Naar de inhoud

Raadsvoorstel: Afhandeling bezwaarschriften tegen inzake de locatie Pius X

Bron: Gemeente

Raadsvoorstel: Afhandeling bezwaarschriften tegen inzake de locatie Pius X

Samenvatting
In afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie stelt ons college voor de bezwaren met betrekking tot het voorbereidingsbesluit ongegrond te verklaren.
Naar aanleiding van het genoemde advies en de reactie daarop van ons college wordt de raad gevraagd het bestreden voorbereidingsbesluit nogmaals te overwegen.

Gevolgde procedure
Advies commissie VROM

Toelichting op het voorstel
Op 26 februari 2004 heeft de gemeenteraad een locatiekeuze gemaakt voor de realisering van nieuwe huisvesting voor de Pius X. Tevens is daarbij een voorbereidingsbesluit genomen voor de locatie. Ter plaatse is reeds de bouw van een nieuw verenigingsgebouw mogelijk. Omdat het op voorhand vaststaat dat een nieuw gebouw niet binnen het aangegeven bouwvlak past, wordt door middel van het voorbereidingsbesluit een basis gelegd om een zelfstandige projectprocedure (artikel 19, lid 1 WRO) te kunnen volgen.

Tegen het voorbereidingsbesluit is door de vereniging Red Volendam alsmede enige omwonenden een bezwaarschrift ingediend op grond van Algemene wet bestuursrecht. De commissie voor bezwaarschriften heeft betrokkenen gehoord en het bijgaande advies uitgebracht. De commissie is van mening, dat de Vereniging niet ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat het verenigingsbelang onvoldoende is bepaald. De individuele leden van de vereniging, voor zover die nabij de locatie van het voorbereidingsbesluit wonen en zij afzonderlijk bezwaar hebben aangetekend, worden wel ontvankelijk geacht.

Inhoudelijk komt de commissie tot de conclusie dat het voorbereidingsbesluit niet in stand kan blijven en de bezwaren gegrond zijn. De commissie stelt dat het bouwplan een dermate forse inbreuk maakt op het vigerende bestemmingsplan, dat het onwaarschijnlijk wordt geacht dat de beoogde vrijstellingsprocedure met een positief besluit kan worden afgerond. De commissie meent dat bij globale beschouwing het bouwplan planologisch onaanvaardbaar moet worden geacht.

Ons college kan het advies om de volgende redenen allerminst onderschrijven.
Een voorbereidingsbesluit bestaat uit een eenvoudige verklaring van de gemeenteraad dat voor een bepaald gebied een bestemmingsplan wordt voorbereid. Noch in de wet noch in het BRO 1985 zijn eisen gesteld met betrekking tot de inhoud van een voorbereidingsbesluit. Dat neemt echter niet weg dat een motivering niet achterwege kan blijven. In art. 3:46 Awb is voorgeschreven dat een besluit en dus ook een voorbereidingsbesluit moet worden gemotiveerd. Een ‘aangekleed’ voorbereidingsbesluit kan aanbeveling verdienen voor zover het moet dienen als grondslag voor een verlening van vrijstelling ingevolge artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Bij een voorbereidingsbesluit heeft de gemeente derhalve een grote mate van beleidsvrijheid. Een dergelijke beslissing is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij het bestuursorgaan bestaan over de wenselijke planologische ontwikkelingen. Door de rechter zal dan ook terughoudend worden getoetst. Er zal enkel een streep door worden gehaald indien er sprake is van een voorbereidingsbesluit dat in planologisch opzicht kennelijk onredelijk is te achten.

In het bestreden besluit is de motivering voor het voorbereidingsbesluit duidelijk gegeven. Hoewel er geen bouwplan beschikbaar is - dat is nog in voorbereiding – meent de commissie op basis van een algemene (d.w.z. niet toegesneden op de onderhavige locatie) “artist impression” van een mogelijk plan, dat op grond van globale beschouwing al duidelijk is dat het bouwplan in planologisch opzicht onaanvaardbaar is. Zij verwijst daartoe naar een uitspraak van de Raad van State. Deze ongepubliceerde uitspraak is summier en biedt weinig houvast als referentiepunt. De casus wordt slechts in algemene termen vervat. Het is dan ook de vraag in hoeverre de onderhavige casus vergelijkbaar is.

De commissie heeft op deze wijze een oordeel geveld zonder een gedegen belangenafweging op basis van een reëel plan. De commissie acht het zelfs onwaarschijnlijk dat een vrijstelling en verklaring van geen bezwaar kan worden verleend. De commissie heeft zodoende eigenlijk al op basis van summiere gegevens de belangenafweging gemaakt die in de zelfstandige projectprocedure thuishoort. In dit verband wijzen wij u erop, dat de zelfstandige projectprocedure ex artikel 19, lid 1 uitsluitend aan de orde is, vanwege het feit dat een verenigingsgebouw als de Pius X, in een hogere milieucategorie (cat. 3) valt. Anders had kunnen worden volstaan met een lichtere, zogenaamde aangewezen projectprocedure als bedoeld in artikel 19, lid 2 WRO. In dat geval had de provincie geen enkele rol gespeeld in de vrijstellingsprocedure.

Verder merkt de commissie op, dat er ook geen ontwerp-bestemmingsplan beschikbaar is waaraan kan worden getoetst. Dit is voor het voorbereidingsbesluit niet relevant. Overigens ook niet voor een vrijstellingsprocedure. Kennelijk gaat de commissie ervan uit, dat ontwikkelende jurisprudentie ten aanzien van artikel 19 zoals die vroeger gold, nog steeds geldt voor de huidige vrijstellingsprocedure. Die criteria – waaronder dat er voldoende duidelijkheid moet zijn m.b.t. het toekomstige planologische regime bijv. middels een daadwerkelijke planherziening - zijn niet meer aan de orde (zie onder meer Raad van State, 17-12-2003, BR 2004, p.238).

Via het nieuwe artikel 19, lid 1 WRO heeft de wetgever voorzien in een naast de bestemmingsplanprocedure staande en los daarvan toepasbare, bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling van het geldende bestemmingsplan voor een project. Voor de toepassing geldt de eis dat het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing.
De commissie meent op voorhand dat deze ruimtelijke onderbouwing voor het onderhavige project niet is te maken. Wij merken overigens wel op, dat naarmate de inbreuk op het planologische regime ingrijpender is de eisen voor een goede ruimtelijke onderbouwing zwaarder zullen zijn. Hierom gaat het nu evenwel niet: het gaat hier om een voorbereidingsbesluit.

Het voorbereidingsbesluit m.b.t. de Pius X vloeit direct voort uit de eis van artikel 19, lid 4 WRO, waarin staat dat bij bestemmingsplannen van 10 jaar of ouder op zijn minst een voorbereidingsbesluit nodig is teneinde een projectprocedure te kunnen voeren. Deze bepaling beoogt een prikkel te zijn om tijdig tot planherzieningen over te gaan. In de praktijk wordt die doelstelling veelal niet bereikt. De enige functie van dat artikel is een beinvloedingsinstrument voor de raad betreffende het gebruik van de vrijstellingsbevoegdheid door burgemeester en wethouders. Door te weigeren een voorbereidingsbesluit te nemen, kan de raad voorkomen dat burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen.

Concluderend zijn wij van mening, dat de commissie reeds ongefundeerd een ruimtelijke afweging heeft gemaakt die in vrijstellingsprocedure thuishoort en daaruit de voorbarige conclusie trekt dat het plan ter plaatse niet mogelijk is. Hoewel het de commissie vrijstaat in het kader van de algemene wet bestuursrecht in het kader van heroverweging ook beleidsmatige aspecten te betrekken, gaat naar onze opvatting de commissie in dit geval te nadrukkelijk op de stoel van het gemeentebestuur zitten. De terughoudendheid die de commissie bij andere gevallen ( voorbereidingsbesluiten m.b.t. aanleg transferium en de Zuidpolder-Oost) ten toon spreidt, is in het onderhavige geval afwezig, zonder dat dit voldoende is onderbouwd. Op grond van het vorenstaande stelt ons college zich op het standpunt dat in afwijking van de bezwaarschriftencommissie de bezwaren tegen het voorbereidingsbesluit ongegrond dienen te worden verklaard. Wij stellen dat dienovereenkomstig voor.

Dilemma
Dit gezegd hebbende ziet ons college zich voor een dilemma geplaatst. Ons college staat nog steeds positief tegen de door uw raad gedane locatiekeuze. Wij achten die plaats nog tussen alle mogelijkheden een goede optie voor een nieuw gebouw voor de Pius X. Zoals bekend was onze eerste keus de locatie Maria Goretti, die echter door het Club- en Buurthuiswerk als onaanvaardbaar werd beoordeeld en voor deze instelling aanleiding was tot het voeren van een handtekeningenactie. Naast de planologische overwegingen was bij de keuze van de Populierenlaan voor ons eveneens van belang dat het bestuur van CBW deze locatie van meet af aan ook als geschikt had beoordeeld.

Aan de andere kant is het duidelijk, dat ter wille van de geloofwaardigheid en transparantie aan de burger nauwelijks is uit te leggen, dat wij om juridische redenen het oordeel van de genoemde commissie niet kunnen onderschrijven. De juridische finesses van een contrair advies onzerzijds aan uw raad zijn moeilijk uit te leggen aan de burger die het uitsluitend om de inhoudelijke strekking van het besluit gaat, ook al dient dat in dit stadium naar onze mening nog niet aan de orde te zijn.

In dit beladen onderwerp stelt ons college zich dan ook thans de vraag, of, indien het politieke draagvlak in de raad voor de locatiekeuze twijfelachtig blijkt, het wellicht beter is het voorbereidingsbesluit in te trekken. Wij vragen uw raad hieromtrent een besluit te nemen. De locatie van een goed onderkomen voor De Pius X is voor Volendam van het grootste belang. Na een moeilijke afweging – elke optie heeft zijn voor en tegen - is door de raad de locatie Populierenlaan als best denkbare oplossing naar voren gekomen. Het kan echter niet zo zijn, dat een gemeentebestuur op een te smalle basis dit project op die locatie tot een goed einde probeert te brengen. Naar aanleiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie leven binnen ons college daarover vragen en derhalve verzoeken wij u hierover het oordeel van de raad uit te spreken.


Edam-Volendam, oktober 2004
Burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris, de burgemeester,

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.