Volendamse megaproductie ’Jezus Chris Superstar’ schreeuwt om een vervolg
Volendamse megaproductie schreeuwt om een vervolg - ’Jezus Chris Superstar’ allesbehalve lijdensweg
'Allejezus goed' werd de Volendamse 'Jesus Christ Superstar' ergens in het - overigens prachtig verzorgde - programmaboekje genoemd. Niet erg bescheiden en ook een tikje oneerbiedig, maar het sloeg wél precies de spijker op z'n loop. De rockopera van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice stond in de compleet Volendamse bezetting als een huis en werd voor het publiek allesbehalve een lijdensweg. Wat ooit begon als een droom van de regisseurs Henk Mühren en Albert Hoekstra, werd na twee try-outs op Goede Vrijdag dan eindelijk werkelijkheid met een uitverkochte première in sporthal De Opperdam. En daar bleef het niet bij, want ook op zaterdag en eerste en tweede paaldag zat de gymzaal afgeladen vol.
Dat vervulde de beide regisseurs en hun 150 man sterke ploeg medewerkers overigens wel met enigs vrees, want wie wil er nu voor het oog van zijn dorpsgenoten op zijn gezicht gaan? De angst bleek volkomen ongegrond, want zelden werd het lijdensverhaal van Jezus Christus met zoveel passie en energie neergezet als in het muziekgekke Volendam. Joop van den Ende moet nog op zijn tellen gaan passen.
Kruisiging
De rockopera beschrijft de laatste levensdagen en de kruisiging van Jezus Christus (Edwin
Zwarthoed), voornamelijk vanuit de optiek van Judas (Jan Keuken) die begint te twijfelen aan zijn daden en populariteit. Hij waarschuwt Jezus voor de gevolgen, waar als die niet naar hem luistert, verraadt hij hem bij de hogepriesters. Op de achtergrond spelen ook de eigen onzekerheid van Jezus en de hartstochtelijke liefde die Maria Magdalena (Martine Bond) voor hem koestert mee. De inspiratie voor de Volendamse uitvoering was heel duidlijk ontleend aan de filmbewerking uit 1973, met in de hoofdrollen Ted Neeley, C'arl Anderson en Yvonne Elliman. Dat gold zowel voor de zang, de muziek, de choreografie als de kostuums. Toch werd het nergens een kopie. Sterker nog, de film werd hier en daar zelfs overtroffen. Ster van de avond was zonder twijfel Keuken, die vooral in de échte rockpassages excelleerde, daarbij geholpen door het werkelijk fantastische geluid dat overal in de zaal uitstekend te horen was.
Maar ook Zwarthoed zette een zeer overtuigende Messias neer en bezorgde het publiek kippenvel met 'Gethsemaue', waarin hij zijn vader smeekt om deze gifbeker aan hem voorbij te laten gaan. Velen hadden toen overigens al een traantje weg gepinkt bij het door Bond ontroerend gezongen '1 don't know how to love him'.
Valse nicht
Ook de partijen van de hogepriesters Kájafas (Kees Schilder) en Annas (Snul Jonk), koning Herodes (Kees Tol) en Pontius Pilatus (Harmen Veerman) waren in goede handen. Schilder imponeerde met zijn zware stem, terwijl Tol van Herodes een heerlijk valse nicht maakte. Die zelfs nog even de lachers op zijn hand kreeg, toen hij Jezus zijn pruik achterna gooide waardoor zijn kale schedel zichtbaar werd. Muzikaal was het ook allemaal dik in orde en datzelfde gold voor de prachtige kostuums en het uitbundige ballet. De regisseurs toonden hun vindingrijkheid met creatieve oplossingen voor de busscène, de zelfmoord van Judas en de negenendertig zweepslagen van Jezus. Deze passages waren niet één op één over te nemen uit de film, maar verloren op het podium toch niets aan zeggingskracht.
Was er dan lekmaal niets op aan te merken? Nou, met het licht was wellicht meer mogelijk geweest en de uitspraak van het Engels was soms ook niet geheel vlekkeloos. Maar dat waren slechts schoonheidsfoutjes. Voorzichtig werd er in Volendam al gesproken van het begin van een jarenlange traditie. Dat zou mooi zijn, want aan dit succes geen vervolg geven zou (een) zonde zijn. En anders misschien volgend jaar 'Tommy'?