Amsterdam houdt geen viswinkel meer over
Amsterdam houdt geen viswinkel meer over
In Amsterdam verdwijnen de viswinkels. Sinds 1997 is het aantal vestigingen met meer dan dertig procent gedaald. "Het beroep is niet meer populair." Jarenlang heeft Jaap Koning in zijn viswinkel gestaan. Nu is het tijd om een stapje terug te doen en de zestig jaar oude zaak in Amstelveen over te geven aan zijn opvolger. "Gelukkig wil mijn personeel de winkel overnemen," verzucht Koning. "Anders had ik een probleem. Ons beroep is niet populair meer. Jongeren worden liever stukadoor dan dat ze in een viswinkel gaan werken. ."
De dalende populariteit is terug te zien in de cijfers. Het aantal winkels in Amsterdam daalt al jaren achtereen. Eind 1997 telde het Centraal Registratie Kantoor 138 vestigingen. In 2003 waren daar nog maar 93 van over. Dat is een daling van 33 procent. De landelijke daling sinds 1997 bedraagt zeventien procent. Die is dus veel minder dramatisch dan in de hoofdstad. Deze snelle afname heeft veel oorzaken. Koning, tevens bestuurder van brancheorganisatie VNV, wijst op de files rond Amsterdam. De meeste viswinkeliers komen uit Volendam.
"Vroeger deden wij er een half uurtje over. De laatste jaren duurt de rit meer dan twee uur," verklaart Koning, die zelf uit Volendam komt. Kees Kwakman, ook een echte Vollendammer, bevestigt dit probleem. Hij is eigenaar van viswinkel Mop in de Jan Evertsenstraat. "Wij moeten 's ochtends voor zeven uur vertrekken. En 's avonds keren we pas na acht uur terug. Probeer met dit soort tijden nog maar eens personeel te vinden." Bijkomend probleem is de opkomst van de vis in de supermarkten. Die pikken een deel van de handel af.
De veranderde samenstelling van de Amsterdamse bevolking speelt volgens Koning ook een grote rol in de terugloop van de viswinkels. Onder Marokkanen en Turken is de Hollandse haring nu eenmaal niet zo'n groot fenomeen. Kwakman erkent deze verandering, maar zegt daar zelf geen last van te hebben. "Allochtonen zorgen voor zestig tot zeventig procent van mijn omzet," zegt hij. "De jonge generatie komt hier echt wel over de vloer." De Volendammer probeert Amsterdammers van buitenlandse afkomst kennis te laten maken met zijn vis.
"Laatst heb ik op een grote school in deze buurt voorgedaan hoe ik vissen fileer. Ik had kibbeling meegenomen voor de kleuters. Als die langs onze winkel lopen, trekken ze hun moeder mee naar binnen. Zo lekker vinden ze de vis." Amsterdamse viswinkels moeten niet alleen allochtonen voor zich winnen, maar ook de tweeverdieners Daarvoor is aanpassing van het assortiment noodzakelijk. "Tweeverdieners eten liever een pizza of een kant-en-klaar-maaltijd," stelt Koning. De visbranche maakt met de gebakken scholletjes al van oudsher kant-en-klaar-gerechten. Maar dat is niet meer genoeg.
"Viswinkels kunnen denken aan volledige maaltijden. Bijvoorbeeld met pasta en rijst," zegt Koning. "Ze moeten de kant op van de traiteurs. Jonge mensen met gezinnen kijken serieus naar kwaliteit."