Brandveiligheid Volendams Museum storm in glas water
Brandveiligheid Volendams Museum storm in glas water
's Lands grootste dagblad had vorige week weer eens een sensationeel bericht uit Volendam: Er zou een rel zijn over de brandveiligheid van het Volendams Museum. Blijkbaar zit de krant verlegen om nieuws, want van een rel is geen sprake, integendeel zelfs. Volgens persvoorlichter Cor Kwakman van de gemeente EdamVolendam is de situatie rond de brandveiligheid van het Museum zelfs doodnormaal.
Gemeente Edam Volendam is, zoals het haar betaamt, bezig met het checken van de brandveiligheid van alle openbare gebouwen in de gemeente. Het Museum was dit keer aan de beurt, en die zijn op de normale wijze gewezen op een aantal veiligheidpunten. De gebruiksvergunning van het Museum is gebaseerd op een maximaal aantal bezoekers van 225. De eisen die aan het toelaten van een dergelijk aantal mensen worden gesteld zijn begrijpelijkerwijs heel hoog. Dat dit soort, aantallen in het Volendams Museum nooit voorkomen doet er even niet toe. Het wijzen op een aantal zaken is een normale procedure, die gevolgd moet worden door overleg. Het stellen van een deadline moet daarbij gezien worden als een uitnodiging om er daadwerkelijk 'werk' van te maken, aldus Cor Kwakman. Het betreft hier een normaal ambtelijk traject dar moet leiden tot afgifte van een vergunning.
Overigens heeft het Museum er al 'werk van gemaakt'. Op 14 juni was er een vertrouwelijk gesprek tussen, beheersters Stella van der Kruk en Yoka van Brakel met wethouder Martijn Smit over de crisis binnen het bestuur. In dit gesprek is duidelijk geworden daver een aantal verbouwingen moeten gaan plaatsvinden, waarbij de wethouder volgens de beheersters heeft toegezegd- een en ander na te zullen rekenen. Hierbij is ook de brief van de brand- weer niet de aandachtspunten overhandigd. Navraag leert dat binnen de gemeente dit gesprek niet is opgevat als aanzet tot voortgang van het ambtelijk traject. Het bestuur van het Museum zag dit wel als zodanig. Er is dus sprake van een simpel misverstand in de communicatie tussen beide partijen. De brandveiligheidseisen zijn de laatste jaren flink aangescherpt. Niet in het minst door de brand in het Hemeltje. De vergunning van het Museum is gebaseerd op de eisen van veertien jaar geleden, en wat toen kon, kan nu niet meer. Hier hebben alle bedrijven in de gemeente mee te maken. Het Museun is destijds verbouwd door honderden vrijwilligers, onder leiding en toezicht van de huidige voorzitter Wim Keizer. Deze mensen hebben belangeloos hun inzet gegeven, waarbij heel veel is betaald met schenkingen uit het bedrijfsleven. Dit alles blijkt nu niet goed genoeg meer te zijn.
Als het Museum destijds een vergunning had aangevraagd voor 50 mensen zou er waarschijnlijk helemaal niets aan de hand zijn. Nu is het zo dat de vergunning niet overeenkomt met de situatie, en daar moet simpelweg wat aan gedaan worden, zij het door aanpassing van de gebruiksvergunning, dan wel door aanpassing van de situatie van het Museum. Op de vraag hoe het mogelijk is dat een intern stuk van de gemeente, dat volgens Brandweercommandant Zomer absoluut vertrouwelijk is en nooit naar buiten gebracht wordt, toch op het bureau van een kwaadwillend journalist is terechtgekomen, antwoordt de persvoorlichter dat hier wellicht sprake is van kwade opzet van externen. "Wellicht speelt de problematiek rond het bestuur van het Museum en de groep die het bestuur wil overnemen hier een rol" aldus Cor Kwakman. In ieder geval een fraai stukje riooljournalistiek, gebaseerd op, onvolledige en onjuiste gegevens.
Aanpassingen
Museumbeheerster Stella van der Kruk licht toe dat er, op grond van de gebruiksvergunning voor 225 aanwezigen, er een aantal aanpassingen aan het pand gedaan zouden moeten worden. Zo is er veertien jaar geleden MDF rond de steunpilaren van het gebouw getimmerd. Destijds, een doodnormale zaak, en ook goedgekeurd door de brandweer volgens de eisen van die tijd. Tegenwoordig mag dat niet meer, en het moet dus gesloopt worden. Ook moeten de bordjes van de nooduitgangen, waar nu het bekende "Uit" op staat, worden vervangen door bordjes met een pictogram van een wandelend mannetje.
Bepaald geen halsbrekende zaken, maar wel prijzige, en het Museum, die het gebouw huurt van de gemeente, is niet in staat om dit alles zonder meer te dragen. Het bestuur van het Museum is ook voorzichtig met het initiëren van kostbare verbouwingen, omdat ervaringen bij de Pius X geleerd hebben dat het niet verstandig is op voorhand op eigen rekening kosten te maken. Omdat de Pius X het geld voor een verbouwing in feite voorgeschoten heeft, zitten ze nu met een schadepost van € 30.000,--.
Verder speelt dat de gemeente al een tijd stoeit met de gedachte het Museum te verplaatsen naar een andere locatie. Om nu vergaande dure verbouwingen te doen is dus wellicht kapitaalvernietiging, aldus Stella van der Kruk. Daarnaast is nog niet helemaal,duidelijk of de huurder of de verhuurder de kosten van een eventuele verbouwing moet gaan dragen. Waar het nu om spant is dat het bestuur van het Museum met een afgewogen voorstel naar de gemeente stapt en duidelijk maakt wat ze financieel wel en niet aankunnen. Voortzetting van het ambtelijk traject dus. Dat de beide partijen elkaar zullen gaan vinden is overduidelijk en zoals te doen gebruikelijk.
Een doodnormale zaak, met een doodnormale procedure, die misbruikt wordt om dingen in een verkeerd daglicht te plaatsen en daarvoor buiten proporties wordt opgeblazen.