Safier en andere edelstenen
Safier en andere edelstenen
De oorsprong van de Volendamse cultuur laat zich eenvoudig beschrijven.
De visserij en de grote gezinnen hadden voor hun voortbestaan belang bij een bepaald type mens. Een die de eigen behoeften en mogelijkheden ondergeschikt maakte aan het collectief.
Eentje die je kon commanderen en die hem of haar toegwezen taak supervlijtig en nauwgezet uitvoerde. Aan variaties was geen behoefte. Dat leidde maar tot onvoorspelbare eigenzinnigheid, verspilling van tijd en onbruikbare opbrengsten. Op één punt werd echter de expressie van individuele mogelijkheden aangemoedigd: wie anderen kon vermaken werd gestimuleerd.
Dat alles samen leidde al snel tot een aantal uit een basismodel ontwikkelde supermodellen: de productieve fabrieksarbeid(st)er, de vlijtige schoonmaakster, de stoere en snelle bouwvakker, de gewaardeerde overheidsmedewerk(st)er of slimme stafmedewerk(st)er, de muzikant en de sportman. De cultuur was niet alleen bruikbaar voor de visserij en de grote gezinnen, ook daarbuiten werd het product van die cultuur alom gewaardeerd. Ze konden er goed hun brood mee verdienen, een eigen huis van kopen, een mooie auto van aanschaffen en een alcoholrijke vakantie mee financieren. Dus loonde het om op de ingeslagen weg voort te blijven gaan en ging het hele dorp zingen: ‘zo zijn onze manieren’. Dat je alles kon kopen en mooi maken was de troost voor het inleveren van je individualiteit, van je eigen behoeften en van je eigen mogelijkheden. Maar werd je er gelukkig van als het geen kermis was? Het onderwijs leverde zijn eigen bijdrage aan de reproductie van de cultuur.
Het SKOV ontwikkelde de mallen en in het eenheidsworstonderwijs werden individuele kinderen met behulp van een mallenmolen omgevormd tot een eenvormig basisproduct. Laten we dit basisproduct maar de merknaam “SAFIER’ (Standaard-A4) geven. Het grote probleem was echter dat lang niet ieder kind de eigenschappen had om een ideale SAFIER te worden. Sommigen hadden meer aanleg voor Topaas, Parel, Diamant, Briljant, Bergkristal, Toermalijn of Granaat. Dat was heel jammer voor die kinderen, want de dominante cultuur had daar geen behoefte aan. Dus werd ze in het onderwijs aangeleerd om zo veel mogelijk op een SAFIER te lijken. Ook dat deden ze met ijver. Iedereen kleedde zijn voorraam op dezelfde manier aan en de daar achterliggende boodschap luidde: kijk maar, ik onderwerp me aan de cultuur, hier woont een SAFIER.
Het op de productie van safieren afgestemde onderwijs werd luid bejubeld. Er werden geen scholen toegestaan waar iets anders dan safieren werden geproduceerd. Als gevolg van dat alles ontstonden er in het dorp vier groepen. De eerste groep bestond uit slimmerds die behoefte hadden aan safieren en daarvan wisten te profiteren. Zij werden steeds rijker, sponsorden de safierencultuur en verbouwden het dorp. De tweede groep bestond uit echte safieren, zij werden steeds dikker, tevredener en vrolijker. De derde groep bestond uit namaak-safieren, ze probeerden dik en rond te worden, maar werden alleen maar magerder, bleker, ongelukkiger of verslaafder. Dan was er nog een klein groepje eigenwijze lieden. Van alle vier groepen waren zij het gelukkigst, maar ze hadden het wel zwaar om zich te handhaven in die safierencultuur.
In de grote wereld waarin het schitterde van de veelkleurige edelstenen, voelden de safieren zich niet echt thuis. Daarom bleven ze het liefste in de buurt van hun oorsprong. Daar konden ze hun safieren zelf zijn. Het voorgaande is weer eens een andere manier om u te vertellen dat het onderwijs in Volendam sterk in de bestaande cultuur is ingebed. De dogmatische voorkeur voor klassikaal, kennisgericht en sterk door de leraar gestuurd onderwijs, produceert een eenheidsmodel die al vroeg heeft geleerd dat het beter is om je hoofd niet boven het maaiveld uit te steken. Als ze daarna in de buitenwereld terechtkomen, zien ze al gauw dat daar wat anders van ze wordt gevraagd. En vervolgens zijn ze weer een aantal jaren bezig om hun safieren huid van zich af te schudden.
Tot hier was ik gekomen toen ik me begon af te vragen of deze tekst wel in een ‘kladblok’ kon. Terwijl ik daar over liep na te denken, kwam ik bij de bank mijn vriend Kees tegen. Die bracht me, door een toevallige opmerking, op het idee om die vraag aan Siem voor te leggen. Nadat die het gelezen had, schudde hij z’n hoofd. “Jij geeft het ook niet op hè”, zei hij, “maar realiseer je je wel dat het de gemiddelde Volendammer niet zo veel kan schelen wat voor soort onderwijs zijn kinderen krijgen. Als de school maar in de buurt staat, dat vinden ze belangrijk”. In gedachten liet ik dit stukje al weer in de prullenbak glijden. Maar toen vroeg Siem ineens: “peter, als ik geen safier ben, wat ben ik volgens jou dan wel?” Ik gaf hem antwoord. Hij grinnekte tevreden, gaf me een knipoog en zei: “zet het maar in de NIVO. Wie kan anders het de raadsleden lastig maken met de vraag of ze kritiekloos het machtige SKOV moeten steunen of moeten kiezen voor cultuurvernieuwend onderwijs. Als ze beseffen hoe vol hier die schatkist zit met allerlei soorten unieke edelstenen, komt die broodnodige verandering om kinderen zichzelf te laten worden misschien op gang. Let wel: misschien, zei ik!”
Peter Louter.