Edammer Marco Douma trekt aan de bel over drugsgebruik en –handel bij school De Botter

Edammer Marco Douma trekt aan de bel over drugsgebruik en –handel bij school De Botter
Dat er flink wordt geblowd bij De Botter is duidelijk. De aanwijzingen voor hasj- en marihuanagebruik liggen letterlijk voor het oprapen aan de achterzijde het schoolgebouwtje aan de Hendric Dirckszstraat in Edam. Een groepje hangjongeren geeft ook ruiterlijk toe daar regelmatig een 'stout sigaretje' te roken. Maar dealen? Daar is ze niets van bekend. Ook de politie ontkent dat. Buurtbewoner Marco Douma weet echter wel beter. Er wordt gedeald en er is overlast, zegt-ie. „Maar de mensen zijn bang om daar voor uit te komen. Angst voor problemen en vrees voor waardevermindering van hun huis."
Hoog tijd voor een bezoekje aan De Botter. Want in Volendam gonst het ook van de geruchten dat sinds de hardere aanpak daar dealers hun werkterrein naar Edam zouden hebben verlegd. Marco Douma wil best als gids optreden. Maar pas na achten 's avonds, want vroeger op de dag gebeurt er niet veel. En het is, zo stelt hij, ook niet elke dag raak. Dat Douma bezorgd is, dat is overduidelijk. Hij liet zijn verontrusting onlangs nog blijken in een e-mail aan het college van burgemeester en wethouders. Zonder resultaat stelt de 64 jarige Edammer, die op het gemeentehuis een reputatie van zeurpiet geniet. En ook in het kaasstadje zelf staat hij bekend als iemand die snel zijn mond opentrekt. „Ik ben veel aan de gang geweest. Maar lang niet altijd voor mezelf. Als ik iets zie wat niet deugt, dan kom ik in het geweer", legt hij uit. En volgens Douma is het hoog tijd dat er wat gebeurt aan de drugshandel en -gebruik in Edarn. „Het probleem is alleen: hoe doe je er wat aan? Het dealen wordt zichtbaar geconstateerd. Maar door het college ben ik al eerder naar de politie verwezen en die stuurde me van hot naar her."
In zijn brief aan het gemeentebestuur windt Douma er evenmin doekjes om. „De transacties vinden voornamelijk 's avonds plaats vanuit de Pieter Taemszstraat", schrijft hij onder meer. En hij vraagt om ingrijpen. „Dat is nodig ook", licht hij toe voor de wandeling naar het schooltje. „Want na vier uur 's middags barst hier, de jungle los. Dan kan alles, Politie zie je niet. Nou toevallig heb ik deze week een auto gezien. Dan vallen we hier van verbazing van onze stoel. En als de politie maatregelen neemt, dan doen ze twee weken wat en daarna glijdt het weer langzaam af. Het komt allemaal neer op een gebrek aan surveillance."
Dealers
Om dealers te vinden, hoef je in Edam niet zoveel moeite te doen, zegt Douma. Hij is er regelmatig getuige van geweest. „Bij de Botterschool en op het industrieterrein bij de lts. Of het parkeerterrein bij de Grote Kerk of het busstation. En Nohol niet te vergeten. Dat gaat heel sneaky, razendsnel. Even bij de auto met een geopende laadklep en het is al weer voorbij. En dan heb je ook nog de handelaren, dat is zeg maar de groothandel. Die jongens komen aan in een Mercedes. Dan gaan de raampjes open, er wordt wat overgedragen aan kleintjes en ze vertrekken weer. Het gaat bijna onzichtbaar. In minder dan een minuut is het gebeurd." op de dealers komen weer gebruikers af, legt Douma verder uit. Hoewel hij persoonlijk nog niet heel veel last heeft ondervonden. „De bewoners die er wel last van hebben, die wat dichter bij De Botter wonen, houden de lippen stijf op elkaar. Uit angst voor problemen en waardevermindering van hun huis. Maar dat gevoel van onveiligheid is er. Ik verzet me daar tegen, wil dat niet accepteren."
Het schooltje aan de Hendric Dirckszstraat is al langer bron van overlast geweest volgens de Edammer. „Het is allemaal begonnen, doordat de school ook een hangplek was. Dat is later wel teruggedrongen door een stalen hek aan de voorkant van de school te plaatsen. Het leek daarna over, maar dat is toch niet zo. Ze kunnen er achterlangs toch komen. En zitten daar onder de luifel of in de bosjes. Er wordt geblowd en gedeald. En dat heeft niets te maken met allochtonen of niet, zoals je wel eens hoort. De knapen die gebruiken, dat is van alles door elkaar. Doorsnee jeugd van de middelbare school. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig of ze er ook snuiven en zo."
Wandeling
Tijd dus om eens ter plekke te kijken. Een wandeling tussen huizen door en door het gras langs een sloot brengt ons bij de school. Jongeren zijn er op dat moment niet. Wel twee omwonenden, die de boel een beetje proberen op te knappen. Ze willen niet met hun naam in de krant. En we zijn bovendien te vroeg. „Er is een groepje dat hier hangt en stickies rookt, maar die komen 's avonds later." De overlast valt volgens het tweetal reuze mee. „Ze komen niet meer met brommers langs scheuren." Douma heeft zijn twijfels. Zeker als kort daarna een groepje jongeren arriveert. Op brommertjes. En het echtpaar benadrukt dat zij de verslaggever niet hebben uitgenodigd. „Ze zijn bang", zegt hij later. Toch wekken de jongeren niet de indruk lastig te zijn. „Sorry, jullie hebben toch geen overlast?", vraagt een knaap direct na aankomst. Om vervolgens te wijzen op de overvolle vuilnisbak als excuus voor de rommel op de stoep. Twee van zijn kornuiten komen aanlopen met twee pakken limonade onder de arm. Roosvicé, nota bene. Ook dat bevestigt het beeld van Sodom en Gomorra, van kratjes bier en drugs niet echt.
Het groepje komt, zo blijkt bij navraag, deels uit Volendam en Edam. Ze zijn zo tussen de 19 en 21 jaar oud. Maar hun naam hoeft niet te worden afgedrukt in de krant. „Stel je voor dat mijn moeder er achter komt", grapt er één. Wat ze op de afgelegen plek komen doen? „We komen hier vaak 's avonds. Lekker voetballen, beetje hangen. En we roken wel eens een jointje. Maar er wordt niet gedeald. Tenminste, als wij er zijn niet. Want er staan hier ook wel eens anderen." En we krijgen opnieuw de bevestiging dat het dealen vaak vanuit auto's gebeurt. Als we op de terugweg tussen de huizen lopen, komen we Willem en Fransje Severin tegen ook zij wonen nabij De Botter. „Overlast? Welnee, wij hebben nergens last van. En hangjongeren? Ach, veertig jaar geleden deden wij precies hetzelfde. Werd ik door mijn vader uit het café gesleept omdat het binnen zo donker was", lacht Fransje. Wat ook, opvalt is dat inmiddels, het is half negen geweest, meer jeugd naar het schooltje toestroomt. Op de brommer en snorfiets, of met de auto. „Die zijn zeker uit Volendam gekomen", wijst Douma naar de richting waaruit de voertuigen komen."
Coffeeshop
De woorden van de omwonenden kunnen hem niet van zijn overtuiging afhouden. „Ik ben bang dat het probleem vanuit Volendam, waar men het wel strenger aanpakt, verschuift naar Edam. En pas op dat het zich niet verder verspreidt richting Monnickendam of Marken. De oplossing is veel surveillance en ook daadwerkelijk aanpakken. Maar er ligt ook een grote taak voor het buurthuiswerk. Gebeurt er eigenlijk nog wat voor jongeren bij Nohol. Je moet ze een beetje lokken door het gezellig te maken voor jongeren. Het is net als met de garages in Volendam vroeger. Dat vroeg om een aanpak, maar een goed alternatief is er voor de jongeren niet aangeboden."
“Alleen verbieden helpt dus niet", zegt Douma, die wel een oplossing weet. Alleen dat ligt, zo vreest hij, voorai in Volendam gevoelig. „Men verzet zich nogal, tegen een coffeeshop. Maar ik weet van vroeger dat er in Amsterdam een hasjboot was. Dat werkte geweldig. En in Purmerend zijn toch ook tweecoffeeshops? Het zou voor de jongeren prima zijn. Hebben ze een fatsoenlijke plek waar ze gezellig samen kunnen komen en een jointje kunnen roken als ze dat zo graag willen. Bovendien kun je een jongerenwerker in de buurt zetten, die hulp kan bieden als het nodig is. En wij zijn van de overlast in de wijk af. Want het is toch van de zotte dat mensen in angst moeten leven? En dat jonge kinderen in de struiken bij school met de overblijfselen van drugsgebruik door hang jongeren worden geconfronteerd."