Vos maakt zich zorgen om toekomst Het Anker
Vos maakt zich zorgen om toekomst Het Anker
Het is twee maanden geleden dat Toon Vos zijn biezen moest pakken als directeur van Het Anker. Een organisatie die hem aan het hart gaat. Vos maakt zich zorgen. Over de toekomst van de nazorg van de nieuwjaarsbrand. Nu alle zaken rond zijn vertrek zijn afgewikkeld, wil Vos nog een keer zijn woordje doen. Een terugblik op een roerig half jaar dat hij directeur was bij het centrum voor reïntegratie en nazorg. Maar ook een blik vooruit. Een bezorgde blik. „Ik ben bang dat de continuïteit van de hulpverlening verdwijnt."
Het gaat Toon Vos niet om Toon Vos, zo vertelt hij. „Al vind ik het jammer dat ik het karwei niet kan afmaken. Een vertrek was ook niet nodig geweest." De 51-jarige inwoner van Heiloo heeft het over een stok die gezocht is om te slaan. „En die stok was Gerda Tol", legt hij uit. Het opzeggen van de diensten van de reïntegratiemedewerkster vormde destijds de inleiding van zijn vertrek.
Machtstrijd
De ware reden is, legt Vos uit, een soort machtsstrijd geweest. Hij wijst naar de voormannen van de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (BSNV) en ook naar zijn voorganger Klaas Bond. „Zij hebben heel veel goeds gedaan en de hulpverlening vorm gegeven. Nu zijn ze bang dat ze hun controle kwijt raken. Een werkwijze die volgens Vos schadelijk is voor verdere professionalisering van Het Anker. „Het Anker was bij mijn komst een organisatie die nog in de pioniersfase zat. Er waren veel vrijwilligers en er gebeurden goede zaken, maar er was ook onderproductie en onderbesteding. Dat betekent dat niet de hele doelgroep werd bereikt, zoals de ouders van de overleden kinderen. En ook niet alle budget wordt uitgegeven. Er blijft jaarlijks € 400.000 over. Geld dat straks moet worden teruggegeven aan het Rijk."
Vos kreeg te maken met tegenwerking vanuit de BSNV. „De mensen van het eerste uur wilden een informele, bureaucratische vorm van besturen volhouden. Daarmee doe je de getroffenen tekort. Men stelt zich op als eigenaren van de nazorg en dat roept verzet op. De ouders van overleden kinderen voelen zich niet serieus genomen. Het Anker wordt gezien als club van de BSNV, maar zou onafhankelijk moeten zijn." Met de huidige houding snijdt Het Anker zich in de vingers volgens Vos. „Als de toegankelijkheid niet verbetert, toon je aan dat hulpverlening niet nodig is. Daar krijg je straks de rekening voor gepresenteerd
van het Rijk. Daar worden vooral de getroffenen het slachtoffer van. Ook moet je uitkijken dat vrijwilligers niet afhaken."
Vos schetst een beeld van onderhuidse belangen en banden. „Waarom werkt Volendam United niet samen met Het Anker? Die hebben toch het zelfde doel? Ik snap het niet. Alleen Volendammers begrijpen waarom, het zijn allemaal betrekkingen en verhoudingen uit het verleden. En ik heb daar blijkbaar te hard op gewezen." Dat is geen kwestie van dorpscultuur, zegt Vos. „Dat is een mentaliteit van aanpakken, daar hou ik wel van. Dit is een regentencultuur. Het probleem is dat de burgemeester als voorzitter van de Raad van Toezicht heeft toegestaan dat leden van zijn Raad op de stoel van de directeur zijn gaan zitten. Hij heeft het belang van zijn relatie met de BSNV boven het belang van Het Anker geplaatst."