Naar de inhoud

Volendamse meiden gaan voetballen

Bron: NHD

Volendamse meiden gaan voetballen
Het enthousiasme sprankelt er op de trainingen van af, volgens trainer Klaas Leeflang en coördinator Henk de Geus. Dat verbaast niet, want de meeste speelsters liepen al jarenlang rond met het idee lid te worden vaneen voetbalclub. Volendam en vrouwenvoet, bal was decennialang een combinatie die niet voor mogelijk werd gehouden, maar volgend seizoenstart RKAV Volendam met een meisjesjuniorenteam. Het is een cultuurschok voor de 'traditionalisten' in het katholieke vissersdorp, maar voor de meisjesjunioren gaat een lang gekoesterde wens in vervulling. “Op Volendam is voetbal belangrijk", verwoordt veertienjarige Gina Zwartoed  het. Ik ging van jongs af aan bij mijn broer kijk in huis wordt er veel over voetbal gepraat." De vijftienjarige Anne Tol vult haar aan. „Ik wilde al heel lang voetballen, maar niet in een jongenselftal."

Het is iets waar veel Volendamse vrouwen mee worstelden. “Ze gingen noodgedwongen voetballen bij een andere vereniging uit de regio, omdat er niet positief tegen vrouwenvoetbal in Volendam werd aangekeken", aldus Leeflang. “Je moet het zo zien. Een meisje in Volendam kreeg van jong af aan een pop in haar handen gedrukt. Ging ze met een autootje spelen, werd die van haar afgepakt en kreeg ze weer een pop aangereikt. De rollenverdeling was duidelijk en daarin paste vrouwenvoetbal niet."

Tijden veranderen. Toen de trainingen werden opgestart aan het begin van het seizoen, meldden zich meisjesjunioren, maar ook getrouwde vrouwen aan. De animo was met 54 aanmeldingenoverweldigend te noemen. „Het idee ontstond van de zomer op recreatieterrein Het Slobbeland", aldus de zestienjarige Gerie Bond. „Kees 'Dorus' Jonk junior kwam met het voorstel, waarna binnen een mum van tijd zo'n dertig meiden met het plan instemden, Omdat we nauwelijks gevoetbald hadden, werd besloten eerst een jaar te trainen en pas daarna competitie te gaan spelen."

De meeste oudere vrouwen vielen in de loop van het seizoen af. „Zij vonden het vooruitzicht om op zondag competitie te spelen over het algemeen te bezwaarlijk", vertelt De Geus. „Maar dat neemt niet weg dat we toch nog dertig meisjes en vrouwen hebben overgehouden die echt razend enthousiast zijn. Zoiets heb ik bij een jongens- of mannenteam nog nooit meegemaakt."

De Geus herinnert zich nog een voorval van niet zo lang geleden. Ik zag een meisje met haar ouders langs de lijn staan. De ouders keken naar de wedstrijd, de dochter was met de bal aan het spelen. Toen ik vroeg waarom ze niet op voetbal ging, zei ze dat ze niet tussen de jongens wilde spelen." Hij zwijgt even. Van groot belang is geweest dat er iets aan de cultuur is gedaan in de kantine. Een paar jaar geleden had de kantine veel weg van een oude herensociëteit. Er stond hier wel een tafelvoetbalspel, maar als zo'n jongere speler in de buurt daarvan ging zitten en hij vroeg wat, dan werd hij of genegeerd of afgesnauwd. Daar is langzamerhand verandering in gekomen en waar jongens komen, komen ook de meiden. Een vriendin van zo'n jongen licht haar vriendinnen in dat het gezellig is in de kantine van de RKAV Volendam waarna ze de volgende keet met een hele groep komen. Nu zijn er doordeweeks vooral jongeren in de kantine aanwezig?' Een doorslaggevende factor is de goede band geweest tussen een aantal jongens van het eerste zondagelftal en de meisjes, die volgend seizoen een juniorenteam gaan vormen. „Zonder dat er oneerbare praktijken hebben plaatsgevonden, kan ik gewoon stellen dat die jongens de meiden dit seizoen erg goed hebben opgevangen' ; aldus Leeflaag.

„Lang niet iedereen binnen de club is namelijk positief over ons initiatief. Het grootste deel van het bestuur gelukkig wel enthousiast. Bestuursleden zien dat de meiden de club meer elan geven. Vroeger kwam er geen kip kijken op de zondag, nu vleien zich bij mooi weer een aantal mooie meiden langs de zijlijn om de jongens aan te moedigen." Hij lacht even en zegt. dan gekscherend: „Ik begrijp soms niet hoe die jongens dan nog tegen een bal kunnen aantrappen."

Toch wisten De Geus en Leeflang dat ze voorzichtig moesten handelen. „We gaan op zondag voetballen, omdat het dan wat rustiger is. De meiden kunnen zich dan in alle rust in; de achterste kleedkamer omkleden. Wij willen niet de naam te krijgen dat het hier een ‘hoerenzooitje' is. De meiden zijn zelf ook voorzichtig. Douchen doen ze nog altijd thuis. Zelfs toen we in Monnickendam een toernooi hadden gespeeld, wilden ze daar niet douchen."

Fijntjes wijst Leeflang nog op een ander cultuuraspect. „De dames van andere clubs komen na een wedstrijd binnen een mum van tijd in spijker- of trainingsbroek naar de kantine. Bij de Volendamse meiden duurt het een uur én als ze binnenkomen lijken ze net filmsterren. Dat vind je ook terug in het voetbal. Ik kan zeggen dat de meiden technisch en tactisch enorm zijn vooruitgegaan, maar ze zijn vooralsnog, te lief in het veld."

Dat neemt niet weg dat de Volendamse junioren de oefenwedstrijden tegen leeftijdsgenoten meestal winnend afsloten. De concurrentiestrijd is ook hevig, want op dertig voetbalsters wordt maar een team samengesteld. „Alleen de meiden die regelmatig trainen, worden opgesteld", aldus Leeflang.' “Het kampioenschap is het doel, maar tegelijkertijd willen we niet te snel omhoog. Laat Volendam eerst maar eens wennen aan vrouwenvoetbal."

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.