Kom op voor Khamis!
Kom op voor Khamis!
Illegalen moeten toch het land uit? Ja, daar kunnen we het achter een koppie gauw over eens worden. Tot dat er een illegaal op je stoep ligt en je oogcontact hebt gemaakt. Ligt er dan een illegaal of iemand die om hulp vraagt. Wat is dan het verschil? Meester Beumer en de Zuidwester keken niet weg en hebben oogcontact gemaakt. Ze zagen geen illegale familie, maar een familie die om hulp vroeg. Een familie die hulp hard nodig had en nog steeds heeft.
Naim Khamis, komt uit Syrie. Zijn orthodox-katholieke familie werd daar geterroriseerd. Nadat zijn moeder vermoord was en zijn vader zodanig mishandeld dat hij voor het leven gehandicapt raakte, vluchtte zijn vader samen met Naim’s vier zussen naar Nederland . Als oudste bleef Naim achter om het boerenbedrijf van zijn ouders in stand te houden in de hoop dat de familie daar ooit zou kunnen terugkeren. Voor een orthodox-christen is dat in een islamatisch land niet echt gemakkelijk. Je kunt je dan het beste gedeisd houden, maar jammer genoeg zat dat niet in het karakter van Naim. Hij kwam op voor zijn rechten als mens. Dat had hij beter niet kunnen doen. Zijn leven werd door bedreigingen, getreiter en discriminatie langzamerhand onleefbaar. Hij kwam er achter dat hij minder sterk en weerbaar was dan hij had gehoopt. Hij had de situatie onderschat en zichzelf overschat. De problemen stapelden zich huizenhoog op en ten einde raad had Naim geen andere keus dan met zijn vrouw te vluchten. Hij ging op zoek naar een plek waar hij in vrijheid en gerechtigheid kon leven. Een plek in het land waar zijn vader en zussen al waren, om precies te zijn: Volendam. Ze kwamen daar aan op 26 juli 1995. De vlucht had toen al drieentwintig maanden in beslag genomen en in die onzekere maanden werd onderweg hun eerste kind geboren. Zijn vader is kort daarna gestorven en hier begraven. Zijn broer en zussen kregen een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Dat geluk had Naim zelf niet. In alle stadia van de asielprocedure werden zijn vluchtmotieven afgewezen. Hij belandde uiteindelijk met zijn inmiddels twee kinderen tellend gezin in het uitzetcentrum van ter Apel. Hij werkte mee met de uitzetprocedure. De Syrische ambassade die inreispapieren moest leveren, wees die aanvraag op grond van burocratische perikelen af. Uitzetting was daardoor onmogelijk geworden. Tenslotte werden ze in ter Apel, eind 2000, met hun pas geboren baby, op straat gezet met het vriendelijk verzoek om maar op te hoepelen. Ook dat is Nederland!
De regering die door ons gekozen is, denkt dat wij het zo willen en heeft een juridisch apparaat opgebouwd dat zoiets mogelijk maakt. Maar is het wel onze wens dat een gezin, waar in dit geval de jongste nog een baby was, op straat terecht komt? Veel mensen denken daar anders over en in het hele land zijn het vooral de kerken die zich het lot aantrekken van mensen die eigenlijk weg moeten, maar dat niet kunnen. In sommige gemeenten rekent de gemeenteraad het tot zijn plicht om deze mensen te ondersteunen met geld en woonruimte. Soms worden de taken in goed overleg verdeeld tussen gemeente, kerk en instellingen. Hier gebeurt dat –nog- niet.
Omdat ze al die jaren asielzoeker zijn gebleven heeft de familie Khamis nooit over een inkomen of huis kunnen beschikken. Al die jaren en ook sinds ze illegaal zijn, waren ze aangewezen op hulp van hun familie en een aantal anonieme Volendammers die er aan hebben bijgedragen dat ze zoveel mogelijk een menswaardig bestaan kunnen leiden. Ze hadden naar Hellendoorn gekund, waar de kerk een huis en inkomen voor ze had. Maar ze wilden liever in de buurt van hun familie blijven en vooral de kinderen wilden het liefste hier op school blijven. Per slot van rekening zijn ze in Volendam opgegroeid en hun handige vader doet veel klusjes op die school. Veel mensen hebben mij verzekerd dat het gezin volledig is ingeburgerd en de taal goed spreekt.
Omdat het voor de familie van Naim heel hele zware belasting is om het gezin van hun broer overeind te houden, hebben ze een paar jaar geleden in arre moede een beroep op de kerk gedaan. Tevergeefs, de kerk in Volendam heeft daar geen geld voor. Ze waren ook niet in staat om speciaal rond deze familie iets te organiseren. Ze hebben geen oogcontact gemaakt. Het is beschamend om het hier te melden, maar ze werden voor financiele hulp doorgestuurd naar Edam. De kerk daar hielp ze eenmalig met duizend gulden. Recent is er hier nog wel eenmalig 250 euro van de kerk als hulp gekomen, maar dat moet eigenlijk geheim blijven. Met verdriet én schaamte meld ik u dat we hier in Volendam zoveel problemen hebben, dat dit ene er echt niet meer bij kan. De kerk is moe, de fut is er uit. Misschien wel omdat het contact met spiritualiteit verschraald is. Binnenkort zal in de kerk wel weer de Bergrede te horen zijn. U weet wel, die gaat over het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten. Een verhaal dat gemaakt is voor ons en de familie Khamis. Maar ja, op zondag zitten hier alleen nog maar oude mensen in de kerk en een aantal getrouwen die al overbelast zijn. Wie hoort het nog? Daarom neem ik helemaal niemand iets kwalijk. Want aan bijna niemand van ons is ooit iets gevraagd.
Maar ik vraagt het u nu. Kom op voor Khamis. Laten we die paar familieleden en dat aantal anonieme Volendammers die hen helpen, aan alle kanten steunen. Per slot van rekening zijn we het meest gulle volk boven de rivieren en, bewezen, in staat tot wonderen. Zijn er niet een paar onder ons die deze kar kunnen en willen trekken? Misschien wel in kerkverband? Wordt dit uw roeping?
En dan ik heb nog een speciaal verzoek. Sta even stil bij dit verhaal. Doe een wens voor een verblijfsvergunning voor het gezin van Naim Khamis. Het is een schrijnend geval. Stuur die wens in gedachten op naar Minister Verdonk. U mag dat bidden noemen, maar dat hoeft niet. Een echte engel, mogelijk de beschermengel van Naim, heeft mij, een onkerkelijke nota bene, laten weten dat het helpt als veel mensen dat doen. Ik heb het met hem uit- onderhandeld. Namens hem mag ik u een volle aflaat aanbieden als u ook nog andere mensen weet te inspireren om mee te doen.
Meester Beumer, de Zuidwester en een aantal anderen doen het al, nu wij nog.
Peter Louter