Ode aan de Brouwersgracht
Ode aan de Brouwersgracht
Hij is mooi, romantisch, sierlijk.
Zo geliefd bij mens en dier
Het eerste hondje is vroeg
Loopt achter baas met pijp
Opgelucht al zijn behoefte kwijt
Daar is gedistingeerde man met hoed
Lichtbruin hondje kakt bij nummer 28
Hoed kijkt in luchtledige
Ach, mevrouw met krulkapsel
Kleine hond pist bij elke boom
Gevolgd door mevrouw rommelig
Wie trekt nou wie?
Schatje pist bovenop vuilniszakken
Onbekende vrouw staat stil
Trillend diertje aan de oprollijn
Zenuwbeest poept op stenen paaltje
Verheft kakken tot een kunst(je)
Jonge man met hond aan overkant
Kijkt geboeid hoe ‘rakker’ zijn
Kroket in het gras laat zakken
Ziedaar de ex-winkelier met beest
Dat blikvoer in saus poept bij boom
Ach, hond van buurman, kwispelt blij
Springt tegen nieuwe broek
Baasje schreeuwt, hondje luistert niet
Voel de natte kwijl op bovenbeen
Kleine keffer schiet in de steeg
Pist ééns per week tegen de praktijkdeur
Baasje loopt snel door
Bewoner stapt in de auto
Schoen slipt plots naar links
Nieuwe woorden klinken
Brouwersgracht
Het einde!!!