Naar de inhoud

Rampsituatie is in praktijk de eerste oefening

Bron: Binnelands Bestuur

Rampsituatie is in praktijk de eerste oefening
De geneeskundige hulpverlening bij rampen (GHOR) moet een duidelijker commandostructuur krijgen. De organisatie van de hulp is nu te vrijblijvend en onoverzichtelijk. Om de inzet van privaat georganiseerde ambulances en ziekenhuizen af te dwingen, moet het openbaar bestuur meer bevoegdheden krijgen. Dat staat in het gisteren donderdag verschenen rapport `De GHORdiaanse knoop doorgehakt. Herkenbare geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen in de veiligheidsregio', van de Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob) en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). De geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises (GHOR) is nu `een onontwarbare knoop van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen', schrijven de raden in het door het kabinet gevraagde advies. De organisatie en financiering moeten worden gestroomlijnd om een goede rampenbeheersing te bevorderen. Het is tijd voor `heldere keuzes', want er wordt als gevolg van de huidige vrijblijvendheid veel te weinig geoefend, zegt RVZ-voorzitter Sanders. `De voorbereiding op calamiteiten is het grote probleem. De praktijk van dit moment is dat de rampsituatie tevens de eerste oefening is. Dat is niet goed. Dat er weinig wordt geoefend is wel degelijk te merken. Tijdens de ramp in Volendam waren er onvoldoende bedden om brandwondenslachtoffers op te vangen. Men moest toen adhoc oplossingen zoeken, terwijl je van tevoren plannen had kunnen maken. Alle zorginstellingen hebben wel hun eigen plannen, maar het ontbreekt aan afstemming.'

De voorbereiding op rampen bevindt zich op een `kritisch laag niveau', waarschuwt hij. In slechts twee van de 25 veiligheidsregio's hebben zorg, politie en brandweer tot nog toe een grootschalige rampenoefening gehouden. Sanders wil daarom 2,5 miljoen euro van het rijk voor grootschalig oefenen. `Zonder dat geld komt dat oefenen niet van de grond.' In het rapport oordelen beide adviesraden dat de `witte kolom' van geneeskundige hulpverleners een organisatiestructuur moet krijgen die vergelijkbaar is met de `rode kolom'(de brandweer) en de `blauwe kolom'(de politie). Bij de geneeskundige hulpverlening is dit lastiger te organiseren, omdat het voor een groot deel om private partijen gaat. De raden kiezen voor een publieke aansturing door de veiligheidsregio en de (inmiddels wettelijk ingestelde) Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF). De RGF, de geneeskundig commandant, moet meer doorzettingsmacht krijgen, want hij heeft nu wel taken, maar weinig bevoegdheden. De geneeskundige commandant moet de `wettelijk verankerde gezaghebbende schakel' naar de private witte kolom worden: de ziekenhuizen, de ambulancediensten, de traumacentra en de huisartsen. De commandant legt vervolgens vast wat de zorgverleners moeten bijdragen aan het regionale veiligheidsplan en kan die bijdrage afdwingen.

De GHOR-besturen moeten opgaan in de besturen van de 25 veiligheidsregio's. Het veiligheidsbestuur wordt verantwoordelijk voor de voorbereiding van de zorg, brandweer en politie op rampen en crises. De veiligheids besturen krijgen meer macht dan de huidige GHOR-besturen, die slechts afspraken kunnen bevorderen over de inzet van ziekenhuizen en ambulances bij rampen. De GGD'en moeten hun schaal vergroten tot het niveau van de veiligheidsregio.

Publieke taak
Wat de beide raden betreft zijn de veiligheidsbesturen publieke instellingen. Hoewel er bij oefeningen en crises wordt samengewerkt met private dienstverleners, horen die private partijen niet in de besturen van de veiligheidsregio's. Sanders: `Zij hebben geen gezagsverhouding met de burgemeester, de commissaris van de koningin of de minister. Aan hun betrokkenheid doe ik niets af, maar we betwijfelen of ze plaats moeten nemen in de besturen'. Een heldere scheiding tussen publiek en privaat staat wat de raden betreft voorop. Anders dan het kabinet kiezen beide raden ook voor publieke aansturing van de meldkamer ambulancezorg. De meldkamer ambulancezorg moet onder verantwoordelijkheid van het veiligheidsbestuur gaan vallen. Sanders: `Spoedeisend vervoer is in totaliteit een publieke taak, maar dat geldt zeker voor de meldkamers. Omwille van de inzet in acute situaties moet die taak in het publieke domein blijven, vinden wij.'

Daarnaast willen beide raden dat het rijk de veiligheidsbesturen rechtstreeks geld geeft voor de verplichte taken. Omdat de zorg gedeeltelijk privaat is georganiseerd, is er ook onduidelijkheid over de geldstromen. Zo kennen de zorgverzekeraars geen post voor rampenoefeningen. Uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit 2002 kwam naar voren dat maar 81 van de 130 onderzochte ziekenhuizen geld op de begroting hebben staan voor rampenoefeningen. In het rapport wordt gepleit voor twee duidelijke geldstromen: het veiligheidsbestuur betaalt in de toekomst de gezamenlijke rampenoefeningen van de geneeskundige hulpverlening, de politie en de brandweer. En krijgt daarvoor geld van het rijk. Voor oefeningen van de geneeskundige hulpverlening apart dient er geoormerkt geld uit premiegelden beschikbaar te komen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.