Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (16 en 17 januari 2004)
Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (16 en 17 januari 2004)
Zondagmiddag, 16 januari
We hoopten vanmiddag een boot, waarvan de romp inmiddels gereed is, te dopen en de naam “TINI” te geven, naar de vrouw van een van onze gulle gevers. Het kwam er nog niet van, maar zal binnenkort alsnog gebeuren. De botenbouwers waarvan er nu 5 zijn in Rawai, afkomstig uit Trang, gaan zeer voortvarend te werk en zijn inmiddels met de derde “grotere” boot bezig. Prachtig om te zien hoe ze ook die grote boegdelen, halve bomen bijna, met simpele gereedschappen weten vorm te geven. Ook de andere twee teams werken, nog steeds volgens plan, goed samen.
Veel informatie hebben we gekregen van een ons bijzonder goed gezinde man, die ook in het dorp woont. Hij heeft voor ons onder andere uitgezocht hoe op dit moment de feitelijke situatie is op Ko Siray. Op basis van deze informatie, moeten we ons toch meer zorgen maken over de mensen in dat dorpje dan wij eerder hadden ingeschat. We hebben besloten om er nogmaals te gaan kijken en nu met geld op zak en een plan. Morgen, dinsdag, is het zover en de persoon in kwestie gaat mee. Wandelend langs de “boulevard”, waar ook de reparaties plaatsvinden, en door het dorp, word je telkens geconfronteerd met afgeleiden van de ramp. Twee jonge schippers, waarvan de een zijn boot compleet verloren zag gaan en de ander zijn motor, besloten hun spullen te combineren en zo voorlopig te gaan samenwerken.
De meeste motoren voor deze “longtailbootjes” zijn speciaal voor dit doel ontwikkeld en hebben een zekere weerstand tegen zeewater. Bij deze motoren is een goede onderhoudsbeurt, met hier en daar een onderdeel vervangen, vaak voldoende om de zaak weer aan de praat te krijgen. Zo niet met een automotor, die ze ooit geschikt hadden gemaakt voor gebruik op de boot. Die motor is van ijzer en staal en is door inwerking van het zoute zeewater, waar het een paar dagen in heeft gelegen, aan alle kanten totaal vastgeroest. Niet meer te repareren. Hier hebben we aangegeven in te staan voor vervanging ervan. Amper drie huisjes verder lag een “longtail”-aandrijfas, totaal verwrongen. Dit deel hoort ook bij de aandrijfmotor waarvoor we al akkoord hadden gegeven. Bang als de man was dat hij het misschien verkeerd had begrepen, had hij ons bij zijn probleem geroepen. Uiteraard hebben we ook deze man gerustgesteld.
Weer even verder een gezin dat veel meer financiële problemen had dan met de eerste schenkingen konden worden opgelost. Een kind uit het gezin zou de volgende dag niet naar school kunnen want er was geen geld om eten te kopen. Zo’n situatie vraagt een omzichtige aanpak, want daar zijn er natuurlijk meer van en als je daarop ingaat weet iedereen het voordat je het dorp weer hebt kunnen verlaten. Voor dit probleem is een oplossing op maat gevonden en dat moet soms ook, want alles moet weer op gang komen en niet alle problemen zijn onder één noemer te vatten. Bijvoorbeeld de vrouw die ´s ochtends een soort ontbijtwinkeltje drijft, een zeer belangrijke sociale functie want zo kunnen ook mensen een ontbijt krijgen die zelf niets, ook geen geld, in huis hebben. De “lat” van wat ze van haar klanten nog tegoed was, was langer dan het schamele huisje van deze vrouw. Ze kon het niet meer aan, haar geld was op. Ook daar hebben we voor een oplossing gezorgd. Met geld kom je in zo´n situatie gelukkig een heel eind.
Maandag, 17 januari.
Al om 6 uur uit de veren. We zouden het bijna vergeten, maar we hebben hier ook nog zoiets als een schoolproject lopen: “Kinderen van Rawai”. Al voordat de ramp zich voltrok, had ik besloten om hierheen te gaan om mijzelf, namens de stichting, wat gedetailleerder te verdiepen in ons project. De kinderen worden met ons pick-up busje, met die bekende half-open bak, opgehaald op een vaste plaats in het dorp. Het ontbijtwinkeltje zorgt voor het eten, dat de kinderen onderweg naar school, achterin de “bus” naar binnen werken.
Deze school blijkt meer dan 20 km van Rawai te liggen, deels door drukke straten van Phuket-stad. Een grote school geleid door een pater. Een katholieke school, in principe.
Voor Nederlandse begrippen wordt de kinderen heel veel discipline aangeleerd. Al voordat ze de school binnengaan speelt de schoolfanfare het Thai-volkslied terwijl de vlag wordt gehesen. Niets mis mee, ware het niet dat de “conrector” het nodig vond om maar liefst 30 minuten te besteden aan uitleg hoe hij dacht over discipline. Uiteindelijk stond geen kind meer te luisteren. “Morgen komt er een inspecteur, dus dat moet goed gaan”, was feitelijk zijn boodschap.
Jan had ook nog een stevige aanvaring met de pater, het hoofd van de school. De pater verbaasde zich erover dat geen van de kinderen een ingevuld formulier had ingeleverd met betrekking tot de ramp. Kinderen die door middel van een formulier konden aantonen op welke wijze dan ook getroffen te zijn door de ramp, hoefden een semester geen schoolgeld te betalen. Hij had geen enkel formulier terug ontvangen en nu was het te laat om nog aanspraak te maken, de aanvraag was al weg. Jan maakte zich boos over deze afwijzing, omdat de pater kon weten dat meer dan de helft van de ouders niet kan lezen. En ook wist de pater dat, wil het goed gaan, alles via Jan moet lopen, dat was tenslotte lang geleden al zo afgesproken. Jan stelde dat één formulier feitelijk voldoende is. ”Ze hebben aantoonbaar allemaal te leiden onder de ramp”. Uiteindelijk beloofde de pater de kinderen alsnog in dit programma op te nemen.
Eerst nog langs de bank, om geld op te halen voor de enveloppen voor morgen, uit te delen in Ko Siray. Daarna naar Sapham, wat niet heel ver buiten de stad Phuket blijkt te liggen. Dit palendorp is gebouwd net buiten een riviermonding, in het slikgebied van de rivier en kust, dat droogvalt bij eb. Bij vloed lijkt het dorpje in volle zee te staan. De huisjes zijn deels bereikbaar via betonnen “pieren”. Het grootste deel was echter uitsluitend bereikbaar via zelf gebouwde houten vlondertjes. Nu echter niet meer. Het merendeel van deze vlondertjes is weggeslagen en verdwenen in zee. Zo ook een van de huizen, toevallig het grootste, dat onderdak had geboden aan vijf gezinnen. Ook drie huisjes in aanbouw zijn vrijwel geheel verdwenen en hier en daar vloerdelen in andere huisjes.
Ook hier is, als door een wonder, niemand verdronken. Het water heeft tot een meter hoog in de huisjes gestaan, alle kinderen waren echter naar een tempelfeestje, in de buurt. De volwassenen waren al gewaarschuwd over wat zich aan de westkust inmiddels had afgespeeld. Hier brak de hel enkele minuten later los, maar men heeft tijdig kunnen vluchten.
In dit dorp hebben we mogen constateren dat de overheid haar verantwoording nam, althans een begin is zichtbaar. Op het moment dat we daar waren, werd er een vrachtwagentje met golfplaten gelost. Basismateriaal voor de schamele woninkjes waarin deze mensen gewend zijn te leven.
Overmorgen is de Phujaj van dit dorpje weer aanwezig en kunnen we bezien wat wij kunnen bijdragen. Z’n vrouw hebben we wel gesproken. Het ziet er naar uit dat het hier hoofdzakelijk om hout gaat, voor loopplanken en de vloeren van de huisjes. Ook het verdwenen huisje en de huisjes in aanbouw hebben onze aandacht. De paar bootjes die ze hebben, worden ergens anders afgemeerd en hebben hoegenaamd geen schade opgelopen. Omdat kort na de ramp geen boot te zien was, had Jan aangenomen dat - evenals in andere vissersdorpjes het geval was - alle boten ten onder waren gegaan. Dit was gelukkig niet het geval. Achteraf bleek ook dat de meeste inwoners van Sapham niet meer vissen, maar werkzaam zijn in visverwerkende bedrijven. Deze bedrijven liggen nu stil met alle gevolgen van dien voor de werknemers.
Het is een wonder dat van welke kant je het ook hoort, ook van het zo zwaar getroffen
Kao Lak waar eveneens een Chao Lee nederzetting is, niet één Chao Lee om het leven is gekomen. En dat terwijl ze allen aan zee wonen en van de zee leven. Zelf hebben ze daar wel een verklaring voor. “Wij, Chao Lee, betonen altijd eerbied en respect aan de god van de zee. De toeristenbranche gaat daar heel anders mee om. De zeegod heeft het deel wat de toeristenbranche aan de zee onttrokken heeft, weer opgeëist “.
De Chao Lee hangen over het algemeen het animistische geloof aan. Dat wil zeggen, verering van voorwerpen en dodenverering. De zee is een god en al de doden die hier nog moeten liggen leveren een zo grote hoeveelheid geesten op dat het alleen om die reden al onveilig is. Als ze ooit, en die kans is niet ondenkbaar, op zee een lijk vinden of delen ervan dan zijn ze voor heel lange tijd onrein en op de boot zal geen zegen meer rusten.
Dat deze Chao Lee echt erg veel respect hebben voor de zee en wat er nu is gebeurd, mag blijken uit een paar voorbeelden. Gisteren heeft Jan de vissers een stimulans proberen te geven weer uit te varen. Tot nu toe is er namelijk niemand echt op zee geweest. Met een verwijzing naar de gastvrijheid waarop Karel en ik aanspraak maakten, vroeg hij een kapitein vis voor ons te vangen. Ze zijn inderdaad uitgevaren, maar waren met de schrik in hun lijf, binnen twee uur weer terug. Wel een paar vissen gevangen, maar het water was niet helder en er waren stromingen die ze op die plaats niet kenden. Ook andere vissers maakten gewag van vreemde zaken. De golven hoorden nu geen schuimkoppen te hebben, met deze schijnbaar rustige zee. Dit duidde op tegenstromingen.
In Ko Lanta is iedereen, behalve de botenreparateurs, weer de heuvel op gevlucht en als je aan de vissers op Rawai vraagt waar ze zo’n angst voor hebben, dan durven ze het niet eens uit te spreken. “Bang voor wat we tegen kunnen komen”. Een paar dagen geleden nog schijnen er op een eilandje hier dichtbij, in een soort grot meer dan tien lijken gevonden te zijn. Nog steeds gaat bijna niemand de zee op. Ook de Thai niet en zeker geen toeristen, voor zover ze er zijn.
Groeten uit een zwoel Rawai, waar het er opnieuw niet van gekomen is mezelf te wentelen in de zalige zonnewarmte en een verfrissende duik in zee te nemen.
Joop Veerman
(De naam van onze informant heb ik bewust weggelaten)