'Het was best gezellig met de onderduikers'
'Het was best gezellig met de onderduikers'
De oorlog, dat is een tijd geleden. ,,Lang geleden'', zegt Tine Binnerts bedachtzaam. Als tiener maakte ze die periode mee in het ouderlijk huis aan het Zeevangsdijkje in Edam. Een tijd van onderduikers in huis. Van gedachten aan haar vader Jacob Bommezij.
En van het opvangen van hongerige Amsterdamse kinderen, de zogenoemde bleekneusjes, direct na de oorlog. Van een boze buitenwereld en de warmte binnen het eigen gezin. ,,Ik durf het bijna niet te zeggen, maar eigenlijk was het best gezellig in huis met al die eters en onderduikers.'' Het huis van Tine Binnerts - al tientallen jaren weg uit Edam - valt direct op. Op de ramen van het rijtjeshuis in Kortenhoef is een pamflet tegen racisme geplakt. Het is typerend voor de 78-jarige vrouw, die haar jeugd in Edam doorbracht. ,,Mijn vader was een van de eerste dienstweigeraars van Nederland'', zegt ze trots. Een pacifist in hart en nieren. ,,Zo ben ik ook opgegroeid, heel vrij voor die tijd.''
,,'Onder alle omstandigheden jezelf blijven', zei hij altijd'', vervolgt Binnerts. En dat bracht haar vader in conflict met de bezetters. ,,Alle papieren tegen joden van de Duitsers scheurde hij van de muren. Ook op de Beestenmarkt in Edam. Er was een NSB'er die het zag en zijn vuist balde. Maar de volgende dag scheurde hij het pamflet er weer af. Of hij ging in discussie met de treinmachinist die de joden naar Duitsland bracht of met Duitse soldaten. Een wonder dat hij nooit is opgepakt.''
Binnerts heeft inmiddels het fotoboek van haar ouders op schoot. Ze huilt zachtjes als ze het bijschrift van haar vader leest over vrienden en bekenden die de oorlog niet hebben overleefd. Haar ouders zorgden ervoor dat anderen de oorlog wel overleefden. ,,We hadden drie onderduikers. Een jodenmeisje, iemand die de Arbeitseinsatz wilde ontlopen en een hongerig jongetje uit Amsterdam. Er kwamen ook veel eters bij ons. We zaten in de geheelonthoudersbeweging, leden daarvan kwamen bij ons eten op doorreis'', herinnert ze zich. En dat resulteerde, de oorlog ten spijt, soms tot warme momenten. ,,Die eters maakten het heel gezellig. We zongen 's avonds veel liedjes. En gingen dansen in de schuur.''
Rijst
Haar vader was melkboer en verkocht ook kruidenierswaren. ,,We hadden dus altijd wel wat te eten. Maar hij was daarin ook heel sociaal. Mijn vader bewaarde op zolder een partij rijst. Daar mocht niemand aankomen. Het was voor de baby's in Edam. Als ergens een baby ziek was, bracht mijn vader rijst.''
Direct na de oorlog kon Binnerts zelf ook een steentje bijdragen. ,,Vanuit Humanitas werden kinderen uit Amsterdam, bleekneusjes werden ze genoemd, opgevangen op een boerderij in Edam, op de dijk naar Warder. Ze hadden wekenlang tulpenbollen gegeten, waren broodmager en hadden geen kleding. Ze sliepen op de hooizolder. 's Avonds zongen we, overdag maakten we uitstapjes. Naar een boerderij in Middelie, naar Volendam en dan met een vissersboot naar Marken. Na een paar maanden gingen ze weer naar huis.''
Waarom je dat deed werk? ,,Je deed het gewoon! Niet omdat het een verdienste is om iemand te helpen. Maar je krijgt er wel een prettig gevoel van dat je iemand hebt kunnen helpen.'' Dat gevoel kan ze in de huidige tijd nog maar moeilijk plaatsen. ,,We herdenken straks de oorlog omdat het vreselijk was en nooit meer mag gebeuren. Maar ik ben wel teleurgesteld. Hoe kun je hier herdenken en tegelijkertijd soldaten naar Irak sturen? Men is onverschillig geworden.''