Naar de inhoud

Martijn Roos van Alex & the Citycrew

Bron: Stadskrant

Martijn Roos van Alex & the Citycrew
Martijn Roos (45) was niet alleen oprichter en rapper van Nederlands eerste hiphop-band (Alex & the Citycrew), maar veel mensen zullen hem waarschijnlijk ook kennen van zijn (kortstondige) directeurschap van TalkRadio en JazzRadio. Verder redacteur en schrijver voor tal van bladen en zo nu en dan te zien in vlotte reclamespotjes. In zijn Edamse jeugd leerde hij met kikkers communiceren en stond mede aan de wieg van spectaculaire dansfeesten in zowel Edam (Nohol) als Amsterdam. Martijn Roos is eigenaar van Edams spannendste woning en denkt daar op zijn oude dag terug te keren.

“Vanaf mijn geboorte (1-4-1959) tot mijn 23e heb ik in Edam gewoond (ofschoon ik eigenlijk in de Boerhaave.kliniek geboren ben dus officieel ben ik Amsterdammer) Mijn jeugd was rimpelloos, wonend aan de dijk, bij het IJsselmeer, in een bizar mooi huis, omringd door water, weilanden en rust.”

“Mijn moeder Amy gaf les op het Montessori Lyceum in Amsterdam en Aart, mijn vader, die beeldend kunstenaar is, had er een atelier in het Amsterdam-centrum, dus het was niet meer dan vanzelfsprekend dat ik vanaf de kleuterschool in Amsterdam op school zat. De lagere school werd de ASVO op het Frederiksplein (een onstuimige, hippe school), de middelbare school werd het Montessori Lyceum (minstens zo onstuimig en leuk in de jaren zeventig). Vanaf mijn vierde was ik dus forens. Ik geloof dat ik de weg Edam-Amsterdam zo’n 300.000 keer heb afgelegd. Ik woonde wel in Edam maar mijn leven speelde zich minstens voor de helft in Amsterdam af.”

“De Edamse helft bewoog zich vooral rond mijn ouderlijk huis, Huis de Meeuwen, de haven en het boerenland daar omheen. In mijn kinderjaren kwam ik natuurlijk wel in het stadje maar van zoiets als Bosvolk had ik bijvoorbeeld geen weet. Mijn Edamse vrindjes waren boerenkinderen uit het buurtje en langs de dijk. Broertjes of zusjes had ik niet dus mij alleen vermaken, verhief ik tot een hogere kunst. Zo hield ik slakkenraces in de tuin, hield in tabellen bij hoeveel eenden van een bepaalde soort neerstreken in de gracht van het fort, leerde praten met kikkers (is nog te zien op een film van fotograaf, cineast Ed van der Elsken, red.) en liet deze op mijn hand zitten of tuurde urenlang naar de slachtingen die zich voltrokken tussen allerlei gedierte in de boerensloot.
Nog een wonder dat ik geen zonderlinge, sociaalgestoorde Nico de Haan geworden ben. De liefde voor de natuur die in die tijd opvlamde, heeft me trouwens niet meer verlaten. Aan de andere kant ontstond er rond mijn zestiende een drang tot groots en meeslepend leven, die zich vooral begon te manifesteren in het bezoeken van nachtelijke Amsterdamse dansfeesten, waarbij ik vaak doorhaalde en ’s ochtends vroeg de eerste bus terug naar Edam nam. Tja, puberteit in het legendarische begin van de discotijd, dan weet je het wel.”

“Later, rond mijn twintigste ben ik me wat meer met het leven in Edam gaan bemoeien. Ik kreeg een soort Edamse periode. Dat wil zeggen, veel Nohol bezoek, verliefd op Edamse meisjes en feestjes bij mensen thuis (de huisfeesten van Ben Visser en Onny Huisink waren in dat verband legendarisch). In die tijd ontstonden er een paar hechte Edamse vriendschappen, maar Amsterdam bleef altijd aan me trekken. Qua werk, qua cultuur, qua uitgaansleven, qua alles eigenlijk. En uiteindelijk raakten de Amsterdamse vrienden in de meerderheid. Tijd om te verhuizen, dichter bij de bruisende bron.”

“Van toen tot nu heb ik van alles gedaan. Studie journalistiek, als redacteur gewerkt bij een twintigtal tijdschriften, rapper van de eerste Nederlandse hiphop-band, talkshow-host in een Amsterdams café, directeur van JazzRadio en TalkRadio, manager van reclamesociëteit Baby. Ik woon nog steeds in Amsterdam en schrijf andermaal voor tijdschriften.”

“Mijn vader is onlangs verhuisd naar verzorgingshuis De Tien Gemeenten in Purmerend, mijn moeder woont nog steeds in Huis de Meeuwen, dat inmiddels mijn eigendom is. Ooit ga ik daar terugkeren. Naar dat waanzinnige huis op die geweldige plek. Maar nu nog even niet.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.