Dagboekverslag `Een nieuwe toekomst voor de vissers van Rawai´ (2- 10 februari) (foto's)
Dagboekverslag `Een nieuwe toekomst voor de vissers van Rawai´ (2- 10 februari) (foto's) - Pim Christiaans*
Woensdag 2 februari
De zeezigeuners van het palendorp Sapham mogen op kosten van Volendam hun gehavende woningen repareren. Ook kunnen wankele looppaden tussen de huizen worden vernieuwd. Daartoe konden zij de afgelopen tijd bij een groothandel in bouwmaterialen op rekening van Volendam de benodigde materialen kopen. In totaal is voor ongeveer 300.000 bath ( ruim 6000 euro) aan spullen ingeslagen. Het gaat voornamelijk om hout en golfplaten (voor de daken). De planken en balken liggen al op verschillende plekken in Sapham klaar. De meeste mannen van het dorp zijn op dit moment echter in het noorden aan het vissen. 5 Februari, de dag voor de presidents- en parlementsverkiezingen, keren ze naar het dorp terug. Dan gaan ze met vereende krachten de huizen - veertig in totaal - repareren. Twee huizen die compleet zijn weggevaagd door de tsunami's, worden herbouwd. Het geraamte van het eerste huis staat al overeind. Er heerst duidelijk een betere stemming in het dorp dan tijdens ons eerste bezoek een paar dagen na de ramp. Het verschil tussen toe en nu: het leven biedt weer uitzicht op betere tijden.
Zaterdag 5 februari
Ook de stemming in Rawai is niet meer te vergelijken met die van anderhalve maand geleden. Toen heersten er apathie en verslagenheid. Aan het strand was het stil, de viskraampjes waren verdwenen, de zeezigeuners liepen verdwaasd rond. Nu is het er weer levendig bij de zee. De viskraampjes zijn terug en de vrouwen van Rawai verkopen weer vis, voor een deel gaat het om eigen vangst! De baai ligt vol met prachtig opgeknapte longtail boten. Vrijwel de hele vloot, zo'n zestig boten van allerlei formaat, is weer hersteld. Een prestatie om trots op te zijn. Van alle vissersgemeenschappen op Phuket staan de vissers van Rawai er nu het beste voor. Hoewel veel boten nog niet kunnen uitvaren omdat ze op de laatste afwerking wachten, wordt er ook al met sommige gevist. Zo komt het normale leven weer langzaam op gang.
Het succes van Rawai is behalve aan Volendam ook te danken aan een groep Thaise helpers die zich het lot van de Chao Lee aantrekken. In Rawai wordt deze groep vertegenwoordigd door Ting: een Thai, zelf afkomstig van een arme familie, die sinds zijn studententijd betrokken is bij de milieubeweging en hulpverlening aan verdrukte minderheden in Thailand. De groep waar hij onderdeel van uitmaakt, is een los-vast verband van vrienden uit alle lagen van de samenleving: ondernemers, mensen van de universiteiten en zelfs regeringsfunctionarissen. Toen ze zagen hoe de vloot van Rawai was vernield door vloedgolven, besloten ze direct hulp te bieden. Het ingezamelde geld uit Volendam, de bekendheid van Jan Veerman met het dorp en de 'hulpverleners-know how' en lokale contacten van Ting en zijn groep bleken een ideale combinatie te vormen. Dankzij Ting kwamen er botenbouwers uit een andere Thaise regio naar Rawai om te helpen en werd er in ijltempo goed hout geregeld. Dankzij het geld uit Volendam kon men zonder uitstel en bureaucratische rompslomp aan de slag te gaan. Overigens: ook Ting en de zijnen waren niet te beroerd om af en toe financieel bij te springen en dat doen ze nog steeds voor allerlei andere 'vergeten' gemeenschappen in Phuket. Net als Jan Veerman en de Volendammers, houden Ting en de zijnen ervan om low profile te opereren: geen ophef en fanfare rondom de acties, maar gewoon snel en efficiënt helpen. Terwijl Jan en Ting staan te overleggen bij de scheepstimmerwerf, horen zij achter zich het oude vertrouwde geronk van een longtail boot: ze kijken om en zien hoe een vissersboot uit Rawai volledig uitgerust en bemand uitvaart. Een prachtig gezicht na maanden van inactiviteit in de baai van Rawai. Daar is het allemaal om te doen!
Dinsdag 8 februari
Vandaag wordt overal in Thailand het einde van het oude en het begin van het nieuwe jaar volgens de Chinese jaartelling gevierd. In Rawai is deze feestdag nu extra feestelijk. Ieder jaar worden de vissersboten volgens een vast ritueel door een sjamaan 'gezegend'. Nu, na een veelbewogen periode waarin vrijwel de gehele vissersvloot door vloedgolven werd getroffen om vervolgens weer in volle glorie te worden hersteld, heeft dat ritueel natuurlijk een extra lading. De zeezigeuners brengen schalen met vruchten en gerechten naar hun boten om aan de zeegoden te offeren. Om de boeg worden kleurige lappen stof gewonden. Bij elke boot kijkt de vaste bemanning toe hoe een sjamaan spreuken prevelt, met rijstkorrels strooit en wierook zwaait en andere rituele handelingen verricht om het lot en de goden van de zee gunstig te stemmen. Daarna worden enorme 'duizendklappers' aan de boot bevestigd en afgestoken. Zodra de laatste knal over het water galmt, storten kinderen zich joelend op de schalen met lekkernijen: volgens gebruik mogen zij het de feestdis van de goden opeten. Een van de zeezigeuners laat ook zijn oude boot zegenen, hoewel die nooit meer zal uitvaren: het is niet meer dan een wrak op het strand. 'Dit doe ik uit respect voor m'n oude boot die mij zoveel jaren trouw is gebleven, dit is mijn vaarwel.' zegt hij geëmotioneerd.
Voor de zeezigeuners is een boot niet zomaar een voorwerp, maar een trouwe vriend met een eigen karakter - van sommige mannen kun je vermoeden dat ze een hechtere band hebben met hun boot dan met hun vrouw.
Ting, de Thaise hulpverlener, neemt ons mee naar een Chao Lee-nederzetting in de provincie Phang Nga, vlakbij Phuket aan het vaste land. Het gehuchtje heet Tapla en wordt bevolkt door ongeveer honderd Mokhen-gezinnen, zeezigeuners die oorspronkelijk uit Birma afkomstig zijn. Strikt genomen zijn het geen zeezigeuners meer, want ze leven al een aantal generaties lang een paar kilometer landinwaarts in een bos. Op het eerste gezicht ziet Tapla er idyllisch uit, met eenvoudige houten huisjes tussen de bomen, keurig aangeharkte weggetjes, rondscharrelende kippen en zwijntjes. Maar er heerst hier bittere armoede. De Mokhen verdienen wat geld door op los-vaste basis op de omringende rubberplantages te werken en scharrelen verder hun kostje bijeen in het bos en aan de kust. Er wordt ook nog gevist. Sommigen doen dat nog met een uitgeholde boomstam als boot. Door de vloedgolven zijn zeven mensen uit Tapla omgekomen en een aantal boten zijn vernield. Hulp van officiële zijde hoeven deze Mokhen niet te verwachten, de Thaise overheid weet zelfs niet dat hier nog een groepje zeezigeuners woont. Ting en zijn groep helpen de dorpelingen met rijst en nieuw visgereedschap: netten, vallen, lijnen. Jan besluit 100.000 bath (bijna 2000 euro) aan het dorp ter beschikking te stellen, zodat er twee nieuwe bootjes en buitenboordmotoren kunnen worden gekocht.
*) Pim Christiaans is een freelance journalist die op dit moment in opdracht van een uitgeverij aan een medisch handboek werkt en daarom met gezin voor een jaar in Phuket is neergestreken.