Nieuwe directeur CRN/'t Anker Toon Vos denkt niet aan afbouwen
Nieuwe directeur CRN/'t Anker Toon Vos denkt niet aan afbouwen
De in Heiloo woonachtige Vos (50) was al eerder werkzaam in de gezondheidszorg en was - voordat hij een sabbtical year nam en er tussenuit kneep - acht jaar lid van de Raad van Bestuur van de Brijderstichting. „Ik heb vervolgens een jaar niks gedaan en dan is de tank weer opgeladen en ben je fris in je hoofd. Ik zou het ieder ander - als de mogelijkheid er is willen aanraden." “In april zag ik vervolgens de advertentie. Ik zocht een job in de `zorg', een baan die aansluit bij wat ik kan. Ik wilde ergens voro gaan, iets op sleeptouw nemen. Als ze iemand zochten die alleen op de winkel moest passen, dan zouden ze aan mij de verkeerde hebben. Ik ben meteen gesprekken gaan voeren. Met de mensen van Het Anker en daar omheen. Bijvoorbeeld de vrijwilligers. Dat vind ik zeer bijzonder. Er was een gat geslagen in Volendam en zij zetten de schouders daaronder om er iets aan doen. Dat trof me wel. Zoals onder meer die mensen van het Supportproject, dat is prachtig dat dat kan."
Volgende fase
“De nazorg gaat de volgende fase in", vervolgt hij. „Het accepteren van wat er aan de hand is, dat is nog maar net gaande. Inmiddels heb ik ook veel ervaringen aangehoord van betrokkenen. Bijvoorbeeld omwonenden. Dat moet je niet wegpoetsen. Als ik met sommigen praat, merk ik aan de ene kant dat het leven door gaat, maar aan de andere kant dat het allemaal nog heel vers is. Ii ben bewust langs getroffenen gegaan. Ouders, jongeren. Maar ook langs instellingen, financiers. Alle groeperingen. De rode draad in de verhalen? Dat de ramp nog geen plaats heeft gekregen. En dat de mensen het moeilijk vinden om hulp te vragen. Dat ze toch het gevoel hebben: ik moet het zelf gaan doen. Een vorm van trots. De omgeving zou je toe moeten staan dat je periodes hebt dat het even minder gaat. Veel Volendammers hebben de moraal van: niet lullen maar poetsen. Dat is de kracht van het dorp. Zo zit ik ook een beetje in elkaar. Maar dat gaat niet altijd op. Er moet begrip zijn voor iedereen.
Sommigen hebben geen lichamelijk letsel, maar zij kunnen het toch zwaar hebben." Vos heeft zijn idealen. „Ik zou graag willen toewerken naar een soort van cliëntenraad: met personen uit allerlei géledingen. Van de ouders, jongeren, omwonenden, ouders van overleden kinderen. Bovendien streef ik ernaar dat als iemand die bij Het Anker binnenkomt, diegene niet twee keer hetzelfde verhaal moet vertellen. En het streven dat er geen wachtlijst komt. Dat er privacy is voor de hulpzoekende en dat het laagdrempelig blijft. Dat klinkt allemaal mooi, maar ik blijf zoeken om alles te verwezenlijken. Als de hulpzoekende uit oogpunt van privacy niet naar óns wil komen, moeten we naar hem of haar toe."
„We moeten niet in het mooie pand aan de Julianaweg achterover gaan leunen, denken dat we het weten en zeggen: kom het maar halen. Nee: aanpakken. We moeten direct service kunnen verlenen. De cliënt het gevoel geven bij professionele mensen te zitten. Toegankelijk voor iedereen, dat zou ik graag willen." Per 1 januari 2007 zou Het Anker in afgeslankte vorm verder gaan. „Daar moet je je op voorbereiden. Net als elk bedrijf, moeten ook wij meegroeien met de behoefte. We proberen de hulpvraag in kaart te brengen. Die moeten we toekomstgericht boven water zien te krijgen. En vervolgens ons richten tot de financiers en die te laten zien wat er dan nog speelt."
Ongelofelijk knap
“Verder is de reïntegratie van jongeren op de arbeidsmarkt een belangrijk punt. Onlangs hoorde ik het verhaal van Jan Zwarthoed, die ondanks de problemen met zijn verbrande vingers toch als tandarts aan de slag is. Dat vind ik zo ongelofelijk knap. En daar zijn meer voorbeelden van. Zo hopen wij ook getroffenen te helpen bij het vinden van een plaats op de werkvloer.”
“We gaan bekijken of Volendam United (geleid door getroffen jongeren, red.) en Het Anker meer voor elkaar kunnen betekenen. Dat project is een project wat als mes aan twee kanten snijdt. Door de evenementen met voetbal, sport en muziek doen ze namelijk iets terug voor de gemeenschap. Bovendien doen die jongeren werkervaring op. We hopen er meer jongeren te kunnen stallen in de toekomst." Vos kent de heersende publieke opinie. „Die van: het is al bijna vier jaar geleden. En zo beginnen sommigen betrokkenen ook hun verhaal. Maar als we dan twee kopjes koffie verder zijn, dan beginnen ze te vertellen en merk je hoeveel leed er nog leeft onder de mensen. Daarom hoop ik dat daar begrip voor blijft, zoals Het Anker elke hulpvraag respecteert. En mensen weten dat ze ons altijd kunnen benaderen. We zijn benaderbaar en gaan geen reclamespotje gaan maken van `Kom naar Het Anker'."