Naar de inhoud

Pastoor Berkhout vindt weer rust in Breezand

Bron: NHD

Pastoor Berkhout vindt weer rust in Breezand
“Dat ik het naar mijn zin heb in Breezand, dat weten de mensen zo langzamerhand wel, dus daar hoeven we het niet meer over te hebben. Maar het is wel een goed jaar geweest. Ik voel me nu ontspannen." Pastoor Jan Berkhout koos na de jarenlange hectiek in Volendam, waar hij geestelijk leidsman was voor de slachtoffers van de brand in bar 't Hemeltje, de rust van een parochie in de Noordkop. Een wijs besluit zo blijkt.

Het zag er aanvankelijk niet naar uit dat Jan Berkhout priester zou worden. De in het Noord-Hollandse De Rijp geboren Berkhout was de zesde in een gezin, dat uiteindelijk tien kinderen zou tellen. Inmiddels is hij de oudste, want de broers en zussen boven hem zijn allemaal overleden. Berkhout: „Er wordt bij ons vroeg gestorven. Ons gezin was een gewoon, betrokken katholiek gezin. Vader werkte in de wegenbouw en er was een tabakswinkel aan huis die mijn moeder tot op hoge leeftijd heeft gerund. Een ouderlijk huis met veel nestwarmte." Na de lagere school ging Berkhout naar de mulo in Alkmaar. Die school sloot niet helemaal aan bij het onderwijs op de dorpsschool. En dus ging hij in 1955, hij was toen 15 jaar, werken op de afdeling woninginrichting van de Bijenkorf in Amsterdam. Berkhout volgde daar een interne opleiding die later goed van pas kwam bij herinrichten van kerkgebouwen in de diverse parochies. Na een aantal jaren Bijenkorf veranderde hij van baan. In die periode vroeg Berkhout zich steeds vaker af: Is dit nu wat ik wil? Een periode van zoeken volgde. „In het blad van de padvinders, waar voor ik als leider actief was, werden jonge, onge-, huwde leiders attent gemaakt op de mogelijkheid om priester te worden. Dat zette me op het spoor, dat mijn leven een geheel andere wending zou geven."

Late roeping
In 1963 ging Berkhout naar het Limburgse Horst, een opleiding voor 'late roepingen'. Hoewel nog maar 23 jaar gold hij in die tijd toch als laat geroepen voor het priesterschap. Andere priesters waren al na de lagere school op het seminarie gekomen. Na de vooropleiding in Horst ging Berkhout in 1967 theologie studeren aan de Katholieke Theologische Hogeschool in Amsterdam. Berkhout: „Het waren de roerige jaren zestig en die gingen ook aan ons als katholieke studenten niet voorbij. De priesteropleidingen werden omgevormd tot theologische opleidingen waar ook vrouwen werden toegelaten. Door de grote cultuuromslag in kerk en maatschappij was het geen gemakkelijke periode. Er groeide een uiterst kritische sfeer naar de kerk. Vele theologiestudenten wilden geen priester meer worden. Voor mijn eigen spirituele vorming is juist die tijd erg belangrijk geweest. Ik moest steeds bij mijzelf te rade gaan of ik op de goede weg zat."

„Achteraf ben ik blij, dat ik geen seminarie gedaan heb. Veel priesters zijn in die tijd uitgetreden. Ze konden al die veranderingen niet aan. Het Latijn maakte plaats voor de volkstaal, het gregoriaans werd afgeschaft, overal werden beatmissen gehouden. De 'vaders' werden ,afgeschaft, gezag moest zich als zodanig bewijzen. In het weekend naar de kerk gaan was ,niet meer vanzelfsprekend. We zitten nu weer in de tijd van de omslag. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de wal het schip zal keren. Zo heeft het katholiek schoolbestuur hier onlangs krachtig gekozen voor de katholieke identiteit als bron van inspiratie."

Oervraag
Berkhout vervolgt: „De oervraag: 'waartoe is de mens op aarde?' is een vraag waar niemand om heen kan. God is liefde en geeft je over de grens van het leven toekomst. Een tekst die mij altijd raakt is deze: 'Zo zeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden'. Wil je God echt vinden dan moetje op zoek gaan naar het allerdiepste in je zelf."

Na zijn opleiding wordt Berkhout in 1972 benoemd in Wervershoof en een jaar later tot priester gewijd. Berkhout: “Wervershoof voelde als een warme deken. In 1977 volgde Haarlem-Schalkwijk waar ik acht jaar met plezier gewerkt heb. De periode daarna, in Huizen, was minder leuk. Gelukkig kwam na drie jaar het verzoek om deken in Beverwijk te worden." En daarna volgde in 1995 Volendam. Hoewel hij alweer een jaar weg is uit het vissersdorp aan het IJsselmeer heeft hij nog altijd contact met de ouders van de bij de rampzalige brand overleden kinderen. Berkhout: „Het is een heel hechte groep, het is goed dat we nog steeds samenkomen."

Bekend
Na de brand in't Hemeltje werd de pastoor van het ene op het andere moment een bekende Nederlander. Berkhout: „Dat heeft natuurlijk ook een aardige kant, want het is toch een soort erkenning, waardering voor wat je daar gedaan hebt. Ik moest er wel aan wennen dat ik mijn anonimiteit kwijt raakte. Hoe ik het allemaal heb aangekund? Het was gewoon een heilig moeten, ik voelde het als mijn opdracht. Ik zou het nu weer doen. Ik denk dat ik veel ouder moet zijn, om te weten wat het echt voor me betekent. Het ging toen gewoon, je deed het. Ik heb, het ook een voorrecht gevonden dat ik het heb mogen doen." Sinds een jaar is het dan nu Breezand. „Het is hier rustig, ik heb een goed jaar gehad. Tijdens de laatste vakantie merkte ik, dat ik geheel ontspannen was. Dat is een goed teken." De parochie Breezand telt 1800 leden van wie er 180 met grote trouw wekelijks de mis bezoeken. „De rest is ook trouw, maar dan in het niet bezoeken van de mis." Bij zijn intrede hield hij zijn parochie voor: 'Jullie hebben een priester nodig, ik heb jullie nodig, we moeten het samen doen'. „Daarop moetje elkaar steeds blijven aanspreken", meent Berkhout.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.