Jaar cel geëist voor handel in coke als vriendendienst
Jaar cel geëist voor handel in coke als vriendendienst
„Het was een vriendendienst. Door voor mijn vrienden coke meute nemen uit Amsterdam en daar iets extra's voor te vragen, kon ik mijn eigen gebruik betalen." Dat zei de 32-jarige T.M. uit Volendam vrijdag bij de Haarlemse rechtbank, waar hij terechtstond voor de handel in cocaïne. Officier van justitie A. Peters eiste anderhalf jaar celstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk tegen de man. De verdachte gebruikt al sinds zijn zestiende jaar cocaïne. „In het begin gebruikte ik alleen in het weekend voor de gezelligheid." Sinds zijn achttiende jaar is hij verslaafd. „Ik ben een beetje in dat wereldje gerold. Andere jongens verkochten ook. Daar ben ik in meegegaan om mijn eigen gebruik te bekostigen. Ik maakte geen winst." M. gaf toe dat hij het laatste half jaar voor zijn aanhouding regelmatig vrienden en bekenden voorzag van coke. Hij kocht de drugs in voor 30 euro per gram en verkocht ze voor 32 euro. Hij haalde de drugs in Amsterdam.
„Soms ging ik een keer per week, soms een keer per twee weken. Dan kocht ik hoeveelheden van 10, 20 of 50 gram", legde de Volendammer uit. Bij zijn aanhouding op 9 juni dit jaar trof de politie 110 gram coke bij hem aan, hij was toen net naar zijn dealer in Amsterdam geweest. De man, die vastzit op een drugsvrije afdeling in de gevangenis, zei dat hij na zijn detentie verder wil afkicken. „Ik ben nu veel meer mezelf. Ik wil straks zo gauw mogelijk weer aan het werk. Ik heb er heel veel spijt van wat ik anderen. hiermee heb aangedaan. Het zal nooit meer gebeuren."
Officier van justitie Peters vond de activiteiten van de Volendammer inzitten tussen handel en het verlenen van een vriendendienst. „In de loop van de tijd werden er steeds grotere bestellingen gedaan." De officier vond ook dat het niet uitmaakte onder welke noemer je de drugsleveranties zag. „Ook al zou het een vriendendienst zijn, de gezondheid van anderen breng je ermee in gevaar. Daar gaat het om." Ze vroeg de rechtbank de man een verplicht reclasseringscontact op te leggen, zodat hij met hulp van de verslavingszorg verder kan afkicken.
Volgens advocaat E. van den Pol hebben persoonlijke problemen in het leven van de verdachte er diep ingehakt. „Dat was een voedingsbodem voor een vlucht uit de realiteit." Hij vond het onzin de man nog langer vast te houden en vroeg om een celstraf gelijk aan het voorarrest met daarbij nog een voorwaardelijk deel of een werkstraf. De Volendammer heeft weer werk als hij uit de cel komt. De advocaat vindt het belangrijk dat de man zo snel mogelijk kan terugkeren in de maatschappij. De rechtbank doet 1 oktober uitspraak.