Naar de inhoud

Soms met knikkende knieën aan roer tijdens Pieperrace

Bron: NHD

Soms met knikkende knieën aan roer tijdens Pieperrace
Het kan soms heftig zijn. Behoorlijk heftig, stelt Leo Oudhuis. De schipper van de VD84 spreekt met ontzag over de Pieperrace. „Als zo'n schip van veertig ton op drie meter langs je zeilt, sta je met knikkende knieën aan het roer. Het is bepaald geen toertocht." Ook Oudhuis droomt van winst in de Pieperrace, maar niet ten koste van alles. „Als het schip heel blijft en de bemanning ongedeerd, dan ben ik al tevreden. Ook als we verliezen", geeft de 35-jarige Monnickendammer ruiterlijk toe. De traditionele openingswedstrijd van het zeilseizoen voor historische platbodems is namelijk meer dan een sportieve uitdaging. „Het is een test voor bemanning en schip", legt Oudhuis uit. Een test die voor de VD84, een van de drie Volendammer kwakken die door de Stichting Zuyderzee Cultuur in oude luister wordt hersteld, van extra waarde is. Tot afgelopen weekeinde werd aan de werf op het Slobbeland (naast de rokerij van Smit Bokkum) keihard gewerkt om het schip wedstrijdklaar te krijgen. Afgelopen winter is het schip grondig gerenoveerd. „We weten dus niet precies hoe ze zal reageren", laat Piet Stuijt namens de stichting weten.

Het onderwaterschip van de VD84 is inmiddels helemaal vernieuwd, zo laten Stuijt en Oudhuis zien op de werf waar een bedrijvige drukte heerst „Er komt nog wel een nieuwe mast op. Die ligt momenteel in Enkhuizen in het water. Waarom in het water? Omdat er nog sappen in het hout zitten. In water spoelt dat eruit, zo kun je rot voorkomen", legt Stuijt uit.
Inmiddels bewonderen ze de lijnen van het opgeknapte schip. „Als je de symmetrie ziet, is dat geweldig", bewondert Stuijt het werk waarvoor de Spakenburgse werf Nieuwboer en de vele vrijwilligers verantwoordelijk zijn geweest. Maar voordat het schip in de wedstrijd goed getest is, blijft er altijd onzekerheid. Pas dan blijkt of het schip sterk genoeg is om alle krachten die erop worden uitgeoefend, te doorstaan. „Vorig jaar brak de VD84 direct zijn gaffel", herinnert Stuijt zich.

Dat had ook te maken met de harde wind, die de schepen vorig jaar parten speelde. Ofschoon de forse kwakken daarmee beter uit de voeten kunnen dan de lichtere botters in de visserijklasse, noemt Oudhuis windkracht 4 tot 5 hard genoeg. „Dat is ruig genoeg. Maar het moet ook weer geen mooi weer zijn op De Gouwzee, dan zijn we kansloos tegen die bottertjes." Zoals Oudhuis hoopt ook in de broederstrijd- met de VD172 (particulier Fred Ros neemt dit jaar met zijn kwak geen deel aan de Pieperrace) een goede kans te maken. „We hebben aan snelheid gewonnen", zegt hij. Stuijt, zelf opvarende van de VD172, knikt. „Maar wij hebben meer ervaring met dit soort wedstrijden. We hopen dat dat de doorslag geeft."

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.