Naar de inhoud

Klaas Bond neemt afscheid na intensieve periode als directeur CRN Het Anker

Bron: NIVO

Klaas Bond neemt afscheid na intensieve periode als directeur CRN Het Anker

‘Het beste vangnet voor de getroffenen is de eigen gemeenschap’
Over enkele dagen zwaait Klaas Bond af als directeur van CRN Het Anker. Hij stond aan het hoofd van een team dat een brug diende te slaan tussen getroffenen, dorpelingen, allerlei instanties en het nazorgcentrum zelf. Die bruggen zijn geslagen en Bond had daar een grote hand in. Hij roemt zijn medewerkers, die in een moeilijke setting samen tot goede resultaten kwamen. Bond verhaalt over zijn eigen leerproces, de toekomst van de nazorg en Volendam en haar kenmerken, de rode draad in het nazorgverhaal.

,,In januari 2002 werd ik benaderd door oud-burgemeester Hans Bulte met de vraag of ik belangstelling had voor de functie van directeur van Het Anker. Ik realiseerde me dat het geen eenvoudige klus was. In een jaar tijd waren er vier managers afgehaakt. Maar ik had wel het gevoel: iemand moet het doen. Het Anker was te ver af komen te staan van de mensen waarvoor het was opgericht, zo werd gesteld. Er moest iemand komen die dat weer aantrok.”

‘Een goede vriend is iemand die met je lacht en met je grient’
,,Zelf was ik gewend achter de schermen te werken; zoals de meeste Volendammers ligt mij dat het best. In onze beleving zijn we in Volendam allemaal gelijk zodat we geen van allen de indruk willen wekken dat we meer zijn dan een ander. Op mijn werk was ik gewend om voor grote groepen mensen over beladen kwesties te spreken, maar in Volendam had ik niet zoveel aan die ervaring. Het voelt namelijk heel anders als je voor je eigen mensen het woord moet voeren dan voor een groep niet-Volendammers. Je moet dan wel even slikken voordat je je mond openhaalt en dat zeker als je zo’n zware verantwoordelijkheid draagt.”
,,Volendammers hebben capaciteiten, maar blijven liever bescheiden op de achtergrond. Dat is trouwens jammer, omdat dan de kans bestaat dat buitenstaanders met veel minder capaciteiten maar een grotere mond de plaatsen innemen van waaruit Volendam bestuurd wordt.”

,,De nasleep van een ramp wordt gekenmerkt door diep menselijk leed. De emoties waren dan ook heel hevig, bij getroffenen maar ook bij hulpverleners en andere werkers in de nazorg. In zo’n situatie is het in de eerste plaats van belang dat je kalm blijft en afstand houdt. Maar aan de andere kant is niet minder belangrijk dat je jezelf inleeft en iets van de pijn probeert mee te voelen van de slachtoffers waar je mee in aanraking komt. De eerste aanvechting van een mens is om pijn, ook bij anderen, uit de weg te gaan. Maar als je iets wilt betekenen voor andere mensen dan ontkom je er niet aan de confrontatie aan te gaan met de pijn van die andere mensen. Anders kun je voor een medemens in nood ook geen vriend zijn. Toon Hermans drukte dat op de hem eigen eenvoudige maar kernachtige wijze uit in het volgende rijmpje: ‘een goede vriend is iemand die met je lacht en met je grient.’ En mensen voelen feilloos aan of medeleven oprecht is of niet.”

‘Band in Volendam gaat dieper’
,,Als je me vraagt of de slachtoffers in Volendam beter af zijn dan zij in een andere plaats zouden zijn geweest, dan is het antwoord ja. Je hoeft alleen maar te kijken naar wat de SSNV en de BSNV voor elkaar hebben gekregen. Maar belangrijker nog is de band met elkaar. Het kost ons weliswaar moeite onze gevoelens te tonen maar we zien wel de dorpsgenoot, de mens achter de brandwonden, terwijl dat buiten Volendam veel minder vanzelfsprekend is. In mijn beleving gaat onze band dieper dan de band tussen mensen buiten Volendam. Ik vind dat echt iets om met z´n allen te koesteren."

Je hoort wel eens de vraag opwerpen of al die mensen op Het Anker nog wel nodig zijn ruim 3 jaar na de ramp.
,,Het Anker heeft ruim 20 medewerkers en dan hoofdzakelijk parttimers. En ze zijn allemaal heel hard nodig. Anders had ik ze ook niet aangenomen of in dienst gehouden. En ze zouden ook niet zijn gebleven als er onvoldoende werk zou zijn. Centrum voor reïntegratie en nazorg Het Anker is in 2003 opgericht op advies van de commissie Van Lidth van Jeude, de commissie die de regering moest adviseren over hulpmaatregelen voor de getroffenen van de ramp. De commissie vond dat de getroffen jongeren naast een financiële tegemoetkoming ook extra ondersteuning verdienden in hun streven een zelfstandige maatschappelijke en economische positie te verwerven. Vandaar dat de commissie adviseerde om het bestaande advies- en informatiecentrum Het Anker om te vormen tot CRN Het Anker. Volgens de commissie zal Het Anker tenminste tot 2007 nodig zijn. Het Rijk betaalt Het Anker en dat geld gaat niet af van de uitkeringen voor de getroffenen. Ik zeg het nog maar eens omdat dit misverstand onuitroeibaar lijkt.”

‘Het Anker heeft voor veel jongeren het verschil gemaakt’
,,Als je kijkt hoe getroffenen van andere rampen zijn behandeld, dan denk ik dat we in Volendam in een bevoorrechte positie zitten. Als de rijksoverheid je in staat stelt zoveel extra hulp te bieden dan moet je daar blij mee zijn en dat gebaar niet als een gegeven paard in de bek kijken. Volendammers zijn van nature kritisch en daar is niets mis mee, maar als iets goed is dan moet dat ook gezegd kunnen worden. En natuurlijk heeft de gemeenschap er recht op te weten wat we allemaal doen. In de komende periode zullen we via de NiVo laten zien wat we waard zijn, wat ons nut is. Er wordt heel hard gewerkt in een ontzettend moeilijke setting, met heel veel betrokkenheid en motivatie."

,,We helpen getroffenen hun weg te vinden in het woud van wetten en regelingen waar je als slachtoffer van een ramp mee te maken hebt. Ook helpen we getroffenen hun weg te vinden naar instellingen die de nazorg kunnen leveren die ze nodig hebben. En als het om diensten gaat die echt verschil kunnen maken, zoals hulp bij het vinden van het werk of bij het oplossen van problemen op school, dan houden we een extra vinger aan de pols of leveren we die diensten zelf. Voor die klus hebben we mensen als Gerda Tol en Henny Karman aangetrokken. Snelle en effectieve dienstverlening, niet de jongeren doorverwijzen naar instanties waar ze op een wachtlijst komen te staan, maar dat zonodig in eigen hand nemen. Ik durf zonder meer de stelling voor mijn rekening te nemen dat Het Anker voor veel jongeren het verschil heeft gemaakt.”

‘Geen nine-to-five-job’
Bond maakte er geen nine-to-five-job van, ook in de avonduren en weekends was hij vaak in de weer. ,,Van dit werk hangt zoveel af voor anderen dat het je niet loslaat. Wat het voor mij heeft opgeleverd? Dit is bij uitstek werk dat je dichter bij mensen brengt en dat geeft een heel goed gevoel. Maar je eerste verantwoordelijkheid ligt bij je gezin en dat mag niet te lang op het tweede plan staan. Na drieëneenhalf jaar - één jaar bij de SSNV en tweeëneenhalf jaar bij Het Anker - is het tijd om de balans te herstellen, zodat het nu een goed moment is om af te sluiten.”

De bedoeling is dat Het Anker langzaam wordt afgeslankt? ,,Het Anker krijgt in ieder geval subsidie tot en met 2006, maar wel wordt het personeelsbestand geleidelijk wat kleiner. Met ingang van 2004 wordt de behoefte aan onze diensten jaarlijks gemeten. Afhankelijk van die behoefte zal in 2006 worden beoordeeld of Het Anker na 2007 zal worden voortgezet. We moeten ons er niet op verkijken hoe het nu met de meeste jongeren gaat. De proef op de som is, hoe het vijf tot acht jaar na de brand gaat. Dan zijn ze wat ouder. Hebben ze dan allemaal een baan? Zijn ze gesetteld met een gezin en eigen huis? Is Volendam nog solidair met hen en zij onderling? Belangrijk is dat er tot in lengte van jaren een vangnet blijft. Daar heb ik wel vertrouwen in, met name in de supporters. Dat we zonodig met uitsluitend vrijwilligers levenslang voor ondersteuning kunnen zorgen. Maar het belangrijkste is de solidariteit van de Volendamse gemeenschap. In emotioneel opzicht gaan Volendammers niet zachtzinnig met elkaar om en daarin wordt voor getroffenen geen uitzondering gemaakt. Dat is de andere kant van de medaille waarvan ik net heb gezegd dat Volendammers getroffen jongeren niet anders behandelen omdat zij verbrand zijn. Maar laten we niet uit het oog verliezen dat veel getroffen jongeren het een stuk moeilijker kunnen krijgen dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Het is daarom van belang dat we ze ook als gemeenschap de ruimte en steun geven om iets van hun toekomst te maken. En dat is het beste vangnet dat we de jongeren kunnen toewensen."

‘Dan maar mijn nek uitsteken met het risico dat mijn kop eraf gaat’
Bond zette zich de laatste tijd ook in voor het bestrijden van de drugsproblematiek in zijn dorp en voor nabestaanden die zich niet kunnen vinden in de manier hoe het begrafenisfonds met de graven omgaat. ,,Waar die drang vandaan komt? Bij het zien of voelen van leed of onrecht. Volendammers kunnen flink tekeer gaan tegen misstanden, maar als het erop aankomt leggen we ons erbij neer ‘want het helpt toch niet’. Ik heb dan het gevoel van: als ik het niet doe, dan gebeurt er helemaal niets. Dan maar m’n nek uitsteken met het risico dat mijn kop eraf gaat. Dat geeft me een minder slecht gevoel dan toekijken en de situatie onveranderd laten. Maar het moet wel binnen de grenzen van het haalbare blijven. Ik zal geen Don Quichot worden die de strijd aanbindt tegen windmolens. Als een initiatief in de gemeenschap onvoldoende steun krijgt, trek ook ik mijn conclusies.

Wel wil ik nog wat zeggen over de drugsproblematiek. Veel belangrijker dan wat ik tot nu toe heb gedaan op dat gebied, is het initiatief van de moedige moeders. Ik vind dat echt een heel dapper initiatief en ik hoop dan ook dat heel veel moeders zich zullen aansluiten. Als dat gebeurt, kan dit initiatief echt een kentering betekenen.”

Het afscheid nadert. ,,Ik weet nu al dat ik met pijn in het hart afscheid zal nemen, met name van mijn collega´s. Ik vond het een voorrecht om samen te mogen werken met mensen die zoveel hart en liefde in hun werk stoppen. En vergeet niet dat de bruggen die geslagen zijn en waarvoor ik een compliment krijg, de optelsom zijn van de vele bruggetjes die mijn collega´s hebben geslagen in hun contacten met individuele getroffenen. Ik wil mijn collega´s dan ook heel hartelijk bedanken voor hun grote inzet. Tezamen met mijn opvolger Toon Vos gaan jullie in de toekomst vergezeld van mijn allerbeste wensen.”

Afscheid in De Jozef
,,Op vrijdag 2 juli a.s. neem ik van 16.00 tot 19.00 uur afscheid in De Jozef. Graag zou ik die gelegenheid te baat nemen om de vele mensen met wie ik de afgelopen jaren heb samengewerkt te bedanken voor hun grote inzet en betrokkenheid. Daarnaast hoop ik de getroffenen persoonlijk het allerbeste te kunnen wensen voor de toekomst.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.