Naar de inhoud

Theo Sier (21) probeert in kliniek heden en verleden in het reine te krijgen

Bron: NIVO

Theo Sier (21) probeert in kliniek heden en verleden in het reine te krijgen
‘Vier jaar lang heb ik mijn gevoel weggesnoven’

Met cocaïne probeerde hij het verleden te verdringen en het heden te verdoven. Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd, werd jaren misbruikt door zijn broer, maakte ruzie met zijn zus in de tijd dat hij na de ramp verslaafd raakte en bedroog zijn moeder en vrienden. Op de puinhoop van zijn leven neigde hij ernaar zijn vader ‘op te zoeken’. ,,Maar die wil je zó niet hebben”, brieste zijn oom. Hij verzamelde de kracht zich voor een jaar op te laten nemen en af te kicken in de kliniek Emilie Hoeve in Kijkduin (Den Haag). Theo Sier (21) is nu vier maanden onderweg. Op het kruispunt vond hij maar twee richtingen: leven of dood. De weg naar een nieuw leven is ingeslagen. Het zwaarste komt nog. Straks, als de wortels van het verleden worden aangepakt. Hartverscheurend.

Hij geeft een rondleiding in ‘het huis’. Zijn kamer bekijken gaat niet. ,,Om half acht ’s morgens moet ik hier in het huis zijn en om tien uur ’s avonds is het terug naar je kamer.” De Emilie Hoeve is één van de panden van Parnassia Verslavingszorg. ,,Er is een systeem waarin je om de zoveel weken een andere taak hebt. Verantwoording dus. Koken, onderhoud, coördinator, nu ben ik Chef Service. Dat houdt in dat ik alles wat gedurende de dag gebeurt, het verslag van mezelf en dat van anderen, ’s avonds bijhoudt voor de leiding. Na een paar weken verandert de structuur en krijgt een ieder een andere taak.”

Hij loopt een vertrek binnen waar de verslaafden komen als ze te vaak zondigen tegen de huisregels. ,,We noemen het de bijkeuken: je gaat dan de ‘keuzetijd’ in voor een paar weken. Kortom, je moet een keuze gaan maken: wat ga ik doen aan mezelf? Je doet de afwas, moet een anders troep opruimen, mag de wc’s schoonmaken en je mag niet praten met de anderen, niet dollen. Drie keer per dag mag je ‘bij de kachel’ met iemand even praten, iemand die je zelf uitzoekt. Over wat je er aan denkt te doen om te veranderen. Elke week zit er iemand in de ‘keuzetijd’. Vorige week had ik nog bezoek en dat werd aardig vergald door één van de verslaafden, die maar zat te schreeuwen en liep te etteren door het huis. Dan is het keihard: de volgende dag was-ie de lul. En neem van mij aan dat er van alles door je hoofd schiet in die uren: je hebt immers behalve die korte gesprekjes geen contact met de rest. Dus je bent echt wel met jezelf, je vragen en met je toekomstkeuze bezig. Er wordt net als in het voetbal gewerkt met gele kaarten: twee keer geel is rood en dan lig je eruit.”

Ontnuchteren
,,Je wordt hier erg zelfstandig, ontwikkelt ook je persoonlijkheid, want die heeft door de drugs een enorme verandering ondergaan. Het is een zelfhulpprogramma. Denk niet dat je hier een jaartje rustig kan zitten, want dan gooien ze je eruit, er staan genoeg anderen op de wachtlijst. Sinds ik binnen ben, vier maanden geleden, zijn er van ons startersproject twee afgehaakt. Eéntje zit hier verderop, voor hem was het te zwaar. In de eerste week ben je aan het ontnuchteren. Zoals velen gebruikte ook ik de laatste avond voordat ik hier kwam. Kwestie van afscheid nemen. Ik was behoorlijk zenuwachtig en dacht: nog één keertje, morgen word ik toch opgenomen.”

,,Als dan fase 1 begint, zit je met veertig gekken opgescheept, van wie het lichaam om iets roept en die allemaal niet tegen kritiek kunnen. Veel gedragsproblemen en geen geduld. We mogen niets voor elkaar verzwijgen en iedere verslaafde heeft een taak. Er lopen twee ‘opjutters’ over de vloer. Dat zijn de ogen en de oren van de coördinator en die geven alles sowieso door. Wij beheren het huis zelf en worden bijgestaan door tal van ex-verslaafden. Een aspirientje vragen gaat via zes kanalen, dus dat duurt een uurtje of drie. Sommigen trekken dat niet, worden dol en lopen de kamer van de coördinator binnen, wat niet geoorloofd is. Dat betekent dat je op ‘het bankje’ moet. Dan krijg je een ‘hair cut’. Twee anderen van het huis mogen je verrot schelden en aanspreken op je gedrag. Je krijgt ‘een denderende’. En mag niet reageren. Alleen aan het eind, met het woord: bedankt. De meeste rennen meteen het naastgelegen bos in, dat bij het terrein hoort. Kunnen ze even uitrazen, uithuilen of flink schreeuwen. Een boom eruit trekken van woede.”

,,Inmiddels zit ik in fase 1.3. Dat betekent dat ik de telefoon mag opnemen als iemand van buiten belt, dat ik iemand over het terrein mag begeleiden naar bijvoorbeeld de tandarts of dokter en je mag één dag per maand naar huis. Straks moet ik mijn evaluatie schrijven en daarin moet ik vragen of ik fase 2 in mag stromen. Ik besef dat het dan echt zwaar gaat worden. Dan wordt er psycho-drama en psycho-traumatherapie op je losgelaten. Dan gaat het dicht bij je gevoel komen. Woensdag (vandaag, red.) begin ik met mijn basis-probe. Twaalf uur lang krijg ik therapie, dan wordt het verleden naar bovengehaald en daar zit nog al wat, in mijn geval. Voor bepaalde problemen zal ik naar een andere speciale afdeling moeten binnen Parnassia. Nu was het af en toe nog lachen, maar straks zullen de emoties heftig een rol gaan spelen. Dan gaat het echt beginnen.”

Wc’s Blokhut
,,Toen ik vijftien jaar oud was, begon ik met xtc-pillen. Samen met een maatje. Hij stopte, ik ging verder. In de wc’s van de toenmalige Blokhut kon ik wekelijks halen. Na twee jaar xtc-gebruik kreeg ik verkering. Ik zei tegen haar dat het ‘einde gebruik’ was.” Het bleek juist het begin van (bijna) het einde. ,,Ik was zeven jaar toen m’n vader overleed. Ik ging altijd met hem mee naar de thuiswedstrijden van FC Volendam. Maar die zondag mocht ik niet mee, want het was een risicowedstrijd, tegen Den Haag. Hij kwam nooit meer terug. Tussen het publiek in kreeg m’n vader een hartstilstand.”

,,Twee jaar later begon mijn broer me te misbruiken. Dat heeft tot mijn zestiende geduurd. Toen ben ik het gaan vertellen. Op 16 december 2000 vertelde ik het aan een vriend, Martin Binken, en mijn oom. Die stapte naar m’n moeder. Twee weken later gebeurde de Nieuwjaarsbrand. Ik zat in De Hemel, naast Martin. Hij belandde in een Belgisch ziekenhuis, was blijven haken, terwijl ik wel weg kon komen. Ik had tweedegraads brandwonden in m’n gezicht en een gebroken duim. Toen de ramp was geweest zeiden ze: dat is maar goed voor Theo, want dan kan-ie mooi die problemen met z’n broer vergeten… Zeven jaar lang had ik het laten gaan, alles opgekropt. Durfde ik het eindelijk te vertellen, moest ik het twee weken later maar weer inslikken… Nu komt alles weer boven.”

,,Ze vroegen destijds waarom ik er niet eerder mee ben gekomen? Weet je, ik was mijn vader al kwijt. Het gezin was net weer een beetje op orde; m’n moeder kreeg een nieuwe vriend. M’n broer stond hoog aangeschreven in de familie, daarom dacht ik dat ze me nooit zouden geloven. Ik moest er maar mee leren leven, dacht ik al die jaren. Dacht in het begin zelfs dat het normaal was, wist niet beter. Maar toen ik ouder werd, kreeg ik natuurlijk in de gaten dat het niet hoorde.”

,,Na de ramp maakten de pillen plaats voor cocaïne. In de Pius X, die toen open werd gesteld op zaterdagavond, nam ik mijn eerste snuif. Daarna ging ik elke week halen. Ik kreeg meteen de nummers van de dealers. Effe snel achter Het Havenhof en dan nam ik de coke mee de Pius in. Daar stonden vaak portiers, maar ik stopte het wel ergens waar ze het niet vonden. In m’n schoen onder mijn voet bijvoorbeeld. En dan snoven we in de wc’s. Nooit werd ik betrapt.”

,,M’n vriendin merkte dat ik anders werd. Ik ontkende steeds. Ze maakte het uit. Dat kon er nog wel bij. Daarna ben ik elke dag gaan gebruiken, vanaf anderhalf jaar na de ramp. M’n vrienden kwamen er achter. Zeiden dat ik moest stoppen. Ze hadden gelijk. Ik knikte ja, maar deed nee. Het lukte niet, ik kon het niet. Ze hebben geholpen wat ze konden. Maar de volgende ochtend begon het verhaal opnieuw. Het lichaam ging erom vragen en het stemmetje zei: doe het nou. En er ging me een geld doorheen. Op een gegeven moment 300 euro per dag. Nazitjes in Volendam tot zondagmorgen twaalf uur. Met mensen die ik niet eens kende. Zuipen en snuiven. Ondertussen vond m’n moeder de lege pakjes en ging ik er steeds slechter uitzien.”

Vier pilletjes tegelijk
,,Toen kwamen nog de echte uitspattingen. Tijdens de tweede Hemel-reünie in De Jozef ben ik eruit gedragen. Was de hele dag al aan het zuipen en toen nam ik maar vier pilletjes tegelijk. M’n moeder en haar vriend haalden me op. Ik praatte tegen poppetjes, toen wisten ze genoeg. Voor haar gezicht nam ik thuis de vijfde en ik ging de dijk weer op. En die pilletjes, je weet niet wat er in zit. Het kan zo fout zijn, maar je gaat door. Op een gegeven moment dealde ik wat voor bepaalde vriendengroepen. Tot ik op een gegeven moment werd gebeld door vijftien- en zestienjarige jongens. Ik dacht: hoe komen ze in godsnaam aan m’n nummer?”

,,Oké, ik was zelf ook vijftien, maar het zijn er nu zoveel, het is angstaanjagend. Ik heb zelf ook neefjes en nichtjes van die leeftijd. Dat maakt me bang. Wat staat ze te wachten? Tachtig procent verslaafd is overdreven, maar in het weekeinde komt het aardig in de buurt. Het is zo makkelijk te krijgen, ik kan niet begrijpen dat ouders niet inzien dat er zo’n groot probleem is. Degene die zeggen ‘die van mij doet dat niet’ moeten eens goed na gaan denken. Het probleem in Volendam is groot; ik ben blij dat ik nu hier zit. De laatste drie maanden voordat ik opgenomen werd, kon ik niet uitgaan.”

,,Gelukkig kon ik bij de zelfhulpgroep terecht op de zaterdagavonden. Dan hoefde ik niet naar de kroeg, waar je de dealers ziet en waar je neigt naar alcohol en dat activeert dat andere weer. En jongens weten dat ik ook steeds drugs in m’n zak had. Ging ik tijdens die drie maanden een keer naar ’t Havengat. Stond ik in de wc te plassen. Komt er een jongen naast me staan. Ik keek ‘m vragend aan. ‘Ja, ik sta te wachten tot je je pakje te voorschijn haalt’, zei-ie. Zo erg was het al. Daarna ben ik niet meer de dijk op geweest.”

,,Het begint bij jezelf, bij de jeugd. Maar de horeca en politie zouden er meer aan kunnen doen. Nooit ben ik, behalve bij de Pius, gecontroleerd en als de cocaïne op de bar kwam, reageerde niemand. Ik liep een keer met een snuif coke op m’n sleutel buiten, de politie reed voorbij en deed niets. De media ingaan is één van de manieren om het bespreekbaar te maken en te laten zien wat er aan de hand is. Al is dat landelijk. Diegene die zeggen daar niet blij mee te zijn, die denken: het is niet mijn probleem, dus ik wil er niet mee lastig worden gevallen. Dat is wel erg makkelijk.”

,,We moeten laten zien wat drugs met je doet. Je leven raakt voorbij. Vorige zomer was ik in Kos. Ik had even geen drugs. Op de tweede avond zakte ik in elkaar. M’n lichaam kon het niet aan, m’n hart klopte te snel en ik kreeg steken in mijn borst. De volgende morgen werd ik wakker op de afdeling hartbewaking met zeven Griekse dokters om m’n bed heen. Hartproblemen zitten bij ons in de familie, ik heb m’n vader als beste voorbeeld. Omdat ik coke en speed heb gebruikt, heb ik me ook in de gevarenzone begeven. Straks krijg ik allerlei onderzoeken. Ik mag nu even niet sporten, mag wel koffie hebben en roken, maar dat kan straks wel eens over zijn. Ik lijk nu rustig, maar dat komt ook omdat ik anti-depressiva slik. Daarnaast zijn er van die veertig gekken hier een hoop die nog nooit gewerkt hebben, dus die accepteren niks. Ik heb vijf jaar werkervaring.”

Specialist nummer negen
,,Het wordt straks specialist nummer negen, die zich over mijn verleden gaat buigen. Ik sprak er nooit meer over. Heb mijn gevoel vier jaar lang weggesnoven. Ik voelde niks meer, zwierf rond door Volendam. Inmiddels komt alles terug. M’n nachtmerries. Ik zie de brand steeds weer gebeuren. Ze hebben me hier niet zomaar Chef Service gemaakt. Ik zit veel achter de computer, veel op een stoel. Dan ben je steeds aan het malen in je hoofd. Ik weet dat het goed is, maar man, wat zijn die confrontaties met jezelf verschrikkelijk. Je wordt hier vaak ‘op het kussen’ gezet. Dan mag je praten met de rest om je heen. Als je dat niet doet, mogen ze verbaal tegen je tekeer gaan. Ik kreeg steeds het verwijt dat ik niet praatte. Ik huilde alleen maar. Had verzwegen van die hartproblemen in Kos en toen ik laatst hier steken in m’n borst kreeg, heb ik dat ook voor de groep verzwegen. Ik vertelde het tegen één persoon en die heeft het tegen de leiding verteld, waardoor ze boos waren. Terecht. Ik mag hier praten. Als ze in Volendam vroegen hoe het met me ging en ik zei ‘slecht’, dan liepen ze door. Daarom ben ik gewend niet zo open te zijn. Er wordt in Volendam nooit zoveel tussen ouders en kinderen besproken. Dat heb ik hier al uitgelegd.”

,,M’n broer? Hij woont ergens anders. Er is al lang geen contact meer. Ik wil hem niet onder ogen zien, voel veel agressie naar hem toe. Hij zal zijn schuldgevoelens hebben. Ik moet het een plek gaan geven door het te verwerken. Vergeten zal ik het nooit, het blijft m’n leven lang bij me. Vergeven kan ik het nu nog niet. Misschien ooit. Ooit wil ik zo sterk zijn om hem in zijn gezicht te vragen om uitleg, waarom hij mij dit heeft aangedaan? Waarom…”
,,Maar eerst moet ik zelf sterk worden. Ik ben aan het kiezen tussen leven en dood. Nog één snuif en m’n hart en lichaam kunnen het begeven. Het allerergste is, dat ons hele gezin uit elkaar ligt. Ik zit vol schuldgevoelens. Naar Martin Binken toe, dat hij wel verbrand raakte en ik hem niet heb meegetrokken. Naar mijn moeder toe, dat het mijn schuld is dat het gezin uit elkaar ligt. Dat is niet zo, maar ik voel het zo. Ik heb mijn moeder zo zien lijden, ze is dertig jaar ouder geworden. Op een gegeven moment kon het gebeuren dat op een hele lullige manier ruzie ontstond tussen mij en mijn zus en zwager. Ik heb haar pijn gedaan. Probeerde het goed te maken, maar dat lukte niet. Het was compleet. M’n vader dood, de problemen met mijn broer en zus, die ook geen contact meer wilde met mijn moeder. Toen m’n zus trouwde, mocht ik er niet bij zijn. Het eerste kleinkind is er, maar m’n moeder heeft het nog nooit gezien… Laatst werd m’n zus op de Nivo-tv gefeliciteerd door haar kind. Stond er een foto op van dat kind; heeft mijn moeder een foto van de televisie gemaakt, want dan heeft ze tenminste iets…”

Spijt
,,Het is mijn schuld dat er ruzie is ontstaan met mijn zus en zwager. Ik heb zo’n spijt van die avond, ik ben te ver gegaan. Ik mis haar verschrikkelijk. Maar ik niet alleen, mijn moeder ook. Als ik zie hoe die eronder lijdt, ik kan die pijn niet verdragen. Zelf heb ik het kind van m’n zus ook nog nooit gezien… Weet je, ik probeer mijn leven opnieuw op te bouwen. Daarbij heb ik ook de steun van mijn zus nodig. Dit is geen gemakkelijke opdracht, hier in dit huis. Ik wil opnieuw starten, opnieuw met iedereen.”

,,Ik was zeven toen m’n vader overleed, ik was zijn voetballertje. Ik mis hem, ik mis iets… Ik moest het zomaar zonder hem doen. De vriend van mijn moeder wilde zijn plek innemen. Ik heb dat heel moeilijk voor hem gemaakt. Maar ondanks dat ik hem zo slecht behandelde, heeft hij me zó goed opgevangen. Liet me nooit in de steek. Terwijl hij óók ooit zijn vrouw is kwijtgeraakt. Ik ben hem zo gaan respecteren, hij is een echte held, die mij altijd is blijven steunen.”

,,Ik heb wel m’n momenten gehad dat ik wilde stoppen met leven. Dacht toch dat ik niks meer kon bereiken in deze wereld. Ik wilde naar m’n vader toe. Maar steeds dacht ik aan m’n moeder. Waar ik zo gek op ben, als liet ik dat nooit aan haar merken. Ik dacht: straks vindt ze mij ook nog, terwijl ze alles al kwijt is…”

,,Toen ik een keer heel ver heen was, kon mijn oom me tegenhouden. ‘Zo wil je vader je niet hebben’, zei hij. Daar ben ik heel goed over na gaan denken. In Kos is er vorig jaar geen lampje, maar een bouwlamp gaan branden. Mijn oom wees me op Moedige Moeders en de Anonieme Drugszelfhulpgroep. Die hebben me zó goed opgevangen. Ik was ondertussen ziek van mezelf geworden. Ik ben nu al aardig sterk, maar ik moet niet het terrein hier aflopen en over het bruggetje gaan… Soms heb je momenten van: wat doe ik hier? Dat moet je dan bekend maken bij anderen en dan wordt daar over gesproken. Nog acht maanden hier en dan krijg ik mijn leven weer terug. Een nieuw leven.”

,,Ik krijg m’n oude vrienden weer terug, zoals Martin Binken en de jongens van de handbal, Herman Tol, Frank Weber, Arjan Hartong. En mijn familie gaat me weer vertrouwen. Ik zal mezelf opnieuw moeten bewijzen. De familie heeft nog zoiets van: eerst zien. Ik kan het niet meer terugdraaien wat gebeurd is, maar ik moet straks laten zien dat ik normaal kan zijn. Ik moet het straks ‘buiten’ weer bewijzen. Zeven van de tien verslaafden vallen terug. Dit is één van de hoogst aangeschreven klinieken van Europa. Ik kan niet zeggen waar ik over een paar maanden sta, maar ik weet wel wat mijn doel is en waar ik voor wil werken.”

Levenslang probleem
,,Vorige week mocht ik één dagje overkomen naar Volendam. Dat was raar. Ik ben naar de begraafplaats geweest, ik kwam mijn ex-vriendinnetje tegen, bij ‘Foe’ moest ik helemaal een bonnetje vragen omdat alles gerapporteerd moet worden. Ik zeg nog tegen mijn begeleider, die mee was: ik loop echt met het lood in m’n schoenen. Je voelt je aangekeken. In fase 2 mag ik straks een weekend terug naar Volendam. Ik ben best wel bang voor de reacties. De kroeg zal ik mijden. Ooit wil ik jongeren gaan helpen, die een verslaving hebben. Maar nu kom ik zelf op de eerste plaats. Ik zal zelf groepen moeten blijven lopen, zal het zelf moeten onderhouden. Drugsverslaving blijft een levenslang probleem. Als alles goed gaat mag ik volgend jaar ook weer terug als timmerman bij mijn baas, de gebroeders Bond.”
,,Ik weet nog goed dat Moedige Moeders begon. Mijn moeder ging elke week heen. Ik kreeg het benauwd, dacht waar bemoeit die Gary Kok (oprichtster MM, red.) zich mee. Als het dan weer eens even rustig was met publicaties, dacht ik: we kunnen weer. Ondertussen kwam ik op de bouw Brabanders tegen: als ze hoorden waar ik vandaan kwam, zeiden ze: goh, last van chronische verkoudheid. Er werden grapjes over gemaakt, je werd er vaker mee geconfronteerd.”

,,Bij mij lagen de pakjes coke op een gegeven moment onder m’n kussen als ik ’s nachts sliep. Maar geloof me, een weekendgebruiker, die denkt dat hij of zij het zogenaamd het onder controle heeft, is ook al klaar voor de kliniek. Want die verlangt op maandag al dat het weer vrijdag wordt. Als je clean wordt, zoals ik nu, komen de lichamelijke en psychische klachten pas echt. Dit is geen pretje. Als je hier zit, weet je dat het kiezen is tussen leven en dood. Dit is een 24-uurs conflictmodel, waarbij je continue met jezelf wordt geconfronteerd. Er lopen hier ex-verslaafden rond, die als ‘oudere broer’ fungeren. Die van mij is echt een spiegelbeeld van mezelf. Maar er lopen hier veertig spiegels van elkaar rond. De opvang is perfect.”

,,Elke morgen om kwart over acht hebben we morning-meeting. We werken hier met het waarheidsprincipe. Je ontwikkelt je persoonlijkheid. Wordt getest op je eerlijkheid. Elke morgen biecht je op hoe eerlijk je bent. Want het begint al bij een kleine leugen, bijvoorbeeld vijf broodjes pakken in plaats van de toegestane vier.”

Huis dicht
,,Soms gaat het huis dicht, als er teveel mensen gelogen hebben of er een zootje van maken. Dat heb ik één keer meegemaakt. Kreeg ik drie minuten om aan m’n moeder uit te leggen dat ik een aantal dagen geen contact mocht zoeken. De klokken gaan van de muur, de horloges weg, geen contact met de buitenwereld. De hele commune moet er dan onder lijden. Op een stoel moet alles worden opgebiecht. Behalve verbaal word je fysiek pijn gedaan als je niet genoeg achter het programma staat. Mag je rondjes lopen op de binnenkant van je voeten, dan op je buitenkant en dan op je tenen. We moesten het onkruid in het bos wieden, alles schoonmaken. De uiteindelijke bedoeling is dat de groep één wordt. Het duurde toen drie dagen, maar het doel was wel bereikt. Maar ik was compleet stuk.”
,,Schrijven doe ik niet. Ik wilde ook niet huilen in het begin. Je bent tenslotte trots op je gevoel. Maar dat trokken ze er al snel uit. Je wordt hier afgebroken tot aan de grond, je bent niks en dat is ook zo. Maar daarna word je weer opgebouwd. Ik zit er nu vier maanden en zie dan starters binnenkomen. Als je ziet hoe ze lijden, maar ook in positieve zin veranderen, echt ongelofelijk. Je ziet ze opbloeien. Ik kan zelf eindelijk weer genieten van kleine dingetjes. Effe kunnen lachen is al mooi. Voorheen was alles slecht, kut, negatief en nog erger. Nu ben ik eenden aan het voeren. En weet je, ze eten uit mijn hand. Terwijl ik zo’n beestje vroeger terug de sloot in zou hebben geschopt.”

,,Ik ken nog zoveel gasten uit mijn omgeving die gebruiken. Doodzonde. Een paar pilletjes of een paar keer coke, het kan zoveel ellende veroorzaken. Hij sluipt erin, dat stemmetje en de verslaving. Ik ben hier niet de enige Volendammer. Ramon Nieuweboer zit er ook en ik weet dat Peter Bakker binnenkort komt. Er staan er nog wat op de lijst.”

,,Ik ben God dankbaar dat ik mijn oude vrienden weer terugheb. Terwijl ik ze toch veel streken heb geleverd. Ik weet niet meer hoe vaak en op welke manier ik tegen wie gelogen heb. Ik loog me vast, viel door de mand. Even hebben ze me losgelaten. Terecht. Maar dat ze me nu weer terugwillen en mijn familie ook, dat is zo’n steun. Nu hoop ik nog dat het weer goed komt met mijn zus. Het is mijn schuld dat ik verslaafd ben geraakt, niet haar. Het moet weer goed komen, ook met mijn zwager. Ik heb hem aangevallen, terwijl hij nooit verkeerd voor me is geweest. Hij heeft mijn zus in bescherming genomen, dat zou ik ook hebben gedaan. Een maand geleden belde ik haar, maar ze legde meteen de telefoon erop. Misschien schrok ze. Op dit moment ben ik haar nog kwijt en dat zit me dwars. Ik zou zo graag ‘hallo’ tegen haar willen zeggen…”











Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.