Naar de inhoud

De afslag moet de afslag blijven !!(2)

Bron: CDA

De afslag moet de afslag blijven !!(2)

Aankoop visafslag
Komende donderdag zal de gemeenteraad besluiten tot aankoop van de visafslag. In de commissie Economische Zaken van 10 januari jl. gaven de politieke partijen al aan de aankoop voor een totaal bedrag van 185.000 euro een goede zaak te vinden. De vissers zullen de afslag kunnen blijven gebruiken onder gunstige condities, waardoor het gebruik door alle vissers zal worden bevorderd en deze beroepsgroep - die een moeilijke tijd doormaakt - een steun in de rug krijgt. Al met al een doortastende aanpak van het college, waarbij een compliment voor wethouder Jan Tol (CDA) op z’n plaats is.

Wat moet er met de afslag gebeuren?
Onmiddellijk brak in de commissievergadering de discussie los over de nadere invulling van het gebouw naast het gebruik door de vissers. Toilet- en douchevoorzieningen werden genoemd alsmede ambachtelijke invulling en kantoorruimte voor de havenmeester.
Terecht werd door het PvdA-commissielid opgemerkt dat “de afslag geen dure pispot” moest worden. Het visafslaggebouw is een Rijksmonument en dient zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat gekoesterd te worden. Het gebruik door en voor de vissers staat voorop en wellicht kunnen door de financieel gunstige veilcondities die nu zijn ontstaan, IJsselmeervissers van buiten Volendam naar onze afslag worden gehaald.
De visafslag moet ook voldoende ruimte houden om toeristen een kijkje te laten nemen, zo veel mogelijk vissers in de afslag is tenslotte ook voor het toerisme heel belangrijk.
Indien het kantoortje van de afslag niet meer gebruikt gaat worden, zou gebruik door de havenmeester een mogelijkheid kunnen zijn. Het havenmeesterkantoor onder aan de dijk zou dan ingevuld kunnen worden met broodnodige uitbreiding van toiletten en douches, maar ook met faciliteiten als was- en droogmachines, die door de vaartoeristen node worden gemist.

Andere belangrijke gebouwen voor het toerisme
De aankoop, en hopelijk bescherming, van de visafslag zal de aanzet moeten vormen tot behoud van andere gebouwen van historische waarde in Volendam. Gebouwen die een verhaal van vroeger kunnen vertellen zullen, net als de visserij en de klederdracht, zichtbaar moeten blijven in het gebied op en achter de dijk. Wellicht kan een aan de Vereniging Oud Volendam verbonden werkgroep eens in kaart brengen welke oude panden een voor de toerist belangrijk verhaal herbergen. Aan de dijkondernemers de taak om die verhalen van vroeger weer tot leven te brengen. De toerist wil iets zien van het vroegere Volendam en komt niet voor alleen maar splinternieuwe moderne panden aan het havenfront, die in niets aan het Volendam van vroeger herinneren! Hotel Spaander is niet het enige gebouw met een verleden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de vroegere garage van Spaander, in welk gebouw tevens kunstschilders als b.v. George Hering nog hebben geschilderd, Restaurant De Oude Helling waarin hellingbaas Pieter Spaander vroeger actief was en de Pastorie van de Vincentiuskerk, een gebouw met veel geestelijke historie, dat nooit mag worden gesloopt. Tevens dient te worden geïnventariseerd waar nog Volendamse huisjes staan met de oorspronkelijke gladhouten wanden plus inboedel erin. Ook deze laatste restjes historie dienen te worden behouden om later onderdeel van een toeristische route te kunnen zijn. Maak het allemaal zichtbaar voor toeristen en behoud het!

Ondernemers, klederdracht en toerisme
De enigen die de klederdracht voor het toerisme in stand kunnen houden zijn de ondernemers en hun personeel. Van de Volendamse bevolking kan simpelweg niet verwacht worden dat men veel vaker in kostuum opdraaft dan op de Volendammerdag. Als men ondernemers met deze opmerking confronteert is het steevaste antwoord: het kostuum is te warm en het personeel wil het niet. Dat is te gemakkelijk. De klederdracht van vroeger is namelijk niet alleen de zondagse dracht zoals die op de Volendammerdag wordt gedragen. De klederdracht van vroeger was een bonte verzameling van kleding die zeer geschikt was om in te werken.
Waarom wordt de zeer deskundige Stichting Klederdracht niet gevraagd om een advies en een uitwerking van wat er allemaal mogelijk is? Zij weten ook alles van de stoffen en de mogelijkheden om de klederdracht prettig draagbaar te laten zijn. Personeel van de ondernemingen zouden trots moeten zijn op onze historie en dat met het dragen van allerhande Volendamse klederdracht ook moeten laten zien, en niet alleen de vrouwen! De ondernemers van de Dijk zullen de koppen bij elkaar moeten steken en dit zo snel mogelijk moeten realiseren. De klederdracht is immers één van de voornaamste “artikelen” uit onze toeristische “winkel”.

De gemeente kan het niet alleen
Het gemeentebestuur is onder aanvoering van CDA-wethouder Jan Tol (economische zaken) bezig met een Integraal Ontwikkelingsplan voor Toerisme, waaronder een totaalplan voor het waterfront van Volendam. Tevens wordt er alles aan gedaan om zoveel mogelijk van de visserij te behouden. Daarnaast wordt gepoogd om Europese subsidies binnen te krijgen om een en ander te kunnen financieren. De CDA-fractie heeft onlangs ook aan het college gevraagd om op korte termijn te komen tot een beperkt Beschermd Dorpsgezicht Volendam.
Hiermee kan in het meest kwetsbare gebied van Oud-Volendam misschien worden voorkomen dat beeldbepalende panden verder verloren gaan of worden geruïneerd door verkeerd materiaalgebruik. Momenteel kan de gemeente daar weinig of niets tegen doen.
Maar de gemeente kan het niet alleen, in de tussentijd zullen ondernemers moeten laten zien dat men ondernemend is. Met behulp van de vele vrijwilligers op het terrein van Oud Volendam zal men de belangrijkste bezienswaardigheden voor toeristen op de kaart moeten zetten en houden. Voor afwachten is geen tijd meer.

Met dank voor plaatsing,

Peter Veerman
Fractievoorzitter van het CDA






Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.