Naar de inhoud

Museumperikelen

Bron: Peter Louter in NIVO

Museumperikelen
Eigenlijk heb ik vakantie. Ik heb de NIVO-redactie laten weten de komende maanden geen stukjes te maken. Zo makkelijk is dat trouwens niet. Op ons landje in Polen produceerde mijn brein op eigen houtje hele verhalen die ik wel op had willen schrijven. Al was het maar over de ontmoeting met de ‘hop’, die exotisch ogende vogel die al een eeuw niet meer in ons land vertoeft. Alleen al de manier waarop hij zijn vangsten naar binnen werkt is uitdaging om onder woorden te brengen. Maar ja, ik heb daar geen elektriciteit, dus mijn laptop doet het niet. Bovendien valt er veel te doen. Iedere dag moet ik wel een paar uur schoffelen, jonge aanplant van de verdroging redden of doorbuigende boompjes van een spalk voorzien. Als die verhalen nog eens terugkomen uit de prullenbak in mijn hoofd, zal ik ze met u delen.

Voor even weer terug, stuitte ik, bij het doornemen van het oude nieuws, al snel op de perikelen van de Vereniging Oud Volendam. Ja, ik ben ook zo’n premiefotokoper. Volgens de groep dissidenten die het zittende bestuur willen afzetten, ben ik dan ook lid van de vereniging. Omdat ik weinig aantrekkelijke dingen om handen had en nieuwsgierig was, werd ik snel van buitenstaander, insider. Niet dat ik alles nu weet. Maar het lijkt me genoeg om een standpunt in te nemen.

Zo las ik de oude statuten van de vereniging. Op een onderdeel na (waarover later meer), ben ik zeer tevreden over de wijze waarop het zittende bestuur met al die vrijwilligers de doelstellingen heeft gerealiseerd. Vooral het museum is een weergaloos wapenfeit. Behalve dat het museum over Volendam gaat, is het ook op de bekende ‘Volendamse’ wijze tot stand gekomen.

Honderden vrijwilligers hebben er aan gebouwd, attributen verzameld en het museum ingericht en open gehouden. Duizenden inwoners dragen financieel bij. Alleen al daarom is het een van de monumenten in het dorp die laten zien waartoe Volendammers in staat zijn als ze ergens de schouders onder zetten. In die zin is het museum van ons allemaal. Al die vrijwilligers die nog steeds actief zijn wil ik een riem onder het hart steken. Zij zitten niet te wachten op al dit gedoe en hebben het meeste recht van spreken. In deze situatie hebben ze onze steun nodig om hun werk met enthousiasme te blijven voortzetten voor een museum dat de laatste jaren alleen maar actiever en attractiever is geworden.

Hebben de dissidenten recht van spreken? Ik heb daar zo mijn twijfels over, al was het alleen maar door de verdachtmakingen die ze hanteren. In iedere vereniging zijn wel dissidenten. Een bestuur hoort daar naar ‘eer en geweten’ en met ‘redelijkheid en billijkheid’ mee om te gaan. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor dissidenten. Hun klachten horen niet ingegeven te zijn door persoonlijke rancune, een gekwetst ego of een verloren privilege. Als ze terechte klachten hebben en onvoldoende gehoor hebben gevonden, verdienen die klachten echter wel nader onderzoek. Laat ze maar aantonen dat hun klachten objectief gerechtvaardigd zijn. Laat het bestuur maar aantonen dat ze er naar eer en geweten mee omgegaan is. Maar dat hoeft allemaal niet in de krant. Er is niemand die daar beter van wordt. Het is werk voor een commissie van goede diensten, die op de achtergrond zich verdiept in de zaak en zin en onzin van elkaar scheidt. De notoire “Keizerhaters”, die de dissidenten te hulp zijn gesneld, moeten maar weer hun biezen pakken, want hun bevooroordeelde bijdrage vervuilt de situatie en blokkeert oplossingen. Dat geldt eigenlijk ook voor iedereen die iets met projectontwikkeling te maken heeft. Een instabiele situatie is geen visvijver voor projectontwikkelaars die de gelegenheid willen benutten om het museum maar meteen aan de Dijk te zetten.

Zijn u en ik nu lid van die vereniging? Wel, voor zover ik heb kunnen nagaan, is dat niet het geval. We hebben geen ledenkaart en zijn nooit uitgenodigd voor een ledenvergadering. Daar hebben we al zo’n vijfendertig jaar genoegen mee genomen. We zijn meer sympathisant dan lid. Ik val het bestuur niet lastig daar over, al had ze er natuurlijk wel eens meer duidelijkheid over kunnen geven. Ik wil er ook niet over lastig worden gevallen door dissidenten die ineens een ledenvergadering nodig hebben om hun zin door te drijven. Laat een commissie van goede diensten dat maar uitzoeken en samen met alle betrokkenen in stilte een oplossing zoeken die redelijk en billijk is.

Ik zou echter wel graag willen dat er één verandering komt. Een van de doelstellingen van de vereniging heeft naar mijn mening te weinig aandacht gekregen. De bescherming van ons dorpsgezicht, het behouden van de dingen waar we aan gehecht zijn en het instandhouden van onze zichtbare geschiedenis, is een taak waarin de Vereniging Oud Volendam niet zijn sterkste zijde heeft laten zien. Het zou mooi zijn als uit de huidige crisis een oplossing komt die recht doet aan het belang van dat onderwerp. Een nieuwe vereniging ‘Oud Volendam’ kan hier van dezelfde betekenis zijn als de ‘Vereniging oud Edam’. De oude vereniging ‘Oud Volendam’ kan dan worden omgebouwd tot een stichting ‘Vrienden van het Volendams Museum’. In dat geval zal ik sympathisant blijven.

Ik ga maar weer eens op vakantie. Zolang de ‘hop’ mijn aandacht niet afleidt, zal ik duimen voor een afloop waarin alle betrokkenen bemiddeling accepteren en duimen voor een afloop waarvan we allemaal beter worden.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.