelings of helemaal niets mee te maken hebben, lijkt vervaagd. Emoties laaien na 'een schokkende gebeurtenis' breed en hoog op, is het niet meteen, dan is het wel tijdens de inmiddels onvermijdelijke stille tocht. In die sfeer is een slachtoffer (of zijn familie) gegarandeerd van aandacht, en een getraumatiseerd mens al helemaal. Niet dat we zo gauw getraumatiseerd raken, daar is, zeggen de kenners, wel wat meer voor nodig dan 'een' schokkende gebeurtenis, maar onderscheid is er niet meer. Burgemeesters, schoolleiders of anderszins verantwoordelijken bellen tegenwoordig - bij wijze van spreken - eerder de geestelijke hulpverlening dan de brandweer. Zij immers kennen de beelden van geëmotioneerde massa's en willen later niet horen dat ze het niet goed hebben gedaan.

Lusanne van der Gun was nog niet ontvoerd of slachtofferhulp opende in het dorpshuis in Oldeberkoop opvang van 'andere' ouders. Hordes hulpverleners stoomden op nadat op het Terra College in Den Haag Hans van Wieren was doodgeschoten door een leerling. Toen op de Amsterdamse Monseigneur Hermusschoool voor doven en slechthorenden een docent werd neergestoken, gebeurde ongeveer hetzelfde. Altijd moet iedereen maar worden 'opgevangen', en worden 'begeleid' want 'traumatisering' ligt op de loer. Psychiater Andries van Dantzig noemt dat sensation culture: "Het zijn de gewone slagen van het lot, het gebeurt, daar moet je niet ingewikkeld over doen. Ja, de media maken er een hype van, als al die zaken niet zo uitgebreid op tv zouden komen en in de kranten zouden staan, zou het veel minder indruk maken."

Slachtofferhulp Amsterdam
Amstelland bedient jaarlijks een kleine vijfduizend slachtoffers/gedupeerden van ongevallen en misdrijven, meestal naar hen verwezen door de politie. Het werd ooit opgezet als hulp aan slachtoffers bij de praktische en juridische rompslomp na misdrijf of ongeluk. Nu worden de vijftienhonderd vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland (met zo'n 80.000 klanten) minstens zo intensief ingezet voor 'emotionele ondersteuning'. Dat de politie iedereen maar aanmeldt, daar willen ze bij Slachtofferhulp Amsterdam vanaf. "We zeggen wat vaker tegen de politie: dat is jullie taak," zegt Alexandra Houbers, directeur van Slachtofferhulp Amsterdam-Amstelland. Zij zal haar taak - bijvoorbeeld opvang van een vrachtwagenchauffeur na een dodelijk ongeval - verdedigen. Maar de grenzen komen in zicht, zegt ze.

Slachtofferhulp Amsterdam is direct gebeld na de steekpartij op de Monseigneur Hermus-school. Er zijn vrijwilligers op het politiebureau geweest, waar leerkrachten werden gehoord, maar ook op school. De directeur, zegt Houbers, wilde graag begeleiding over de aanpak: wat te doen met de leerlingen, hun ouders, met collega-docenten. Houbers: "Dat het docenten zijn met pedagogische kennis, maakt niet uit: een misdrijf is geen gewone gebeurtenis. We zijn op de achtergrond aanwezig geweest op lerarenbijeenkomsten, in klassen en op ouderavonden." Maar wat kan daar nou gebeuren dat hun aanwezigheid noodzaakt? Ze aarzelt: "Niet zoveel, het was meer ter geruststelling van de directie. Die wil natuurlijk niets fout doen."

In Utrecht zit Rolf Kleber, hoogleraar psychologie. Hij is een expert psychotrauma. Hij ziet die slachtoffercultuur niet zo. "Althans niet bij de mensen zelf, wel in beleidskringen en in de zorgwereld." Volgens de jongste inzichten moet men terughoudend zijn jegens mensen die net iets vreselijks hebben meegemaakt, zegt hij, praktische hulp is de eerste vereiste. Dat zegt ook Sjef Berendsen, psychotherapeut bij het Instituut Psychotrauma, die de hulpverlening na de Enschede-ramp heeft onderzocht. Mensen hebben geen behoefte aan gesprekken, ze willen praktische zaken regelen, en na een tijdje, minstens een aantal dagen, maar eens praten. Volgens Kleber en Berendsen begint dat inzicht ook door de dringen bij Slachtofferhulp. Kleber: "Want we zijn nu doorgeslagen. Het is nu zoeken naar een middenweg." Berendsen: "We zijn bijna vergeten dat mensen zelf een rol hebben. De term slachtoffer suggereert al dat ze het zelf niet aankunnen. Maar dat is niet per definitie zo. Ongelukken en misdaden zijn abnormale gebeurtenissen, maar je moet er wel normaal mee omgaan. Dus je moet er niet meteen profs op loslaten. Laat die hoogstens meekijken, op de achtergrond. Schokkende gebeurtenissen zijn van zichzelf al schokkend genoeg, die hoef je niet groter te maken dan ze zijn."

Volgens Berendsen wordt er heel wat afgerommeld in de slachtofferopvang. "Het is gewoon een markt, waar veel geld valt te verdienen. Waar 'profesionals' zonder kennis van zaken op dit terrein zich opdringen aan bestuurders, die op hun beurt weer bang zijn om later het verwijt te krijgen dat ze het niet goed hebben gedaan, zoals na de Bijlmerramp, na Enschede en na Volendam." Zo worden er brokken gemaakt, zegt Berendsen. "Dan belooft zo'n burgemeester of schooldirecteur van alles. Worden er monumentjes in scholen opgericht, waarbij niemand de vraag stelt: en wanneer breek je het dan weer af?" 'De opvang is een markt waar geld te verdienen valt'

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.