Naar de inhoud

De werf van Edam

Bron: Peter Louter in NIVO

De werf van Edam
Het gebeurt wel eens dat je meeleeft met mensen die je eigenlijk helemaal niet kent. Ik heb dat met de mensen van Scheepswerf Groot die een scheepshelling hebben in het hartje van Edam. Deze week heb ik één van hen een klein beetje beter leren kennen. Hij heet Freek. Ik ben hem tegengekomen op de website van www.jongeren.volendam.nl

Bij een artikel over het laatste door de werf gewonnen juridisch duel bij de Raad van State, stond een foto van hem afgedrukt. Op die foto kijkt Freek wat zorgelijk. En omdat ik zijn geschiedenis via de krant heb gevolgd, kan ik dat wel begrijpen. Hij heeft het al een aantal jaren bepaald niet gemakkelijk gehad.

Al voordat ik zijn gezicht kende, had ik sympathie voor Freek. Eigenlijk klopt dat niet helemaal. Eerst kreeg ik sympathie voor die werf. Dat kwam door een wandeling in Edam. Op goed geluk waren we via de Kerkstraat de Kwakelsteeg ingeslagen. Na de steeg komt de Kwakelbrug. Voor zover ik weet is dat het smalste ophaalbruggertje in Noord-Holland. Kijk je op die brug naar rechts, dan zie je de Scheepmakersdijk en de lommerrijke achtertuinen met theekoepels van de statige huizen aan de Lingerzijde. Kijk je naar links, dan zie je de scheepswerf met een paar scheepshellingen. Voorts zie je vanaf die plaats de achterkant van de huizen van het Doelland en over het water de tuin van Fortuna die in de zomer altijd zeer bloemrijk is. De eerste keer, met het zonnetje in de rug, was ik op slag verliefd.

Een scheepswerf in het hartje van Edam. De laatste van de vele scheepshellingen die Edam rijk is geweest. En op dat moment kostte het me weinig verbeeldingskracht om het levendige geklop van hamers en het raspende geluid van zagen te horen. Ik rook ook de geur van vers hout, pek en touw. Ik zag het bedrijvig scharrelen van al die vaklieden die daar met scheepsbouw hun brood verdienden. Sinds die tijd neem ik al mijn gasten mee voor een wandeling door Edam en op de Kwakelbrug gekomen, schilder ik hen het beeld van die vroegere bedrijvigheid waarvan deze werf het laatste overblijfsel is.

De werf roept ook beelden op uit mijn jeugd. In het dorp waar wij woonden stond schuin tegenover ons huis een smederij. Die smederij bestond al een paar eeuwen en de eigenaar heette niet toevallig al generaties lang: Smit. Dagelijks hoorden we het hoge geluid klinken van het slaan van hamers op ijzer. Soms mochten we helpen om het vuur met de balg aan te wakkeren. De geluiden, de bezwete mannen met hun gereedschap, de geur van ijzer en de warmte van het vuur vormen voor mij herinneringen aan een tijd waarin ik als kind leerde wat het betekende om voor je brood te werken. Je zag het, je hoorde het en je rook het. Dat soort rijkdom bestaat ook nog in Edam. Een plaats waar wonen en werken nog niet gescheiden zijn. Een plaats waar mensen werken die liefde voor hun vak hebben en de kundigheid om daarmee hun brood te verdienen.

Het is onder meer aan Freek te danken dat die werf er nog steeds is. Het heeft maar een haartje gescheeld of ook die laatste werf zou voor goed zijn verdwenen. In de krant las ik dat de werf problemen had met een compagnon. Die wilde de grond verpatsen. Ik hoopte dat ze hem daar van konden weerhouden. Ik las later dat de werf bijna failliet was en ik hoopte dat ze het zouden overleven. En laatst las ik in de krant dat een paar buren met juridische procedures keer op keer de werf belaagden en wéér hoopte ik dat ze de strijd zou winnen. En al die tijd wist ik niet dat een van die mannen die zich niet op hun kop liet zitten, Freek heette.

Ze hebben veel steun van bijna al hun buren. Dat zijn vast mensen die hetzelfde in de werf zien als wat ik zag. Ze vertellen hun visitie vast ook een beeldend verhaal over de betekenis van die werf. Ik hoop ook dat ze kinderen hebben die af en toe Freek een handje mogen helpen. Dat zijn gelukkige kinderen die opgroeien met geuren, geluiden, mannen die liefde voor hun vak hebben en die gaan zweten als ze hard werken. Die kinderen leren de wereld beter kennen dan al die kinderen die niet veel meer hebben dan betegelde stoepen, televisie en gameboxen.

Van al die buren zijn er twéé die de werf al jaren dwarszitten. Een beetje begrijp ik ze wel, denk ik. Het zijn mensen die een historische woonomgeving willen combineren met de rust van een verstilde woonwijk. Daarom willen ze dat de werf verdwijnt. Verdwijnt met zijn geluiden, zijn geuren en zijn zweet. Een rechter heeft ze al eens verweten dat ze misbruik maken van de mogelijkheden om te procederen. Dat vind ik nog niet het ergste. Het ergste vind ik dat het hen geen donder kan schelen wat wij er allemaal van vinden. En nog erger vind ik het dat ze hun visite dat mooie historische verhaal onthouden en alleen maar klagen. Klagen in hun achtertuin. Klagen in het weekend en op mooie zomerse avonden, terwijl Freek dan helemaal niet werkt. Dan zit hij ook in zijn rustige achtertuin aan een welverdiend biertje.

En daar zegt hij tegen zijn vrouw: “ het heeft ons een hoop tijd, geld, nachtrust en zorgen gekost, maar deze droom is werkelijkheid geworden.” Terwijl hij dat zegt, kijkt hij tevreden rond en zie ik geen zorgen meer op zijn gezicht. Misschien gaan die buren verhuizen. Als ik hun was zou ik daar maar eens over denken.

Eén man doe ik nog tekort met dit verhaal. Freek’s vader. Hij heeft niets nagelaten om de werf zo ver van de grond te krijgen dat hij toekomst heeft. Hem, Freek en alle mensen die hun steun verleend hebben, wil ik eren met dit verhaal. Zij en u zullen het er vast mee eens zijn als ik Freek’s vader voordraag voor een lintje. Voor het behoud van cultuur-historisch en industrieel erfgoed. Mijnheer de burgemeester, wilt u daar een aantekening van maken!

Peter Louter

1 reactie

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • @Koen,

    “Promotie, stadion vol, merchandising vertienvoudigd daar wordt voor het gemak even niet meer naar gekeken.”

    Ondanks al deze extra inkomsten toch nog een miljoenentekort, hoeveel moet er dan wel meer uitgegeven zijn?