Niks hoeft, alles mag in Volendam, behalve drugs
Niks hoeft, alles mag in Volendam, behalve drugs
Het is nog licht, zaterdagavond op de kermis in Volendam, maar het vissersdorp verkeert al in een stevige roes. De sfeer is goed. Ontspannen. Niks hoeft en alles mag. Behalve harddrugs. Optreden tegen gebruik en handel daarvan is tijdens de kermis één van de speerpunten van de politie. Een avondje 'stappen' met wijkteam Zeestraat. Een mannetje of zestien heeft het wijkteam tijdens de kermis tot zijn beschikking, van wie vier in burger. Veel voor zo'n dorp als Volendam en ook aanzienlijk meer dan in andere weekenden. De agenten zien veel dingen die eigenlijk niet mogen. Taxichauffeurs, die de regels aan hun laars lappen, meisjes die in hun blote kont door het dorp flaneren, wildplassers. Als ze al die mensen zouden bekeuren zouden ze op één avondje de schatkist met duizenden euro's kunnen spekken. Maar tijdens de kermis mag het allemaal.
,,Er is ook geen beginnen aan'', zegt wijkteamchef Ben de Graaf, die een groepje mannen observeert die aan de Haven vanaf de kade het bier in het water loost. ,,En als ze het in het water doen, vind ik het niet zo'n probleem. Wel als ze tegen gebouwen gaan staan pissen. Maar als je tijdens de kermis iedereen die dat doet wilt bekeuren, dan kom je nergens anders meer aan toe.'' Toch kan De Graaf het niet laten om af en toe een wildplasser aan te spreken. ,,De volgende keer kost je dat 45 euro, vriend.'' Hard gelach en wat gemompel als de kermisganger weg waggelt: ,,Oké vriend. Ik zal het nooit meer doen.''
Doolhof
Het werkterrein van de politie is niet zozeer de kermis zelf, de plekken waar de attracties staan, maar veel meer het doolhof van nauwe straatjes en donkere steegjes eromheen. Daar wordt gebruikt en gehandeld in drugs. Vooral cocaïne, dat doorgaans verpakt is in opgevouwen witte papiertjes, zogenoemde wikkels. De steegjes liggen bezaaid met die wikkels. Meestal leeg, al vond de politie de avond ervoor een aantal volle wikkels, verloren door een dealer of weggegooid door iemand die de hete adem van de agenten in zijn nek voelde. Lang duurt het niet voordat ook de eerste eigenaars van de wikkels in de kraag zijn gevat. Een koppel agenten is nog geen tien minuten op straat of ze hebben beet. Drie knapen van in de twintig slaat de schrik om het hart als plotseling in een donkere steeg een felle zaklamp op hen wordt gericht. Eén van hen heeft een zakje in zijn hand. ,,Wiet'', zegt hij. ,,En heb je verder nog wat bij je'', vraagt één van de agenten. De jongen geeft geen antwoord.
Beteuterd
Alle drie staan ze er behoorlijk beteuterd bij en laten zich gewillig fouilleren. Al hun zakken worden grondig doorzocht. Bij twee van hen wordt een witte wikkel aangetroffen, de derde heeft niets bij zich en mag gaan. De andere twee wordt te verstaan gegeven vooral rustig mee te lopen naar het bureau. Zo niet, dan gaan ze in de boeien. ,,Nee nee, dat hoeft niet'', zeggen ze en ze lopen keurig naast de agenten mee naar bureau Zeestraat. Daar worden ze overgeleverd aan Ben de Graaf, die tevens hulpofficier van justitie is. Hij wijst de jongens op hun rechten en ondervraagt ze kort, afzonderlijk van elkaar. Beiden bekennen schuld en 'doen afstand' van de drugs. Ter plekke wordt bepaald wat voor drug het precies is en om hoeveel het gaat. De 'Narcotester', een ampul met roze vloeistof, kleurt meteen blauw als er een klein beetje van het witte poeder wordt toegevoegd. Dat betekent dat het om cocaïne gaat. De weegschaal zegt: 0,8 gram. "De jongens hebben een probleem'', concludeert De Graaf. ,,Met minder dan 0,5 gram kom je er van af met een lik-op-stukboete van 200 euro. Maar nu dus niet. De zaak gaat naar de officier van justitie.''
In de loop van de avond en nacht blijven agenten gebruikers en handelaren afleveren bij het bureau. Vrijdag- en zaterdagnacht worden totaal twaalf mensen opgepakt, de meesten voor cocaïne, een enkeling wegens bezit van een flinke hoeveelheid xtc. Al met al best een goede score, vindt de politie.