Naar de inhoud

Hier geloof ik in

Bron: Libelle

Hier geloof ik in
20 vrouwen van Nederland vertellen, ik vertel mijn strijd. Gary Kok (54) zet zich vol vuur in voor het welzijn van de jeugd in haar dorp Volendam. Samen met ruim veertig andere ‘Moedige Moeders’ bond zij het afgelopen jaar de strijd aan tegen het excessieve drugsgebruik in de zo gesloten gemeenschap. Haar spontane actie leidde tot landelijke media aandacht. “Dat had ik niet verwacht”, zegt ze zelf, maar in het gesprek blijkt al snel dat ze niet van plan is om minder energie te steken in haar initiatief.

“Mijn zoon Ruud was het makkelijkste en liefste kind van de wereld. Toen hij een jaar of veertien was dacht ik voor het eerst dat er iets niet in orde was met hem. Hij bleef dat jaar zitten, hij zag er slecht uit en hij veranderde. Hij gaf niets meer om mooie kleren, droeg alle dagen een housepak. Eigenlijk herkende ik mijn eigen kind niet meer…”

“In eerste instantie dacht ik dat Ruud aan het puberen was. Pas later zag ik in dat hij, het lieve jongetje, in een groep met drugsgebruikende vrienden terecht was gekomen. Hij wilde meedoen en gebruikte daarom ook. Ruud besloot dat hij in de bouw wilde, net zoals zijn vrienden. Dan zou hij veel geld hebben en kon hij doen en laten wat hij wilde. Hij werd stucadoor, maar al heel snel zag ik dat hij dat lichamelijk niet aankon. Hij woonde in die tijd nog thuis en was ’s ochtends zijn bed niet uit te krijgen. Ook viel het me op dat hij in korte tijd vier keer van baas veranderde. Hij had er steeds een prachtige verklaring voor, maar hij bleek telkens te worden ontslagen… Op een dag vond ik spullen op zijn kamer, zoals wikkels waarin cocaïne had gezeten, waaruit ik kon opmaken dat hij drugs gebruikte. De situatie bij ons thuis verslechterde met de dag; hij begon geld en spulletjes van mij te stelen en nam ook dingen weg uit de winkel die ik toen nog had. Op het laatst verdwenen er zelfs grote spullen uit huis, het was onhoudbaar. Als ik probeerde er met Ruud over te praten, was hij volstrekt niet voor rede vatbaar. Het leek wel of hij niet meer kon denken, hij reageerde puur emotioneel. Inmiddels was me duidelijk dat hij ernstig verslaafd was, maar daar wilde hij niets over horen. Hij zei dat iedereen in Volendam gebruikte, maar dat het geen probleem was. Hij was er van overtuigd dat hij kon stoppen met gebruiken op het moment dat hij dat wilde.”

“Hij was bijna negentien toen ik een ingrijpend besluit nam; ik gaf hem een oneway ticket naar Australië. Ik zorgde er natuurlijk voor dat hij hier verzekerd was en dat hij geld had om de eerste week daar door te komen. Maar het geld voor de terugreis moest hij zelf verdienen in Australië. Ruud bleef een jaar weg en kwam als herboren terug. Hij ging weer thuis wonen en kreeg een lieve vriendin. Het ging anderhalf jaar lang fantastisch! Hij haalde in die tijd zijn MBO-plusdiploma en kluste bij als stucadoor. Ik was zo blij dat hij zijn leven weer op poten had!

Toch voelde ik dat het niet helemaal in de haak was. Achteraf bleek dat hij direct na Australië voor het eerst weer drugs kocht. Het ging slecht met Ruud, hij werd meer en meer een zombie die met niets anders bezig was dan met geld en drugs. Ik was ten einde raad, ik wist niet meer wat ik zou kunnen doen om hem te helpen. Ik vond het vreselijk om mijn zoon te zien afglijden. In wanhoop ben ik naar een vriendin gestapt die psycholoog is. Zij zei dat ik naar de gemeente moest stappen. Ik kon Ruuds aftakeling niet meer aanzien. Dat deed zoveel pijn… Ik zette hem het huis uit en hij kreeg een flat.”

“De verslavingsproblematiek is hier ernstig. Het landelijke percentage van jongeren dat verslaafd is aan drugs is 13 procent. Hier is dat 20 procent. Natuurlijk is er ook een grote groep jongeren die niet gebruikt, zij worden gestigmatiseerd. Dat is heel vervelend, maar een aanzienlijk percentage van de jongeren in Volendam heeft echt een probleem. Er heerst hier een sterke groepscultuur. Als je als jongere in een uitgaansgelegenheid bent en iedereen om je heen gebruikt drugs, dan moet je wel erg sterk in je schoenen staan om te weigeren.
Terwijl ik zag dat mijn eigen kind naar de knoppen ging, vond ik de kracht om iets te doen aan het probleem. Door de winkel die ik toen nog runde, kende ik veel mensen. Ik hoorde zoveel problemen voorbijkomen. Ik dacht: daar moet toch iets tegen te doen zijn? Zelf had ik niets meer te verliezen. In april van dit jaar heb ik bij de gemeente aan de bel getrokken. Ik wilde graag een pand hebben, zodat we de moeders van de kinderen met een drugprobleem en de jongeren die van hun verslaving af willen de gelegenheid konden bieden om elkaar te ontmoeten. Tegelijkertijd heb ik inde lokale media aandacht gezocht voor het drugprobleem in Volendam. Gelukkig vond ik bij de gemeente een luisterend oor. Er bleek een potje te bestaan voor drugsbestrijding, maar daar werd op dat moment niets mee gedaan. Vooral het idee dat het probleem werd aangeroerd door een Volendamse, sprak mijn contactpersonen wel aan. Ik kreeg een pand toegewezen en subsidie. De gemeente stelde bovendien een straathoekwerker aan, voor twintig uur in de week.

Ik kwam met veel moeders in contact en had al heel gauw een groepje van twaalf moeders om me heen verzameld. We noemden onszelf ´Moedige Moeders´. We zijn nu vier maanden verder en met z´n 45-en. 45 moeders die schreeuwen om hulp, omdat hun kind verslaafd is…En elke week komen er nieuwe moeders bij. Bovendien komen hier ook veel vrouwen die nog niet zeker weten of hun kind drugs gebruikt. We verschaffen hen informatie.”

“Onze drugsgebruikende kinderen worden gepamperd. Het is bijna zo dat ze leren hoe ze sociaal drugs kunnen gebruiken. Als je op een site komt van een hulpverleningsinstantie kun je daar lezen hoe je een joint moet draaien en welke uitwerking verschillende drugs hebben. Dat leidt toch nergens toe? Het gedoogbeleid in Nederland is absurd, we moeten onze kinderen afschrikken! Ruud heeft korte tijd in een afkickcentrum gezet in Noord Holland. Hij was daar zo vrij als een vogeltje, hij mocht zijn pinpas houden en zijn mobiele telefoon… Na vijf dagen werd hij alweer ontslagen. Nou, ik kan je vertellen dat hij toen niet van de cocaïne af was. Op verzoek van Ruud, die inmiddels gelukkig in was gaan zien dat hij toch een probleem had, ben ik op zoek gegaan naar een verslavingskliniek waar een streng regiem heerst. Die vonden we in Schotland, daar zit hij sinds augustus.

Ik ontdekte dat Parnassia in Den Haag ook een goed instituut is, zij pakken verslaafden minder vrijblijvend aan. De hulp wordt geboden in combinatie met de familie en er is nazorg op het gebied van wonen en werk. Moedige Moeders gaan samenwerken met Parnassia, binnenkort komt er opvang voor drugsverslaafde kinderen in Volendam.”

“Ruud moet nog máánden in Schotland blijven, maar ik merk nu al dat hij een ander kind is. Hij begint weer menselijke trekjes te vertonen, maar het zal nog wel even duren voor hij zich als mens weer waardevol voelt. Ik wil natuurlijk het beste voor mijn kind, maar ik wil ook dat er in Nederland iets verandert. Ik vind dat kinderen normaal moeten kunnen uitgaan, zonder dat ze met drugs in aanraking komen. Er is dus nog flink wat werk aan de winkel, want we willen ook landelijk iets te weeg brengen.”

Interview: Alida Dijk. Fotografie: Bart Brussée Styling: Geraldine Caraballo. Visagie: Manonne Boerema.

(Noot webmaster: Voor meer informatie www.moedigemoeders.nl)

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.