Naar de inhoud

Nieuw record: 300 nesten bij boer in Waterland!

Bron: Agrarisch Natuurbeheer Waterland

Nieuw record: 300 nesten bij boer in Waterland!
Op het bedrijf van de familie Oortwijn-Hellingman bij Warder wordt dit jaar een record gevestigd. Tot nu toe zijn er al 294 weidevogelnesten van o.a. grutto’s, kieviten, scholekster en tureluurs gevonden en beschermd. Morgen wordt de magische grens van 300 waarschijnlijk overschreden. Dit hoge aantal is bijzonder, want weidevogels hebben het moeilijk.

Maarten Hellingman en Darin Oortwijn zijn heel trots op het aantal weidevogelbroedparen. Het worden er elk jaar meer! Ze laten daarmee zien dat het mogelijk is om een groot melkveebedrijf te hebben, in combinatie met de zorg voor een recordaantal weidevogels. Voor de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Waterland een stimulans om verder te werken aan goede methoden van weidevogelbescherming.

Weidevogels hebben het moeilijk in Nederland. Dat heeft verschillende redenen. Zij verliezen broedgebied door onder meer de voortgaande verstedelijking. Ook veranderingen in de agrarische bedrijfsvoering hebben hun invloed. Juist in de broedperiode van de weidevogels, in het voorjaar, heeft het gras de beste kwaliteit. Gevoerd aan de koeien in de herfst en winter levert dat gras de hoogste melkproductie. Boeren maaien dan ook het liefst dat voorjaarsgras af. Om te voorkomen dat nesten en kuikens verloren gaan, hebben boeren in Waterland zich verenigd in de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Waterland. Vrijwilligers zoeken, in samenwerking met de boeren, de nesten op. Vervolgens beschermen zij ze tegen de werkzaamheden op het land.

De bescherming van nesten is een groot succes. Maar de bescherming van weidevogel-kuikens is veel moeilijker. De meeste jonge vogels verlaten het nest onmiddellijk nadat ze uit het ei kruipen. En lopen daardoor risico’s bij werkzaamheden op het land. Een van de oplossingen is later in het seizoen maaien, als de kuikens kunnen vliegen; ‘vliegvlug’ zijn. In Waterland gebeurt dat op ruim 20 procent van de gronden. Niet iedere vogel heeft echter behoefte aan lang gras: kieviten bijvoorbeeld broeden vooral op maïsland en weiland met kort gras. Bovendien kan niet ieder agrarisch bedrijf laat maaien. Grote melkveebedrijven zijn vooral afhankelijk van het hoogwaardige gras dat vroeg gemaaid wordt, middenin het broedseizoen. Toch kunnen ook deze bedrijven goede zorg leveren aan de weidevogels via een gevarieerd maaibeleid. En zo een belangrijke bijdrage leveren aan het natuurbeheer van het gebied. Het bedrijf van de familie Oortwijn-Hellingman is daar een voorbeeld van!

Citaat Hellingman: “Het is een schitterend gezicht om al die weidevogels te zien opgroeien op ons boerenland. Daar geniet ik elke dag van. Zonder weidevogels, zou boeren heel saai zijn’.

Het melkveebedrijf bij Warder in de Zeevang telt 60 schapen en 160 melkkoeien. Op de 72 hectare grond van het bedrijf helpen negen vrijwilligers bij de weidevogelbescherming. Samen met de boer zoeken zij de nesten op en markeren deze met stokken zodat de boer er om heen kan maaien. Het gras wordt in drie etappes gemaaid. Elke keer andere stukken met een tussenperiode van een week. Zo hebben de kuikens steeds een nieuw schuil- en foerageergebied. Het lange gras biedt vooral grutto’s en tureluurs volop insecten om op te eten. Om die reden laat de boer dan ook ‘vluchtstroken’ met gras staan. Dit jaar is dat wel 7 hectare, met daarin heel veel grutto- en tureluurpullen, waarvan een deel nu al ‘vliegvlug’ is!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de agrarische Natuurvereniging en vragen naar Wim Tijsen. Tel. 0299-437463 of 06-10460972, Koemarkt 53-1, 1441 DB Purmerend.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.