Naar de inhoud

Persbericht ouders overleden jongeren doet feiten ernstig geweld aan

Bron: BSNV

Persbericht ouders overleden jongeren doet feiten ernstig geweld aan
De afgelopen dagen is er de nodige commotie ontstaan naar aanleiding van een persbericht van een aantal ouders van jongeren die als gevolg van de Nieuwjaarsbrand zijn overleden. In dat persbericht wordt het vertrouwen in het bestuur van de BSNV opgezegd. De ouders beklagen zich erover dat zij niet op voorhand worden gekend in besluiten van ons bestuur, waaronder laatstelijk ons besluit niet verder te gaan met de directeur van nazorgcentrum `Het Anker´. Wij betreuren het dat de ouders ons niet in staat hebben gesteld dat besluit toe te lichten, alvorens via de media naar buiten te treden. Het persbericht van de ouders is duidelijk ingegeven door hevige emotie zodat wij de ouders liever zouden ontzien dan via de media van repliek dienen. Het bericht doet de feiten echter zoveel geweld aan dat wij hebben moeten vaststellen dat dit niet onweersproken kan blijven.

Vertrouwensbreuk met directeur CRN Het Anker
Met betrekking tot de problematiek rond de directeur van CRN Het Anker merken wij op dat het hier een aangelegenheid betreft voor de Raad van Toezicht van Het Anker, een orgaan onder voorzitterschap van de burgemeester van de gemeente Edam-Volendam dat 6 leden telt. Twee leden worden aangewezen door de BSNV. Door middel van een vertrouwelijk schrijven hebben wij de Raad van Toezicht geïnformeerd over onze vertrouwensbreuk met de directeur. Graag hadden wij de ouders van overleden jongeren in een besloten bijeenkomst geïnformeerd over de achtergronden van die vertrouwensbreuk, maar de ouders hebben een uitnodiging voor zo´n bijeenkomst afgeslagen. Het zou niet gepast zijn via de media uit te wijden over onze bezwaren tegen de directeur, zodat wij die bezwaren hier verder onbesproken zullen laten.

Geen fair en objectief oordeel ouders overleden jongeren
Voor de ouders van de overleden jongeren is onze standpuntbepaling in de bovengenoemde kwestie in combinatie met andere zaken de aanleiding geweest om het vertrouwen in ons op te zeggen en de publiciteit te zoeken. In het persbericht worden termen gebruikt als “het herhaaldelijk achterhouden van cruciale informatie”, “ophelderingen werden ons niet verstrekt”, “jaren een vergeten groep te zijn” en “niet betrokken te zijn bij het houden van herdenkingen”.

Als bestuur van de BSNV zijn wij verbaasd over deze uitspraken en betreuren wij dat die op deze manier worden gedaan. De uitspraken zijn duidelijk ingegeven door emotie en niet door een fair en objectief oordeel over hetgeen is gedaan voor de familieleden van overleden jongeren. In de afgelopen 4 jaar hebben wij tezamen met het bestuur van de Stichting Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (SSNV), vele andere vrijwilligers, supporters en hulpverleners (waaronder medewerkers van CRN Het Anker, geestelijken en medische deskundigen) door middel van veel inzet en opoffering van vrije tijd ons beste beentje voorgezet voor alle getroffenen, inclusief de familieleden van de overleden jongeren.
Zo hebben wij de afgelopen jaren specifieke overlegsessies met de ouders van de overleden jongeren georganiseerd en heeft een van deze ouders gedurende anderhalf jaar onze bestuursvergaderingen bijgewoond als vertegenwoordiger van de ouders van overleden jongeren. Daarbij hebben wij hem gevraagd om bestuurslid te worden maar dat wilde hij niet.

In aansluiting op de belangrijkste wens van deze ouders hebben wij als prioriteit 1 bestempeld: “geen horeca meer in het pand, waar de rampzalige brand heeft plaats-gevonden”. Wij zijn er trots op dat wij deze wens in vervulling hebben kunnen laten gaan, ook al is dat ten koste gegaan van heel veel strijd en financiële middelen. Verder was er jaarlijks een herdenkingscommissie actief, waar ook de ouders van de overleden kinderen een belangrijke stem in hadden; de afgelopen herdenking bestond de commissie uit 3 ouders van overleden kinderen, naast 2 jongeren en vertegenwoordigers van BSNV, SSNV, gemeente en de beide parochies.

Ten aanzien van het opheldering verschaffen en verantwoording afleggen merken wij op dat wij periodiek ledenvergaderingen beleggen, die uitdrukkelijk ook voor de ouders van de overleden jongeren bestemd zijn. Verder hebben wij onlangs een werkgroep opgericht met als doel te zorgen voor een passende inrichting van het Hemeltje. Hiervoor zijn ouders en broers en zussen van overleden jongeren uitgenodigd, omdat we veel waarde hechten aan hun inbreng.

Gerealiseerde nazorg voor groep ouders van overleden jongeren
Onderstaand een opsomming van wat in de afgelopen 4 jaar allemaal is gedaan c.q. gerealiseerd qua nazorg in Volendam voor de groep ouders van overleden jongeren, door bovengenoemde vrijwilligers en hulpverleners:


  1. jaarlijkse herdenkingsbijeenkomsten
  2. geen horeca meer in het pand en nu de mogelijkheid tot een passende bestemming, die recht doet aan de emotionele herinneringen
  3. aparte plaatsen op het graf
  4. herdenkingsmonument op het graf en aan de Haven
  5. uitkering in het kader van de begrafeniskosten
  6. uitkering in het kader van een inkomstendervingsregeling
  7. uitkering Stichting 010101
  8. uitkering SSNV
  9. Tijdens het traject van de Commissie van Lidth de Jeude zijn de families van de overleden jongeren erkend als doelgroep, die in aanmerking komt voor nazorg. Faciliteiten, die vanuit CRN Het Anker en de Gemeente worden geboden, zijn onder andere;

    1. Lotgenotencontacten onder begeleiding van een zorgmakelaar en/of Supporters
    2. Mogelijkheid tot deelname aan diverse activiteiten
    3. Hulp in geval van psychosociale problemen
    4. Begeleiding in geval van reïntegratie naar het arbeidsproces
    5. Tegemoetkoming in specifieke onkosten
Het is uiteraard aan de nabestaanden zelf al dan niet gebruik te maken van het hulpaanbod van Het Anker. Tijdens een bijeenkomst in februari 2004 tussen de ouders van overleden jongeren en de BSNV, SSNV en Anker heeft oud-burgemeester Hans Bulte de ouders nog eens nadrukkelijk aangeraden gebruik te maken van dat hulpaanbod als daar behoefte aan is. Hierop gaven verschillende ouders te kennen al gebruik te maken van de diensten van Het Anker en daar heel tevreden over te zijn. Andere ouders zeiden dat het soms ook de keus van de ouders zelf is of van de broers en zusters om geen gebruik te maken van het beschikbare hulpaanbod, maar misschien dat dit in de toekomst nog zou veranderen. Tijdens genoemde bijeenkomst heeft toenmalig directeur Klaas Bond bevestigd dat er ook voor de ouders van de overleden jongeren een activiteitenbudget beschikbaar is (al vanaf het eerste jaar na de ramp financiert ook Het Anker activiteiten voor de nabestaanden).

Op haar beurt heeft de SSNV aangegeven dat zij op basis van concrete voorstellen projectbudget beschikbaar wil stellen aan de nabestaanden en heeft het bestuur van de BSNV aangegeven altijd bereid te zijn op hun verzoek gezamenlijke vergadersessies te organiseren. Verder heeft Klaas Bond bij zijn afscheid een bedrag ad Euro 7500,- aan de ouders van de overleden jongeren ter beschikking gesteld voor activiteiten. Het betrof hier een cadeau dat hij ter gelegenheid van zijn afscheid had ontvangen en dat hij de ouders heeft aangeboden om het belang te benadrukken dat hij en alle andere werkers en vrijwilligers in de nazorg hechten aan deelname van die ouders aan gemeenschappelijke nazorgactiviteiten. Voor het jaar 2005 zijn over de door nabestaanden voorgestelde activiteiten inmiddels door de Gemeente, SSNV en CRN Het Anker afspraken over de financiering gemaakt.

Op basis van het bovenstaande zijn wij van mening dat de ouders van overleden jongeren de vele hulpverleners en vrijwilligers in de nazorg onrecht doen door hen het verwijt te maken dat zij als groep “vergeten" zijn. Daarbij geldt dat wat er in Volendam is gerealiseerd qua nazorg uniek is in Nederland; nergens heeft men het bijvoorbeeld voor elkaar gekregen om een schikkingsovereenkomst te sluiten behalve in Volendam! Als gevolg hiervan kan het rampcafé een waardige bestemming worden gegeven. En die overeenkomst kon worden gesloten dankzij heel veel vrijwilligerswerk, mede van het bestuur van de BSNV; een bestuur dat de nazorg hoog in het vaandel heeft staan en het tot zijn taak rekent om in te grijpen, daar waar de belangen van de getroffenen geschaad dreigen te worden. Wij menen naar eer en geweten gehandeld te hebben en betreuren het dat een en ander zo is geëscaleerd. Liever hadden we op een constructieve manier gezamenlijk naar oplossingen gezocht. Wij hopen dat die mogelijkheid ten opzichte van de families van de overleden kinderen blijft bestaan, zodat we gezamenlijk invulling kunnen blijven geven aan een goede nazorg. Deze nazorg zal namelijk tot in lengte van jaren nodig zijn voor de Volendammer Gemeenschap.

Het bestuur van de BSNV



8 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Helemaal niets van gehoord of gezien. Zijn er überhaupt wel 20 politieauto's in heel Noord-Holland?

  • Beste John, het verhaal van Leendert Spaander, de familie Spaander, Hotel Spaander en het bezoek van kunst-schilders, tekenaars, fotografen, filmsterren, presidenten, koninklijke hoogheden enzovoort, is al zo vaak beschreven dat je daar inmiddels een flinke boekenkast mee kan vullen. Daar kan gerust nog wel een boekje bij hoor. Maar Jan Brokken doet op tv (MAX) nu net of hij een wonderbaarlijke geschiedenis heeft ontdekt. Feitelijk zat hij daar op een wat overdreven enthousiaste manier, alleen maar oude koek te vertellen. Maar goed. Voor de geïnteresseerden zou ik zeggen, tast toe.

  • Knap werk van Observant om deze cijfers te achterhalen. Met cijfers kun je onzinnige berekeningen maken, maar cijfers zonder context kunnen gauw een verkeerd beeld oproepen en tot verkeerde conclusies leiden.

    160.000 meldingen van discriminatie, dat is niet niks.

    Zo’n 50.000 daarvan hebben te maken met de werkomgeving en worden gemeld bij de werkgever. Die moet daar iets mee. Het lijkt mij dat je ernaar streeft, na onderzoek naar de feiten, als werkgever met de werknemers om tafel gaat, een goed gesprek hebt en na afloop weer samen door één deur kan. Liever zo dan schuldigen aanwijzen en straffen opleggen. Dat zal natuurlijk niet altijd lukken. Hangt van de ernst af.

    Bij de politie gaat het om 6.500 aangiftes. De politie is verplicht om een aangifte in behandeling te nemen. Je kunt op je vingers natellen dat dit ondoenlijk is. Al die uren. Politie werkt veel samen met antidiscriminatiebureaus. Een strafrechtzaak beschouwt het OM als ultimum remedium: het laatste middel. Bemiddeling en gesprekken leveren meer op dan straffen is ook hier de inzet. Achteraf worden aangiftes vaak weer ingetrokken.

    Discriminatie in strafzaken blijkt vaak moeilijk te bewijzen. Denk maar aan de minder-minder/zaak tegen Wilders. Er kwam geen einde aan. Of spreekkoren bij voetbalwedstrijden. Met tv-beelden zijn zelfs liplezers erbij gehaald. Uiteindelijk is moeilijk vast te stellen wie de ‘daders’ zijn.

    Ik laat het hierbij. Rest mij nog Inspecteur Vlijmscherp te bedanken voor de prettige samenwerking en Observant en Jan W voor hun tomeloze inzet. Plus alle andere respondenten.

  • In de tijd dat Kees Kil nog met taxi's rondreed, en dat is al een tijdje geleden, werd er al gewaarschuwd voor dit soort pareltjes van taxichauffeurs die het niet zo nauw nemen met regeltjes en normaal gedrag.
    Het blijft dus opletten. Taxi onbekend? Niet instappen.
    Sterkte toegewenst.

  • Tja, mijn idee. Maar ik vrees dat het alleen maar erger gaat worden.

  • Dus voor mijn beeldvorming. Purmerend heeft gekozen voor aardgasvrij. Die stoken dus zeer vervuilende biomassa om hun stadwarmte project warm te krijgen. Nu hebben ze een alternatief gevonden in de vorm van geothermie, maar vrezen ze dat Edam-Volendam met aardgaswinning hun geothermie project in de weg zit.
    In plaats van dit gewoon uitzoeken zijn ze op een smerig pad gaan proberen om de aaedgaswinning stop te zetten.
    Dat Purmerend aaedgasvrij wil worden, betekend toch echt niet dat NL zonder aardgas kan.
    Trieste smerige politiek wordt hier weer bedreven.

  • @ Observant

    Ik vind het erg vermoeiend allemaal, maar nog één keer.

    Observant kan dan verder op cijfers in gaan, maar daarvoor is goed lezen wel handig. De door mij genoemde 6500 politieregistraties, die hij later zelf herhaalde, verandert hij nu in allemaal aangiften. Politieregistraties zijn bijv. ook telefonische meldingen of mutaties in dagrapporten.

    En de aanname van Observant dat instanties met graagte aandringen op een aangifte is geheel voor zijn rekening. Dat is nl. helemaal de bedoeling niet, eerder het tegenovergestelde; uit een goed gesprek (mediatie) komt vaak een oplossing, en daarmee wordt een aangifte of voorkomen, of ingetrokken.

  • Mijnheer Kluessien vindt het maar niets dat er in vogelvlucht naar de cijfers gekeken is.
    Hij gaat daar wat dieper op in.
    Maar het kan nog verder.
    Vooruit dan maar.
    In 2021 waren er 6500 aangiftes wegens discriminatie bij de politie.
    Bij het O.M. kwamen er daarvan uiteindelijk 157 terecht als specifieke discriminatie.

    Voor specifieke discriminatie zijn er in 2021 bij het O.M. 196 zaken in behandeling genomen (waarschijnlijk ook zaken uit eerdere jaren).
    In 106 gevallen werd de zaak geseponeerd en in 24 gevallen afgedaan met een boete of taakstraf.
    De laatste 66 werden naar de rechter doorverwezen.

    Dat blijft er over als de aangiften voor discriminatie door de filters van politie en O.M. zijn gehaald.
    En daar wordt getoetst op de wettelijke criteria voor discriminatie.

    Als 1,6 miljoen mensen iets “ervaren” als discriminatie betekent dat bij lange na niet dat dit ook discriminatie is.
    Voor de 160.000 mensen die besluiten om melding te maken bij enige instantie geldt hetzelfde.
    Als hun zaak enige kans zou maken zullen die instanties met graagte aandringen op het doen van aangifte en hierbij voor ondersteuning zorgen.

    En, jawel het ervaren van discriminatie is subjectief en wij gaan niet over het gevoel van een ander.
    Maar dat maakt niet dat wat een ander ervaart en er bij voelt ook terecht is.
    Om dat te beoordelen hebben we de wettelijke criteria en die geven bovenstaand resultaat.