Niet pissen maar snuiven

Niet pissen maar snuiven
Vorige week zijn er in Volendam twaalf mensen opgepakt met cocaïne op zak. Tijd voor een bezoek aan het vissersplaatsje waar cocaïne bij een biertje net zo normaal zou zijn als een koekje bij de koffie. Door Marije Veerman en Sanne Groot Koerkamp
Foto’s Tom van der Leij
“Of ik cocaïne gebruik?” Theo (21) grijnst naar een tiental vrienden. “Ik niet. Als keeper van AZ word ik streng gecontroleerd, maar ik ken wel zes of zeven mensen in dit cafe die wat bij zich hebben. Er is hier net zo makkelijk aan een snuif te komen als aan een biertje”.
Het is zaterdag, een week na de Volendamse kermis, het grootste feest van het jaar. Theo zit met zijn vrienden rond de tafels van café Het Havengat. Hier zijn geblondeerde kuiven nog in de mode en schaamt niemand zich voor elkaar. Er wordt naar hartelust meegezongen met carnavalskrakers en jongens vallen elkaar aan het einde van een nummer liefdevol in de armen. De jongens zijn net klaar met hun favoriete dobbelspelletje waarbij zoveel mogelijk bier gescoord moet worden. De lege bierglazen staan in stapels om ze heen. Maar volgens Theo is dit nog niets. “Die paar biertjes?” roept hij verontwaardigd. “Jullie hadden vorige week moeten komen. Toen liep iedereen hier drinkend en snuivend over de Dijk.”
De Dijk in Volendam. Volgens de verhalen hét drugsparadijs van Noord-Holland. Al jaren wordt het cocaïnegebruik in het buurtje bestempeld als overmatig. In 2002 onderzocht de politie het drugsgebruik onder jongeren. Zeker 50 tot 80% van de uitgaande jeugd zou cocaïne gebruiken. 20% daarvan was verslaafd. Uit recent onderzoek van het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) blijkt dat het gebruik van cocaïne en XTC in het Volendamse uitgaansleven algemeen is geaccepteerd, al wordt de 80% in het onderzoek niet bewezen.
Cor Kwakman, woordvoerder van gemeente Edam/ Volendam vindt het percentage zwaar overdreven. Hij meent zelfs dat het drugsprobleem in Volendam niet groter is dan in de rest van Nederland. “Het verschil is alleen dat wij het niet accepteren en er iets aan proberen te doen.” Wat er precies ondernomen gaat worden door de gemeente kon Kwakman nog niet zeggen. “Maar we gaan er wat aan doen.”
In café Het Gat van Nederland wordt volop gehost. ‘Het Gat’, zoals iedereen het noemt, heeft twee verdiepingen, vier barren en twee dansvloeren. En overal staat het vol met zatte jongeren. Dat 80% van de jeugd zou gebruiken verbaasd Dik (25) en zijn vrienden niet. “Maak er maar negentig van”, grinnikt hij. Hij is elke week in Het Gat te vinden. “Iedereen loopt hier te zuipen en te snuiven. Dat vinden we de normaalste zaak van de wereld. We werken de hele week keihard en verdienen genoeg om onze dure hobby te bekostigen.” Dik kijkt beneveld om zich heen als hij de laatste slok uit zijn glas neemt. Onmiddellijk wordt hem een nieuw biertje in zijn handen gedrukt. Dik knikt tevreden. “Zo gaat dat in Volendam. Iedereen zorgt voor elkaar.”
Die zorgzaamheid is volgens Judith van Dijk, woordvoerder van politie Zaanstreek Waterland, precies de reden waarom het drugsprobleem zo moeilijk terug te dringen is. “De politie van Volendam staat met de rug tegen de muur”, zegt Van Dijk. “Om iemand vast te kunnen houden hebben wij getuigen en verklaringen nodig. Maar iedereen in Volendam houdt elkaar de hand boven het hoofd. Dat is voor ons zeer frustrerend.” Om toch het cocaïnegebruik aan te pakken stuurt de politie elk weekend agenten in burger de straat op. “Onze plaatselijke politie wordt herkent. Dus elk weekend moeten we agenten uit andere steden halen. Zo kunnen we de gebruikers op heterdaad betrappen.”
In café Het Havengat komt Kees (32) net van de wc, besteld een biertje en gaat op een barkruk zitten. “Of ik net gesnoven heb? Nee hoor. Ik hou het bij bier. Na mijn neuscorrectie ben ik veel te zuinig geworden op dit dingetje.” Trots wijst hij op zijn nog steeds forse neus. “Vroeger noemden ze me allemaal ‘Neus’. Nu heet ik gewoon Kaatje.” Dat er in Volendam een groot drugsprobleem is beaamd hij meteen. “Iedereen denkt dat het iets van de laatste tijd is. Maar twintig jaar geleden werd er hier al druk gedeald.” Hij buigt voorover om zich beter verstaanbaar te maken als de volgende smartlap onder luid gejoel wordt ingezet. “Vissers namen het mee vanaf de Wallen om het hier te verkopen. Dat verdiende een stuk beter dan die vis natuurlijk.” Als jongetje van zestien kwam Kees, die nu werkt als stukadoor, al in aanraking met cocaine. “Mijn stamkroeg was toen De Blokhut, het onderste deel van Café Het Hemeltje. De barkeepers verkochten de coke gewoon achter de bar en de wc was bijna groter dan de kroeg zelf. Ze gingen met z’n tienen tegelijk naar binnen om te snuiven. Als ik dan moest plassen zei de barkeeper altijd: ‘Kaatje, je moet niet pissen maar snuiven’.”
Dat het probleem alleen bij jongeren voorkomt, zoals het onderzoek van het IVO onlangs uitwees, is volgens Kees volstrekte onzin. “Alle barkeepers van toen zijn nu zwaar verslaafd. En meer dan de helft van de stukadoors gebruikt ieder weekend zo’n drie gram. Voor veel van mijn vrienden gaat coke zelfs voor hun vrouw en kinderen.” Een oplossing heeft Kees er niet voor. “Gebruiken is te ingeburgerd in Volendam.”
Moedige Moeders, een stichting die speciaal in het leven is geroepen door moeders van de talrijke verslaafde Volendamse jongeren, denkt wel degelijk dat er iets aan gedaan kan worden. “We moeten veel meer praten”, vindt een Moeder die anoniem wil blijven. Haar zoon is 28 en ruim een jaar van de cocaïne af. “Hij gebruikte het al vanaf zijn dertiende en ik had geen idee. Iedereen hield zijn mond erover dicht tegen mij.” Volgens de Moeder ontbreekt er voorlichting in Volendam. “En ondertussen hebben de jongeren geld zat om drugs te kopen, maar geen idee wat die troep aanricht.”
Volgende de stichting is drugs op iedere straathoek te krijgen. En dat blijkt niet overdreven. In discotheek The Movies is het bij de eerste Volendammer meteen raak. “Ik kan wel even voor je bellen hoor”, zegt John met een grote grijns op zijn gezicht. “Mijn vriend Piet heeft wel een handeltje lopen.” Lang blijft John echter niet aan de telefoon. “Zijn vriendin”, verklaart hij lachend. .”Dat is altijd foute boel. Kom mee naar Het Gat. Daar is vast wel wat te krijgen.”
Inmiddels is het half twee, sluitingstijd. Tientallen laveloze jongens en meisjes dringen voor de snackbar. John’s vrienden ‘Arie’ (18) en ‘Kratje’ (20) staan een eindje verderop en zijn aan het werk gezet. “Moet je Piet hebben?” roept Kratje zodat de hele Dijk het kan horen. “Je wilt 1 gram? Weet je het zeker? Wat moet je nou met 1 gram? Het is maar 10 euro, hoor. Dat is altijd zo aan het eind van de avond.” “Ik wil er vijf”, roept Arie tussendoor. Weer wordt er gebeld. “Slikkie Rikkie, met Kratje, heb jij nog over? En John? Bob? Teleurgesteld hangt hij op. “Jullie zijn een beetje te laat. Iedereen is al leeggesnoven.”