Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (20 en 21 januari) (foto's)

Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (20 en 21 januari)
Vooraf enkele kleine correcties op ons voorgaande verslag. We hebben in Ko Sirey niet 200 maar zo´n 250 gezinnen een uitkering gegeven. Verder heeft de phujaj van Ko Sirey niet op het ministerie van visserij maar op het ministerie van volksgezondheid gewerkt. Wij waren diep onder de indruk van de positieve invloed die deze hoog ontwikkelde dame - zelf ook een Chao Lee - heeft op `haar´ mensen. In feite is dit wat wij nastreven met ons onderwijs-project in Rawai: dat daar straks ook iemand zal opstaan die - zoals de Phujaj van Ko Sirey - zijn of haar volk kan leiden en kan zorgen voor betere leefomstandigheden.
Donderdag, 20 januari
Voor een goed begrip: Het is nog steeds niet meer dan een handvol Chao Lee-bootjes dat kan varen en een deel ervan is inderdaad in de afgelopen nacht uitgevaren en heeft, naar verluidt, een goede vangst gehad. Ze kwamen echter terug met een herhaling van hun eerdere vertellingen. De zee is niet meer wat het geweest is. Hier en daar vreemd gekleurd water, vissoorten die hier niet thuis horen, stromingen die ze niet thuis kunnen brengen, ja zelfs de structuur van de zeebodem is hier en daar wezenlijk veranderd. Ook de Thai-schippers die toeristen naar en van de Bounty-eilandjes brengen, verhalen over manoeuvres die ze moeten maken om niet eerder bestaande ondiepten en rotspartijen te vermijden. Ik kan niet inschatten wat er precies aan is van al deze verhalen, maar één ding is wel duidelijk, de angst zit hier zo diep dat ze er nog maanden over zullen doen voordat de honger het zal winnen van de angst. En dat geldt voor zowel de Thai als de Chao Lee.
Al eerder deze week hadden we overleg gevoerd over de mogelijkheid om ook de bewuste Thai-schippers te betrekken in ons hulpprogramma. Deze Thai-schippers liggen afgemeerd op het meer op toeristen afgestemde deel van Rawai. Het feit dat zij, met hun merendeels geregistreerde boten, eerder op overheidshulp zouden kunnen rekenen dan de Chao Lee, weerhield ons tot op dit moment van het verstrekken van hulp. Ook de eerder geconstateerde vijandigheid jegens ons en de Chao Lee, gevoed door jaloezie maar meer nog door allerlei veronderstellingen die van geen kant klopten, deed ons op voorhand al terugdeinzen om ons met deze groepen in te laten. Gelukkig was ik een paar dagen eerder in contact gekomen met enkele Nederlandse vrienden van één van die booteigenaren. Met behulp van die vrienden had ik, onder het genot van een pilsje, een flink deel van die op niets gebaseerde veronderstellingen, al kunnen ontzenuwen.
Radeloze Thai-schippers klopten aan voor hulp uit Volendam
Eén van die Thai-schippers, een redelijk goede kennis van Jan, had namens zijn collega’s de stoute schoenen aangetrokken en was met een indringende boodschap bij Jan aan de deur geweest, huilend en wel. “Jan, wij hebben begrepen dat jij veel hulp biedt aan de Chao Lee. Wij zijn ook radeloos en de overheid heeft ook ons tot nu toe geen hulp geboden. Is het nu niet mogelijk om ook ons te helpen? Wij zouden je eeuwig dankbaar zijn als je zo’n groot hart kunt tonen. (Verwijzend naar de erkenning dat ze zich eerder vijandig hadden getoond jegens ons en de Chao Lee.)
Na overleg besloten Jan en ik er voor te gaan. Op voorhand echter met de afspraak hier geen projectbegeleiding te doen. Dat was ook niet nodig want de meeste boten waren al gerepareerd, in de veronderstelling dat een belangrijk deel van de kosten wel betaald zou kunnen worden uit de overheidsbijdrage. Administratief was alles hier ook al voor elkaar. We besloten een directe uitbetaling te doen volgens dezelfde maatstaf als bij de Chao Lee, zo’n 90% van de getoonde rekeningen, tot een van tevoren bepaald maximum, en dat voor ongeveer 15 beschadigde boten en 5 vergane boten.

Links Jan, Joop en Karel Veerman en rechts eigenaar boot ontvangt vergoeding. (Klik op foto voor een grotere versie.)
Vrijdag, 21 januari
Gisteravond hadden we al overleg gepleegd over ons standpunt ten aanzien van de bootjes die verloren waren gegaan. Twee van die bootjes, zo was ons verteld, waren op het strand gesmakt van een eilandje een kilometer verderop. We besloten om dat nog even aan te zien en hiervoor voorlopig alleen een voorschotje uit te keren. Ik had al wel belangstelling getoond voor deze bootjes door foto’s te nemen. Maar zonder woorden schep je direct al verwachtingen, dus voor ik het wist zat ik in een van de niet beschadigde bootjes en voeren we naar dat Bounty-eilandje. Alhoewel een leek kan zien dat deze bootjes ernstig waren beschadigd, de een aanmerkelijk meer dan de ander, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat de Chao Lee, bij dit soort beschadigingen, de zaak gaan repareren, waar hier, bij de Thai, met een groter gemak wordt gesteld dat er nieuw moet komen.

Links strand Rawai en rechts taxatie gehavende boot. (Klik op foto voor grotere versie.)
Nieuwe boot zo goed als onbetaalbaar
Inmiddels weet ik wat meer over prijzen van boten hier. Bijna niemand wil een prijs noemen. Als je ernaar vraagt krijg je ongeveer de volgende reactie; „Weet jij ergens een boot te koop?” „Nee?, nou, hoe kun je dan een prijs weten?” Men denkt dus in termen van vraag en aanbod. En omdat de meeste boten zijn vergaan, is een nieuwe boot zo goed als onbetaalbaar. Maar over de prijzen van vóór de tsunami kan - met een slag om de arm - wel wat worden gezegd. De boten in de middelklasse, en dan praten we over een romp van zo’n 8 meter lang, kostten voor de tsunami ongeveer 60.000 bath (1.200 euro). Materiaal voor brewen, lakken, dekmateriaal, enz. kostte gemiddeld 4.000 bath (80 euro). Een nieuwe aandrijfmotor kwam al gauw op 30.000 bath (600 euro). We hebben het dan nog niet over de dieselgedreven compressoren, die de boten van de duikers hebben. Ook de verdere uitrusting, die afhankelijk van de vis die men pleegt te vangen, is hierbij niet inbegrepen.
Zoals ik in het vorige reisverslag al aangaf, hebben de vissers van Ko Sirey inmiddels een tegemoetkoming van de overheid ontvangen. Deze tegemoetkoming bedroeg 10.000 bath (200 euro) voor boten tot 10 meter, en 20.000 bath (400 euro) voor boten van 12 meter of langer. Het zal duidelijk zijn dat je met zulke bedragen geen nieuwe boot kunt kopen. Zeker de vissers die hun boot hebben zien vergaan, zullen het dus niet buiten hulp uit Volendam kunnen stellen om weer te kunnen gaan vissen. We houden dus een vinger aan de pols.
En dan kom ik nu weer terug op onze hulp aan de Thai-schippers. De hele Volendamse delegatie, Karel, zijn vrouw Ann, Pim Christiaans, Jan en ik, moest aantreden om de uitbetaling een wat officieel karakter te geven en vooral ook om de indruk weg te nemen dat het Jan is op wie, voor nu en voor de toekomst, een beroep zou kunnen worden gedaan.
Het uitkeren verliep voorspoedig en zonder incidenten, maar ook met weinig emotie en vriendelijkheid. De hulp was tenslotte afkomstig uit een hoek - de Chao Lee - waar men eerder niets van moest hebben. De Thai-schippers moesten dus de nodige weerstanden overwinnen. Maar nu daar een begin mee is gemaakt, zal dat de lucht in de toekomst misschien kunnen klaren.

Links overleg met booteigenaren en rechts overhandiging geld aan een booteigenaar. (Klik op foto vor een grotere versie.)
Ruzie om hulpaanbod
Om geen verschil te maken en om tweespalt te voorkomen hebben we vervolgens zelf contact gelegd met de tweede groep van Thai-botenbezitters op het strand van Rawai. We beloofden ook hen, bij het tonen van hun papieren en rekeningen, een uitbetaling te doen. Dat ging echter niet van een leien dakje. Hier waren de weerstanden ten opzichte van de Chao Lee zo mogelijk nog groter. Maar ook deze mensen waren aangewezen op hulp die alleen wij konden geven. Er ontstond een felle discussie over wie het meeste recht had op een uitkering en hoe hoog die uitkering dan zou moeten zijn. Men had daarom problemen met het tonen van rekeningen en zelfs liep het uit op ruzie met de Thai-schipper met wie wij in eerste instantie contact hadden gezocht en die naar eer en geweten, zover wij dat konden beoordelen, zijn best deed om alles eerlijk te laten verlopen. We hebben de Thai laten ruziën en zijn weggegaan met de mededeling dat ze, als ze op ons wilden kunnen rekenen, het gewoon op onze manier moesten doen.
Een paar uur later kwamen ze aan met alle papieren zodat we alsnog tot uitbetaling konden overgaan, voor zo’n 20 boten in totaal. Ze bleven echter ruziën en werden ook heel opdringerig. Aangezien we een grote hoeveelheid geld bij ons hadden, ging hiervan op een gegeven moment zelfs een dreigende sfeer uit. Er was een reprimande voor nodig om de rust weer enigszins te herstellen. De ruzie ging echter op de achtergrond door. Onze Thai-hulp en Jan hadden duidelijk geen goed gevoel bij deze groep. Ze kwamen ook met aanmerkelijk hogere rekeningen dan de eerste groep, terwijl iedereen hier weet dat in deze hoek de schade aanmerkelijk minder was geweest. Het was maar goed dat we vooraf al een maximumvergoeding hadden afgesproken, zodat men ons geen poot kon uitdraaien. Afhankelijk van aard en omvang van de schade varieerde de vergoeding van 5.000 tot maximaal 10.000 bath (van 100 tot 200 euro).
Er waren ook vijf boten die nog niet gerepareerd waren. “Geen geld”, gaven ze als verklaring. De boten lieten een groot verschil in schade zien, zodat we ons afvroegen hoe we dit nu weer netjes konden regelen. We kozen voor een praktische oplossing en keerden de helft uit van het van tevoren afgesproken maximumbedrag.
Het ijs toch nog gebroken
Terwijl we aan het uitkeren waren, kwamen we ook tot het besluit om zo snel mogelijk afscheid te nemen van deze groep. De Nederlandse taal is hier in elk geval niemand machtig en dat gaf ons het voordeel dat we tijdens het uitkeren al konden overleggen en beslissen. De eigenaren van drie boten die hier “vergaan” waren, betaalden we hetzelfde maximumbedrag uit (200 euro dus). Uiteindelijk toonden de mensen toch een beetje tevredenheid en het ijs brak zelfs toen een van die booteigenaren, een jonge vrouw die ons de hele dag behoorlijk opdringerig en agressief had gevolgd, aan kwam lopen met een zak met watermeloen en ananas. Maar de manier waarop het allemaal was gelopen, stond in schril contrast met de blijdschap en dankbaarheid van de Chao Lee. In ieder geval kan niemand in Rawai ons nog het verwijt maken dat we verschil hebben gemaakt tussen de Chao Lee en de Thaise schippers in Rawai. En misschien dat ook de verstandhouding met de tweede groep schippers in de toekomst zal verbeteren. Bij de eerste groep Thai-schippers hadden we de lucht immers al zien klaren.
Voor die eerste groep bleef ons nog één taak te doen. De mensen van die groep, wier boot was vergaan, hadden tot op heden alleen een kleine tijdelijke vergoeding gehad, terwijl we bij de tweede groep hadden besloten de maximale uitkering te doen en ook al hadden uitbetaald. Deze schippers te voet, van de eerste groep, maar weer bij ons geroepen. Voor het eerst vandaag zagen we echte en spontane blijdschap op ons besluit om de uitkering aan te vullen tot een substantieel bedrag voor een begin van aanschaf van een andere boot. Zo eindigde de tot nu toe minst aangename dag van mijn verblijf hier, toch nog in een goed gevoel.
Na afscheid genomen te hebben van Karel en Ann, die verder Thailand intrekken, zat de dag er voor mij ongewoon vroeg op. Kennelijk had de spanning zijn tol geëist.
Joop Veerman