Reisverslag uit Phuket (van zondag 9 tot vrijdag 14 januari 2005)
Reisverslag uit Phuket (van zondag 9 tot vrijdag 14 januari 2005)
Op zondag 9 januari kwamen we vroeg aan in Bangkok. Hier bleek dat de eerstvolgende binnenlandse vlucht naar Phuket, om ca. 9.00 uur in de ochtend, was afgelast: geen aanbod van passagiers. De volgende vlucht, pas om 5 uur in de middag, had bijzonder weinig passagiers: 8 in totaal, in een vliegtuig voor meer dan 200 passagiers. Dit wordt nog het grootste probleem voor Phuket. Het seizoen is verloren en het is nog maar de vraag of het toerisme ooit weer hetzelfde niveau zal bereiken.
De ramp die deze mensen heeft getroffen is dus nog lang niet voorbij. Na een noodgedwongen rustdag zouden we eergisteren over zee naar het eiland Ko Lanta gaan, waar zich een ander dorp van `ons´ vissersvolk - Chao Lee genaamd - bevindt. Van dat dorp weten we nog steeds niet hoe groot de schade is. De reis moest echter worden afgelast, onder andere omdat het gerucht ging dat er weer een tsunami zou komen. Ook gisteren kon de reis niet doorgaan. Vandaag was de zee "te hoog", zodat de reis nu voor morgen (donderdag) gepland staat.
Eind vorige week zijn in Rawai de beloofde enveloppen met geld rondgedeeld, zodat de mensen zich voorlopig geen zorgen hoeven te maken over de eerste levensbehoeften en aan het werk kunnen met het opknappen van de boten. Omdat er slecht wordt geregistreerd wie bij wie hoort en hoeveel kinderen van wie zijn, ja zelfs de vraag of de tweede vrouw ook een tweede gezin betekent, was het een behoorlijke opgave om dat in goede banen te leiden. We bemerkten echter al snel dat het pessimisme omsloeg in optimisme. Overal zag je kleine initiatieven, er waren zelfs schippers die meteen hun bootje begonnen op te knappen, met de schaarse middelen die beschikbaar waren. Afgelopen zondag heeft een Nederlandse dame die ook begaan was met wat de vissers was overkomen, een serie foto's gemaakt van alle boten, van de beschadigingen en van de schippers waarvan de boot helemaal was vergaan. Hiervan zijn ook videobeelden gemaakt, die ons te zijner tijd ter beschikking zullen worden gesteld.
Maandag hebben we de mensen laten weten dat de kosten van reparatiemateriaal door ons vergoed zullen worden. Dat konden ze echter niet geloven. De dag verliep erg rommelig en iedereen ging zo'n beetje zijn eigen gang. Samenwerken hadden deze mensen al lang niet meer gedaan en dat brak ze nu op. Maar al snel kregen ze in de gaten dat het zo niet moest en dat de coördinator ter plaatse, een man met ervaring en net als wij vrijwilliger, de zaak in handen moest nemen.
Volledige ommekeer
Dinsdag bracht een volledige ommekeer. De coördinator had al gezorgd voor een botentimmerman. Vervolgens organiseerde hij samenwerkingsverbanden en maakte hij goede afspraken met de vissers over hulp aan andere vissers als hun eigen boot af zou zijn. Er was een kleine partij hout aangekomen, maar dat was vooraf al besteld en eigendom van 10 mensen. Jan heeft het voor elkaar gekregen dat die partij in principe voor iedereen beschikbaar kwam. Gelijk kwamen we er ook achter hoe we aan meer hout konden komen en werden de samenwerkingsverbanden uitgebreid.

De eerste boot, zeg maar bootje, kwam gereed en Jan betaalde de materiaalkosten. (De vissers moeten overigens allemaal een klein deel zelf betalen.) Plotseling gonsde het in het dorp dat het toch echt waar was en dat er echt werd uitbetaald. Er ontstond toen een spirit en geestdrift waarvan Jan zei dat het vele jaren geleden was dat hij de mensen hier zo positief en geestdriftig had gezien. Er zijn ook nogal wat toeristen langsgekomen, die stuk voor stuk tot de conclusie kwamen dat je de ellende in het dorp op een afstand niet kunt zien. Alleen als je de moeite neemt dichterbij te komen wordt het probleem pas in zijn volle omvang zichtbaar. Op woensdag zijn er weer wat uitbetalingen gedaan. De vissers is nu ook beloofd dat we hetzelfde zullen doen met de motoren, die deels verloren zijn gegaan en deels een zware reparatiebeurt moeten ondergaan.
Bezoek aan vissers Ko Lanta
Op donderdag 13 januari hebben we een bezoek gebracht aan de vissers op het eiland Ko Lanta. Vanwege de vrij hoge zee duurde het bijna 2 uur om Ko Lanta te bereiken. Onderweg was het zeer opvallend dat we, waar we ook keken tussen de eilanden die we passeerden, letterlijk niet een vissersbootje zagen. Normaal wemelt het hier van de bootjes. Bij veel eilanden zagen we ook dat de onderste begroeiing, ook bomen, inmiddels behoorlijk begon te verbleken, vergiftigd door het zoute water. Tussen de eilanden van Ko Pi Pi doorvarend, bereikten we de noordpunt van Ko Lanta. Kort daarna kwam de afgesproken auto om ons, over land, naar de zuidpunt te brengen, een uithoek van het eiland waarnaar de vissers hebben moeten uitwijken door de hotels en het toerisme. Na zo'n 30 minuten stoffige en onverharde wegen bereikten we de zuidpunt. Inmiddels hadden we al wel begrepen dat de kleine vissersnederzetting in het noorden van het eiland ook schade had geleden, maar dat dit een relatief welvarende gemeenschap is, die wat meer is ingesteld op het toerisme. Zij redden het wel op zichzelf.
Dorpje uit angst voor de zee verlaten
Op de zuidpunt aangekomen verbaasden we ons over de pracht van de natuur hier. Het baaitje dat wij bezochten, met het aan zee gelegen dorpje, was verlaten. De mensen waren de heuvels ingetrokken, bang voor de zee. Toch kwamen zich langzaamaan nieuwsgierigen melden. Na een tijdje heen en weer gepraat te hebben, waren er voldoende mensen om het doel van ons bezoek uit te kunnen leggen.
Dankzij de ervaring die we inmiddels in Rawai hadden opgedaan, waar we er noodgedwongen langer dan een week over deden om de beste weg te leren kennen, konden we de mensen hier heel snel duidelijk maken wat we kwamen doen en welke medewerking we van hen verwachten om het gewenste doel te bereiken. De plaatselijke overheid was hier al wel wezen kijken, maar was tot op heden nog niet verder gekomen dan inventariseren hoeveel gezinnen hier leven. In totaal gaat het om zo'n 95 gezinnen met zo´n 40 bootjes, verdeeld over 5 baaitjes. Ook hier stelden we elk gezin een envelop met geld voor de eerste levensbehoeften in het vooruitzicht. Daarnaast beloofden we hulp bij de reparatie van de boten als ze het met onze voorwaarden eens zouden worden.
Onderlinge spanningen en irritaties overwonnen
Bij het vertellen van onze bedoelingen en voorwaarden kregen we van de mensen te horen dat er op het eiland al jaren sprake was van onderlinge spanninkjes en irritaties. Ze waren daarom bang dat samenwerken, onze belangrijkste voorwaarde voor hulp, op barrières zou stuiten. Wij stelden klip en klaar dat we ze alleen konden helpen als ze allemaal over deze barrières heen zouden stappen en onze voorwaarden zouden accepteren. Er kwam wat schot in de onderhandelingen toen ze stelden dat, als ook de schippers in de nederzetting op de heuvel, beloofden onze voorwaarden te zullen naleven, zij in elk geval akkoord zouden gaan.
Toen dus de heuvel op. Hier troffen we een klein schooltje aan onder leiding van katholieke nonnetjes. Heel eenvoudig allemaal: een leeg lokaal, met een schoolbord en de kinderen gewoon op de grond.
Ook werd er, tussen de bomen buiten, door predikers bijbelonderricht gegeven en werden er bijbels uitgedeeld aan mensen die in de meeste gevallen niet eens konden lezen en schrijven. Terwijl de schoolnonnetjes heel goed werk deden, deden deze predikers niets om de echte nood te verlichten. Daar begreep ik eerlijk gezegd maar weinig van. Op de heuvel voerden we hetzelfde overleg met de daar aanwezige schippers. Toen ook hier positief gereageerd werd, konden de echte onderhandelingen van start gaan. Gereedschap en basisbenodigdheden, zoals spijkers, speciale verf en lijnolie, dat was waar het hier in de eerste plaats om ging. Wij spraken af dat we, naast de envelop voor elk gezin, een afzonderlijk bedrag beschikbaar zouden stellen om deze spullen te kunnen aanschaffen. Het bedrag was voldoende om drie sets gereedschap te kunnen kopen en de benodigde basismaterialen. Naar het voorbeeld van Rawai zou men dan met drie teams aan de slag kunnen. Levend op een afgelegen eiland, hadden de vissers zichzelf de vaardigheid eigen gemaakt eenvoudige werkzaamheden aan de boten zelf te verrichten. Ze konden dus voorlopig vooruit. In de tussentijd konden we dan op Phuket kijken of er botentimmerlui waren die een tijdje op Ko Lanta wilden werken.
We spraken af dat we na zo'n 2 weken zouden terugkomen om te zien of alles was gelopen zoals afgesproken. Zo ja, dan zouden we het budget zonodig aanvullen. We hebben er geen misverstand over laten bestaan dat ze verder niets zouden krijgen als achteraf zou blijken dat ze niet volgens onze voorwaarden aan de slag waren gegaan. Dat klinkt misschien hard, maar is wel de manier hier. Iedereen was het er mee eens en we werden van alle kanten met de, in Thailand gebruikelijke, charmante "waai" bedankt. Ook de dames van de bijbelles, die aanvankelijk heel achterdochtig naar ons keken, toonden hun dankbaarheid. Vervolgens gingen we de heuvel af om de gemaakte afspraken te effectueren. De enveloppen ter verdeling en het geld voor de aanschaf van de spullen vertrouwden we toe aan Joei, een zoon van Tjin (de vrouw van Jan) die hier ook woont en die wij echt kunnen vertrouwen. Hetzelfde geldt voor de vrouw met wie hij getrouwd is en die heel verstandig is.
Jan sloot het bezoek af met een toespraakje dat ongeveer als volgt ging:
"Op de heuvel wordt een geloof verkondigd (een verwijzing naar de nonnetjes/Joop) dat hetzelfde is als van de mensen die jullie deze hulp bieden. Bedenk goed dat de meeste van deze mensen niet rijk zijn, zoals jullie misschien denken. Zij moeten ook elke dag op de fiets, een brommer zoals hier gebruikelijk is hebben ze vaak niet, soms door heel slecht weer naar hun werk. Of ze moeten elke dag heel ver weg om te kunnen werken. Als jullie deze mensen teleurstellen door niet samen te werken en deze gift niet goed te besteden, dan doe je hen heel veel verdriet en verdien je hun hulp niet. Ik reken dus op jullie en ik kom dat ook controleren."
Vervolgens gaf Jan een uitgebreide uitleg over het soort dorp - Volendam - waarvan het (meeste) geld afkomstig is. Hierop sloten we het bezoek af en keerden terug naar onze boot. Wel lazen we in elkaars ogen de zorg of we het verder wel aan de mensen zelf konden overlaten. Na een kort bezoekje aan het kleinste eilandje van Ko Pi Pi keerden we terug naar Phuket.
Aanpak werkt!
De volgende ochtend vroeg kreeg Jan al een telefoontje van Joei, de zoon van zijn vrouw Tjin (ik moet eigenlijk zeggen de zoon van Jan en Tjin, alhoewel hij geboren is voordat Jan zijn vrouw had ontmoet). Hij vertelde dat hij een auto had gehuurd en dat hij met mensen van de andere nederzettingen op weg was naar Krabi voor het doen van de inkopen. Het bleek dus te werken, hetgeen voor ons een geweldige opluchting was. Een uur later belde hij weer met de vraag of dit nu echt de bedoeling was. Ze konden het eigenlijk niet geloven en waren nog steeds bang dat ze het misschien niet goed hadden begrepen. Ze vroegen zich af of we wel beseften hoeveel geld die gereedschappen kosten. We hebben de mensen gerustgesteld en de verzekering gegeven dat ze de gereedschappen met een gerust hart konden kopen. Als je jezelf verplaatst in deze mensen, dan is hun twijfel goed te begrijpen. Stel je voor dat je tot de allerarmsten van het land behoort en je krijgt dan zo maar uit een ver land een bedrag wat voor Thaise begrippen een vermogen is? Dan weet je niet wat je overkomt en durf je het geld niet zo maar uit te geven. Inmiddels zijn de gereedschappen en basisbenodigdheden aangeschaft, zodat de drie teams van start kunnen.
Over twee weken hopen we verslag te kunnen doen van de tot dan geboekte resultaten.
Groeten en tot de volgende keer,
Joop Veerman
Naschrift: Hoewel het eiland dichtbebost is, kon men niet aan geschikt hout komen. Dat hout is inmiddels met financiële steun uit Volendam ingekocht. Het aantal boten dat herbouwd of gerepareerd moet worden, bleek geen 40 maar zeker 50 te bedragen. Volgens de laatste berichten wordt met vereende krachten gewerkt aan herstel van de vloot.