Naar de inhoud

‘Een doel voor ogen is belangrijk’

Bron: NHD

‘Een doel voor ogen is belangrijk’
De nieuwjaarsbrand heeft diepe gaten geslagen in de gemeenschap van Volendam. Maar uit de schaduwen van die inktzwarte duisternis komen nieuwe bloemen op. Slachtoffers van de brand krijgen nieuwe kansen met aangepast werk. Met een soms verrassende creativiteit en een opmerkelijke inzet storten zij zich op een nieuwe loopbaan.

Eigenlijk had het interview voor Maarten Woudenberg niet gehoeven. De brand is voor hem al zo lang geleden. Iets dat hij af wil sluiten. En slachtoffer voelt hij zich niet. Zoals hij zich evenmin realiseert dat hij als profvoetballer van FC Volendam een voorbeeldfunctie vervult. Dat ook de dromen van de kinderen die brand in 't Hemeltje meemaakten uit kunnen komen. „Als anderen zich kunnen optrekken aan mij, is het okay", stemt Woudenberg toe. „Maar het is niet iets waar ik nog heel veel mee bezig ben. Het is al heel lang terug. Ik vind het heel erg wat er gebeurd is, en er is zoveel ellende uit voortgekomen. Maar ik voel mezelf geen slachtoffer." Echte verwondingen heeft Woudenberg dus niet overgehouden aan de nieuwjaarsnacht. Lichamelijk niet en geestelijk evenmin. Hij kan er vrij goed over praten. „Ik verkeerde in een soort shocktoestand, maar heb alles bewust meegemaakt. Ik lag helemaal ingeklemd onderop een stapel mensen. Eigenlijk had ik de hoop, dat ik het zou overleven, al opgegeven."

Besef
Pas later op het politiebureau, waar hij door een neef werd opgehaald, kwam het besef van wat er gebeurd was. „Toen besefte ik ineens, dat ik aan de dood ontsnapt was." Misschien komt het doordat hij op i januari jarig is, dat hij daarom de ramp geestelijk goed heeft kunnen verwerken. „Vanwege mijn verjaardag moest ik er veel over vertellen. Ik denk dat het praten geholpen heeft, dan verwerk je het gemakkelijker. En het scheelt natuurlijk ook dat ik geen verwondingen heb opgelopen. Als ik de verminkingen van anderen zie, kan ik me voorstellen dat het je niet zo makkelijk loslaat. Het blijft iets dat je altijd met je meedraagt." Van invloed op zijn loopbaan als voetballer is het niet geweest, denkt Woudenberg. Zowel voor als na de brand bleef hij zijn jongensdroom, profvoetballer worden, najagen. „Als je zo'n ramp hebt meegemaakt, word je sneller volwassen. Maar ik geloof niet dat ik daar bij het voetballen voordeel van heb gehad. Het was voor mij een jongensdroom. Ik wilde van jongs af aan profvoetballer worden, ging liever trainen dan naar school. Dat ik dit bereikt heb, betekent echter niet dat ik geen ambities heb. Ik wil graag in de eredivisie spelen en als dat lukt misschien een subtopper."

Behalve Woudenberg maakte van het huidige elftal van FC Volendam ook Kees Kwakman de ramp mee. Een derde, Martin Tol, speelt in het tweede elftal van de club. Toeval? „Ik denk dat het niets met de brand te maken heeft. Het is gewoon een kwestie van talent en een goede mentaliteit. En geluk. De trainer kan het niet in je zien zitten of je kunt geblesseerd raken op een belangrijk moment. Neem Rowin van Zaanen, een maatje van me. Hij heeft zijn kruisbanden gescheurd op het moment dat hij dichtbij een basisplaats was."

Geluk
En geluk, dat heeft de Edammer wél gehad. „Als ik verbrand was geweest, had ik waarschijnlijk niet meer gevoetbald. Ik voel me daar niet schuldig onder, maar ik besef heel goed dat ik geluk heb gehad. Aan de andere kant: degenen die verbrand zijn, zijn misschien blij dat ze leven." Een voorbeeld voor de jeugd voelt hij zich evenmin. „Tijdens het straatvoetbal (vorige week dinsdag, red.) vragen jongens en meisjes om je handtekening en een foto. Maar ik voel me geen rolmodel. Dit is gewoon wat ik wilde en waar ik alles voor heb gedaan en gelaten. Ik heb allerlei keuzes gemaakt voor het voetbal, bijvoorbeeld door niet uit te gaan. Eigenlijk ben ik altijd veel met mezelf bezig geweest."

Wijze raad
Op basis daarvan heeft Woudenberg wel een wijze raad voor anderen. ,;Als je wat wilt bereiken, moetje er alles voor doen. En laten. Dan kun je jezelf ook nooit iets verwijten. Ik denk ook dat het voetbal voor mij een belangrijke uitlaatklep is geweest. Dankzij het voetbal kon ik mijn gedachten verzetten, eens aan iets anders dan de brand denken. Wat dat betreft helpt sport wel: kijk maar naar de handballers. Een doel voor ogen hebben is heel belangrijk, tenminste voor mij wel. Beroep op opvang of ondersteuning heeft hij dan ook nooit hoeven doen. „Ik voel me geen slachtoffer meer. En ik heb ook zoiets van: doe maar iets voor de mensen die het echt nodig hebben. Ik ben ook niet bang voor een terugslag." Want voor Woudenberg was voetbal de beste remedie voor de geest. „Er is bij FC Volendam, denk ik, goed ingespeeld op de ramp. We trainden om het te verwerken. Wim Sier, die een tijd in het ziekenhuis heeft gelegen en allerlei wonden had, speelde aan het einde van dat seizoen nog enkele minuten mee. We zijn met een aantal spelers ook naar het ziekenhuis in België geweest. Dat heeft wel verbroederd. Het zijn allemaal kleine stukjes die het verwerken makkelijker hebben gemaakt."

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.