Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (22 t/m 26 januari)
Reisdagboek “Help de vissers van Rawai aan een nieuwe toekomst” (22 t/m 26 januari)
Zaterdag, 22 januari
Ik zit hier te typen op de veranda van Siam Phuket Resort, direct aan de boulevard van Rawai waar de Thai-schippers, die gisteren hun uitkering ineens hebben ontvangen, hun bootjes hebben afgemeerd of op de wal getrokken. Goed stoffig, vanwege het afslijpen van oude coating en beschadigingen aan de rompen. Het doet ons goed te zien dat ook deze schippers de daad bij het woord voegen en meteen aan het werk zijn gegaan om hun bootjes op te knappen. Een van die Thai-schippers, een knaap die, in tegenstelling tot de meeste van hen, altijd vriendelijk is tegenover de Chao Lee, bleek toch wat meer in de problemen te zitten dan we met de uitkeringen hebben kunnen oplossen. In overleg met de Chao Lee-organisatoren hebben we besloten om deze schipper ook in het Chao Lee-programma op te nemen.
Nu de vissers van Rawai noodgedwongen langer aan de wal zijn dan ooit het geval was, krijgen ze voor het eerst ook de gelegenheid om met eigen ogen te aanschouwen wat de mensen die zeggen voor hun belangen op te komen, werkelijk voor elkaar krijgen. Een handje vol lieden die nooit een steek werk doen en toch altijd wel hun brood hebben, moet het ergens vandaan halen. In elk geval is er nu één bewijs uit het ongerijmde dat het niet altijd kosjer is met deze lieden.
Een week geleden heb ik een groepje Zwitsers gesproken. Zij wilden een flinke som geld doneren om de dorpelingen door deze barre tijden heen te helpen, zoals ook een van de doelstellingen is van onze hulpactie. Ondanks dat ik hen op het hart drukte eerst op zoek te gaan naar de juiste personen om dit geld ter verdeling aan over te dragen, stapten deze mensen naar de eerste de beste, zoals Jan zegt, ´Cheuemeuer`. Vandaag zou blijken dat van al dat geld aanvankelijk slechts zo’n 30% was uitgekeerd aan de rechthebbende gezinnen, de rest had men verdeeld onder de handlangers. Toen de vissers, normaal heel bescheiden en naïef, hier lucht van kregen, schoot de vlam in de pan. Om te redden wat er te redden viel, hebben de Cheuemeuers daarna nog een kleine verdeling gedaan, maar het merendeel bleef aan de strijkstok hangen.
De vissers kwamen er nu ook achter dat een deel van de papieren die ze bijna dagelijks hadden moeten invullen, om in aanmerking te komen voor een uitkering van de overheid, eenvoudigweg nooit is verstuurd of afgeleverd bij de betreffende instanties, maar nog gewoon bij één van dat stel nietsnutten in huis lag. Deze mensen zijn vandaag op non-actief gesteld en men is op zoek naar een vervanger. Laten we hopen dat een betrouwbaar iemand deze taak gaat overnemen. Dat zal overigens niet eenvoudig zijn omdat de meeste van hen veelal op zee vertoeven en vaak ook niet kunnen lezen of schrijven. Het is eigenlijk gewoon een kwestie van wie er de tijd voor kan vrij maken en ook wie ook het brutaalst (minst verlegen) is.
Zondag, 23 januari.
Vandaag dan maar een rustdag. Toch even het dorp in en we worden meteen weer met een bijzonder probleem geconfronteerd. Sjarit, een van de vissers die door een duikongeval gehandicapt is geraakt, kreeg vandaag te horen dat zijn motor in elk geval in het dorp niet te repareren is. Misschien moet er zelfs een nieuwe voor komen. Deze jongen is echt straatarm. Hij kan onmogelijk voldoen aan onze voorwaarde dat een deel door hem zelf moet worden betaald, bij aanschaf van een nieuwe motor. Hij woont in een huisje zonder elektra en water, om van sanitaire voorzieningen maar helemaal te zwijgen. Hier hebben we toegezegd een uitzondering te maken.
Morgen eindelijk naar Sapham, om onze eerdere belofte nieuw leven in te blazen. Ook naar de motorreparateur voor Sjarit. Verder hebben we de hele dag besteed aan filosoferen over de mogelijkheid om in het dorp een ´patronaats`-voorziening te realiseren. Wat zou het niet een prachtige oplossing zijn voor die veelheid aan problemen die je in dit dorp tegenkomt. Een ´eigen` centrale plek met een ´patronaatsgebouw` waar vissers kunnen samenkomen om gezamenlijk hun belangen te behartigen. De samenwerking die dankzij onze hulpactie op gang is gekomen, zou dan in de toekomst kunnen worden voortgezet. Ook zou die centrale plek een multifunctionele bestemming kunnen worden gegeven met bijv. een waterpomp, doucheruimten, WC’s, een speelplaatsje voor de kinderen en een leslokaaltje. Het hoeft hier helemaal niet zo duur te zijn, als er maar grond te koop is. Dat blijkt nog het geval te zijn, zij het dat de vraagprijs, tot op heden, ver boven ieders budget ligt.
Maandag, 24 januari.
Onderweg naar Sapham zetten we eerst Sjarit af bij de motorenreparateur. De motor wordt onderworpen aan een onderzoek en wij gaan, zoals afgesproken, door naar Sapham, het palendorp gebouwd in zee. Na enig heen en weer bellen, lukt het ons om de Phujaj (burgemeester) te bereiken. Ook deze man blijkt in zo’n armetierig palenwoninkje te wonen, bereikbaar via een vlondertje van afvalhout. Onze bedoelingen zijn hem snel duidelijk.
Wij stellen geld beschikbaar om alles wat nodig is te kopen voor het herstellen en veilig maken van de vlondertjes en de vloeren in de woninkjes. Ook de middelen voor het herbouwen van de verloren gegane woning en herstellen van drie woninkjes in aanbouw, stellen we ter beschikking.
Ook nu weer gebruiken we de ervaring, opgedaan in Rawai, om de zaak verder af te regelen. Geld geven we niet, maar wel een krediet tot een bepaald bedrag, te besteden in een door ons samen te kiezen winkel. Het krediet stellen we om te beginnen op 200.000 bath (4.000 euro). Bij goed nakomen van de afspraken stellen we voorlopig nog 100.000 bath extra in het vooruitzicht. Een bouwmaterialenwinkel, minder dan een kilometer verder, blijkt echt alles te kunnen leveren wat voor ons plan noodzakelijk is. De Chinese eigenaar Mr. Sunai, een uiterst vriendelijke man, verbaasde zich over het bestaan van deze gemeenschap in Sapham. Ook van Rawai wist hij niets. Niet zo verwonderlijk en nogal gebruikelijk hier, ware het niet dat deze man ook zitting heeft in een soort Gedeputeerde staten. De ogen en oren van de staat, zoals hij uitlegde.
Hij wist niet beter dan dat de regering inmiddels al meerdere tientallen miljoenen baths beschikbaar had gesteld voor de getroffenen aan de hele westkust van Thailand. Ons verhaal, dat er nog vrijwel niets is gebeurd, kwam voor hem als een donderslag bij heldere hemel. Hij beloofde er werk van te maken, met het verzoek om hem te informeren als er iets loskomt. Hij zal dan een onderzoek in gang zetten naar alle mogelijke malversaties die er tussentijds, met het niet uitgekeerde deel, zijn gepleegd. We doen een flinke aanbetaling, maken nog wat detailafspraken en de zaak is beklonken.
Terug in de motorenwinkel blijkt dat de motor van Sjarit wel te repareren is. Het kost echter bijna evenveel als de aanschaf van een nieuwe. Die nieuwe motor wordt dus gekocht en we hebben weer iemand zielsgelukkig gemaakt. Jan nodigt me uit voor een onvervalste Thai-lunch. Zittend aan een prachtige boulevard, aan de ene kant van Rawai, waar niemand woont, mijmeren we over het schrille contrast met de andere kant van dezelfde baai, waar de Chao Lee wonen, dicht opeengepakt zonder zelfs maar een asfaltweggetje. Het is ons inmiddels duidelijk geworden dat, ondanks dat de Chao Lee lang stellen dat hun boot te repareren is, er ongeveer 16 tot 20 zijn die moeten worden vervangen.
Het is vandaag volle maan, dus springtij. Dit is zo’n dag dat de stromingen op zee maximaal horen te zijn. Weer zo’n bewijs dat alles nog lang niet naar het oude vertrouwde is terug-gekeerd. Vandaag was het tot nog toe de rustigste dag op het water. Eén boot is uitgevaren, maar niet alle bemanningsleden waren van de partij. Als de dood zijn zij voor deze zee en zij zijn niet de enige. Dat gaat nog wel een maand of langer duren voordat ze voldoende moed hebben verzameld om weer uit te varen, zo diep zit de angst.
Joei, onze “projectbegeleider” op Ko Lanta, is dan eindelijk in Rawai aangekomen. Als bewijs dat het op Ko Lanta in principe loopt als overeengekomen, overhandigt hij een aantal foto’s en zijn, tot op de bath nauwkeurig bijgehouden, kasboek. Hij komt ook meer geld halen om de uitvoering van de afspraken te kunnen voortzetten. Overigens maakt hij melding van een dreigende tweespalt tussen de booteigenaren van het toeristenstrand en hun gemeenschap. We realiseren ons dat we mogelijk wat lichtvaardig over de positie van deze toeristenbotenbezitters hebben geoordeeld toen we besloten om geen uitkering te doen. Feitelijk verkeren zij in dezelfde positie als de Thai-schippers van Rawai. De belofte is gedaan dat we dit rechtzetten zodra de gelegenheid zich voordoet. Hij informeerde ons dat er dicht bij Ko Lanta botenbouwers zijn die mogelijk boten voor ons kunnen bouwen. Wij hebben hem verzocht om dat voor ons verder uit te zoeken.
De dorpsbewoners hebben een nieuwe belangenbehartiger aangesteld. Deze man, Koey genaamd, was vroeger een uiterst aimabele man, maar slechte alcohol en beschadigingen door het duiken hebben van hem in de loop der jaren een geestelijk wrak gemaakt. Omdat hij ook niet kan lezen of schrijven, vrezen we dat dit verkeerd zal gaan aflopen. Gekscherend, maar wel to the point, zeggen ze nu in het dorp dat Jan dat eigenlijk op zich zou moeten nemen. “Die krijgt tenminste echt iets voor elkaar”. Behalve dat Jan hier helemaal niets voor voelt, zou het hem ook in een heel benauwende positie brengen. Hij is en blijft namelijk een buitenlander. Voorlopig doet Koey het overigens goed. Hij gaat achter elk gerucht aan. Ook hem heeft het echter niets dan loze beloften opgeleverd, met opnieuw weer formulieren invullen. Het heeft er veel van weg dat diegenen die er belang bij hebben, de slachtoffers murw willen maken zodat men afhaakt. Ook tot op heden is de enige structurele hulp afkomstig van particuliere instellingen, als de onze. Schrijvendeweg kijk ik uit op de baai van Rawai. Nog steeds erg weinig activiteiten. Gisteren heb ik, voor het eerst sinds ik hier ben, een bootje met toeristen zien uitvaren. Dat horen er een paar per uur te zijn. Ook Kata, niet het zwaarst getroffen, blijkt een spookstad te zijn geworden. Inmiddels zijn de eerste ontslagen daar gevallen. De ondernemers, restauranthouders e.d. trekken het niet meer.
Dinsdag, 25 januari.
Vanuit Sapham bereikt ons het bericht dat de eerste partij hout, voor het repareren van de vlonders en huisjes, is besteld. Het loopt nu dan eindelijk zoals we bedoelden. De botenbouwers zijn terug van hun Moslimfeest en hebben thuis rondgekeken naar redelijke tweedehands boten. Ze hebben er 3 of 4 gevonden. Deze boten worden aangevoerd over zee. Ook onze coördinator is er weer en heeft zelfs een boot bij zich. Die moet nog wel worden opgeknapt, maar alles is beter dan enige maanden te moeten wachten. Deze boot is gekocht van een Thai-schipper, die het in de toeristenbranche niet meer ziet zitten. Hij had twee boten, maar gaat nu met één boot verder. Onze `volontair` weet nog twee boten. Een andere vrijwilliger, dhr. Nao, blijkt ook twee of drie boten te hebben gevonden op Ko Jao. Al onze `voelsprieten` blijken vrijwel gelijktijdig resultaat te hebben. We besluiten om, indien mogelijk, het tekort aan boten aan te vullen met tweedehands. Liever snel dan nieuw, is het motto in deze en de Chao Lee zijn hiermee dik tevreden. Met de 8 boten, die we nu mogelijk kunnen vervangen, maken we een vliegende start.
Woensdag, 26 januari.
Nog even naar Jan en samen naar het dorp om daar afscheid te nemen. Afrekenen, inpakken en wegwezen. Ik heb het verslagstokje overgedragen aan Pim Christiaans.
Joop Veerman.