Naar de inhoud

Nieuws van het Volendams Museum en Oud Volendam

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Nieuws van het Volendams Museum en Oud Volendam

LAND- EN ZEEVERBINDINGEN VANUIT VOLENDAM
Ook deze week kwamen weer vele positieve reacties binnen over de artikelen in het historische jaarboek dat alle donateurs in de afgelopen weken hebben ontvangen. Reacties of aanvullingen zijn natuurlijk van harte welkom want nieuwe aanvullende gegevens kunnen belangrijk zijn voor de historie van Volendam. Begonnen is aan de naloop van donateurs die niet thuis waren door museummedewerkers. U kunt ook de premiefoto afhalen bij de balie van het Volendams Museum of geen een tip aan de museumbestuurders Kees Tol Tel. 364769, Wim Keizer Tel. 365186 en Hein Tol Tel. 36 4792 en u ontvangt de premiefoto met historisch jaarboek zo snel mogelijk.

Inleiding
In zijn Camera Obscura, geschreven in 1837, windt Nicolaas Beets er geen doekjes om: het Nederland van zijn dagen is naar zijn oordeel maar een bekrompen, achterlijke en suffe natie. Terwijl in Engeland en België al stoomtreinen reden, verplaatste Nederland zich nog per trekschuit, met een snelheid van zo’n vijf kilometer per uur. Voor de passagiers had Beets al evenmin een goed woord over. Hij vond ze stom, bekrompen en achterbaks. Uit zijn eigen omgeving kende hij vele mensen die, door te vaak met de trekschuit te reizen, lafhartig, kruiperig, gierig, koppig en kwelgeesten waren geworden.

Velen houden het erop dat Beets overdreef en ze wijzen dan naar de lovende woorden van buitenlanders over het weliswaar trage, maar op tijd varende en door het uitgebreide kanalennet ook doeltreffende vervoerssysteem per trekschuit. Toen Einstein kwam te spreken over de mogelijke rampzalige gevolgen van een atoomexplosie moet hij gezegd hebben dat je bij zo’n ramp nog het beste af zou zijn in Nederland, omdat daar alles 50 jaar later gebeurt. Nederland heeft zich intussen allang van dat langzame en achterlijke imago bevrijd. Op vervoersgebied is de inhaalslag na de tweede wereldoorlog zelfs zo goed gelukt dat het met de kilometerslange files dagelijks lijdt onder zijn eigen succes.

VERBETERING VERKEERSWEZEN 100 JAAR GELEDEN INGETREDEN
Toch is de algemene verbetering van het verkeerswezen pas zo’n 100 jaar geleden ingetreden. De eerste Nederlandse spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem was dan wel in 1839 geopend maar mede door de drassige grond en de vele bruggen kreeg men pas laat een behoorlijk spoorwegnet op de rails. Nadat België in 1843 al een spoorweg had lopen van Antwerpen naar Keulen werd er 1847 pas een spoorlijn tussen Rotterdam en Den Haag geopend. Rond 1850 vond het goederenvervoer nog grotendeels plaats via de trekvaarten, waarbij de zeilschepen en trekschuiten geleidelijk werden vervangen door stoomboten. De auto en het vliegtuig en zelfs een behoorlijk bruikbare fiets zijn globaal genomen niet eerder dan zo’n 100 jaar geleden uitgevonden en dan was het nog heel lang voornamelijk de meer gegoede burgerij die ervan kon profiteren. Terwijl de stoomboot en stoomtrein pas na 1850 op bepaalde routes als vervoermiddelen werden ingezet bleven wij Nederlanders nog heel lang aangewezen op de ‘benenwagen’, op veerdiensten per zeilboot en trekschuit of op paard en wagen welke laatste onder de benaming koets of diligence en in de steden als paardentram bekend werd. 

GEEN ISOLEMENT DOOR 3 VOORNAAMSTE LANDWEGEN MET ACHTERLAND
De drie voornaamste verbindingswegen vanuit Volendam met het achterland bestonden uit de beide dijkwegen en de weg langs de Zedde. Zo kon men via het Noordeinde per paard en wagen, hondenkar of koets over de dijk langs de Keetzijde naar Edam. In 1881 beschreven de twee Amerikaanse kunstenaars George  Boughton en Edwin Abbey hoe zij via deze route naar Volendam reisden in een bij de Purmerendse Doelen gehuurde koets. Koetsen kon men in 1889 ook huren bij stalhouderij van Holk aan de Edamse Achterhaven. De koets bleef nog lang een veelgebruikt vervoermiddel waarmee de Volendamse schippers en venters zaterdags vanaf Amsterdam maar ook vanaf havens als Hoorn huiswaarts keerden. Via het Zuideinde kwam men terecht op de dijkweg richting Monnickendam, waar men bij het sluisje ook in westelijke richting via de Zedde toegang kreeg tot de jaagweg naar Monnickendam. Dan was er vervolgens het Gouwtje waar je via het Gouwse bruggetje toegang kreeg tot een landpad dat dwars door de weilanden van de Broekgouw naar Edam voerde. Deze oude route langs de huidige volkstuintjes en Brederodestraat enz. loopt door tot de molen van Edam. Op 24 april 1612 liep Ludu Jacobs, de weduwe van oud-burgemeester Jacob Brasker deze weg in omgekeerde richting om zich in een sloot van het buitendijkse land voor het Noordeinde door verdrinking om het leven te brengen. Volgens de archieven werd haar levenloze lichaam de dag erna gevonden door de Volendammers Gerbrand Thymes en Brantgen Claeszoon.
Meer in de richting van de Meer liep ook nog ’t Lange Pad dat overging in de evenwijdig aan de IJe lopende en in Edam uitkomende Mallegang. Een ander pad was het evenwijdig aan de IJe door de Blockwere lopende voetpad, dat bij sloten in planken overging en waarvoor de boeren het zogenaamde recht van overpad dienden te verlenen. Het Catwouder voetpad vanuit Katham sloot daarop aan.

U kunt alle reeds gepubliceerde historische artikelen waaraan honderden uren speurwerk vooraf is gegaan lezen in het jaarboek dat alle ingeschreven donateurs bij de schitterende premiefoto 2004 hebben ontvangen. Na de herstart in 1975 is de werkgroep Premiefoto er al 29 jaar in geslaagd iedere keer een stukje Volendammer historie voor ons nageslacht vast te leggen. Het bestuur dankt alle medewerkers die hieraan hun medewerking hebben verleend heel hartelijk.

Wordt vervolgd en vriendelijke groeten van de werkgroep Premiefoto.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.