Naar de inhoud

Wethouder Jan Tol (CDA): “Afgelegen Volendams Museum moet naar de dijk”

Bron: Volendams Museum en Oud Volendam

Wethouder Jan Tol (CDA): “Afgelegen Volendams Museum moet naar de dijk”
In het NoordhollandsDagblad van zaterdag 28 mei 2005 heeft een hier ter plaatse niet ingeburgerde verslaggever van de Schager editie van het NHD met geen kennis of banden met Waterland een toeristisch artikel over de bezienswaardigheden in o.a. Volendam geschreven.

Volgens de wethouder drs Jan Tol (van het toeristenbeleid) wil de gemeente het afgelegen Volendams Museum naar De Dijk halen. “Er zit nog een ‘gat’ in De Dijk en daar zou het Volendams Museum kunnen komen”, aldus de wethouder in het NHD-artikel. Het toeristenbeleidsvoornemen van het college van B&W om het Volendams Museum naar De Dijk te verplaatsen is niet nieuw. Reeds vanaf 2003 heeft VROM-wethouder Nouwen twee keer met het museumbestuur gesproken over verplaatsing. Op de huidige locatie zouden dan winkels en appartementen gerealiseerd worden. Wethouder Nouwen beloofde spoedig de plannen voor een nieuw Volendams Museum op De Dijk t.o. Carhtrien te presenteren. Tot op de dag van vandaag heeft het museumbestuur niets van de plannen vernomen terwijl de onderzoekers van het Integraal Ontwikkelings Plan (IOP) het Volendams Museum voornemens is het museum naar De Dijk te verplaatsen zonder enige inspraak vanuit het museumbestuur. De communicatie van gemeentezijde over de museumverplaatsing moet nog steeds plaatsvinden.

Verplaatsing van Volendams Museum is vernietiging kapitaal door ongekende hoeveelheid vrijwilligerswerk
Bij het doorgaan van dit gemeentelijk plan vindt een zinloze vernietiging van een weergaloos grote hoeveelheid vrijwilligerswerk plaats ten dienste van projectontwikkelaars. Vrijwel de gehele bevolking en de gemeente hebben hun steentjes bijgedragen in de vorm van een tomeloze belangeloze inzet van zo’n 300 jonge bouwvakkers. Niet te vergeten de stoffelijke en financiële bijdrage vanuit het bedrijfsleven, de giften en gaven van Volendammer gemeenschap, het historisch onderzoekswerk de schrijvers voor het museumjaarboek en de beschrijving van de foto, de vrijwilligers die al 30 jaar de foto’s en boekjes rondbrengen bestemd voor de verbouwing en het onderhouden van het museum, de medewerkers die het Volendams Museum het hele jaar zeven dagen in de week van 10.00 – 17.00 uur open houden, de exposities inrichten, de rondleidingen verzorgen, de bestuursleden die midden in de nacht uit bed gebeld worden omdat het museumalarm afgaat, de vrijwilligers die de bezittingen en kleding onderhouden o.l.v. de beheerder, het nog steeds groeiende aantal vrijwilligers die vanuit het Volendams Museum de Oud Volendamactiviteiten en Volendampromotion in en buiten Volendam verzorgen, de groep vrijwilligers die het hele jaar het Volendams Museum schoonhouden en een bestuur die dit al 30 jaar zo goed mogelijk belangeloos regelt en penningmeesters die boekhoudkundig de financiën volgens de kascontroleurs al 30 jaar hun werk goed doen.

Zij worden nu weer door de groep Tuijp/Brinkkemper/Schilder c.s. voor twee andere rechters gesleept en opnieuw onterecht beschuldigd wordt vanwege “illegaal” besturen en wanbeleid. In een brief van Jan Tuijp(BZN) van 15 december 2003 n.a.v. gesprekken met 2 oud-bestuursleden (die vrijwillig uit het bestuur gestapt zijn) dreigt hij zelfs met een strafvervolging voor het hele bestuur. Jan Tuijp noemt in zijn brief het huidige bestuur een krakend schip dat zonder kapitein stuurloos rond dobbert met kans op een fikse aanvaring. Vervolgens beweert Jan: “Er is geen vereniging, geen bestuur, geen leden, geen ledenvergadering (heeft sinds 1967!! inderdaad niet plaatsgevonden), geen open communicatie of besluitvorming (leest Jan het jaarverslag in het museumboek en NIVO niet?) want contributie incasseren ect. voor een niet bestaande vereniging (bleek wettelijk niet waar te zijn!) is volgens mij een delict welk ressorteert onder het strafrecht”, aldus Jan Tuijp (die zelf nergens in zit) in een brief aan het bestuur van de vereniging Oud Volendam.

In 1975 vond een herstart plaats toen de vereniging Oud Volendam al enkele jaren (vanaf 1971) op z’n oor lag, de door het oude bestuur aangekochte botter VD 41 op zink lag in de Edammer Nieuwe Haven en er geen bestuur en leden aanwezig waren. Zij slaagden er niet in tot een Volendams Museum te komen op het open ‘gat’ op De Dijk. Anderen zijn er wel in geslaagd, hebben hun handen uit hun mouwen gestoken en dat wordt hen nu kwalijk genomen. Eerst van 1977 tot 1986 in het oude Zusterklooster en later vanaf 23 maart 1991 in de Zeestraat. Via duur betaalde advocaten door de heer Tuijp worden nu de mensen die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming en de realisering van het Volendams Museum voor de ene naar de andere rechter gesleept alsof het criminelen zijn en worden bestuursleden uren lang door rechercheurs verhoord als verdachten van het schrijven van dreigbrieven aan financier Jan Tuijp. De wereld op z’n kop zetten noemen ze dat.
Verslaggever op zoek naar bezienswaardigheden in Volendam

In het artikel gaat de verslaggever op zoek naar bezienswaardigheden in Volendam want daar vallen de kroegen niet onder. Er moet een Palingsoundmuseum zijn sinds kort. “We gaan naar restaurant Smit-Bokkum, een roteind lopen vanaf De Dijk. Een kaartje à € 1,50 koop je bij de mevrouw van de vis en de patat en dan is het de trap op, naar de zolder. Dit moet het walhalla zijn voor de echte fans, maar wel een klein walhallaatje. Onderscheidingen, gouden platen, foto’s, instrumenten, alles samengebracht onder een schuin dak, op een paar vierkante meter. Panelen schetsen de ontwikkeling van de palingsound vanaf 1900. Foto’s van oude fanfaredirigenten en salonorkestjes. Jammer dat we niet kunnen horen hoe het destijds klonk. Zou je als Amerikaan hiervan gaan denken dat Volendam toch wel een soort paling-Nashville moet zijn? Maar er zijn geen Amerikanen hier. Om mij heen hoor ik alleen Volendams van mannen met ringetjes in hun oren”.

“Volendams Museum verrassend aardig”
“En ook het ander museum van Volendam blijkt nogal uit de route te liggen. Alsof de plaatsen die geen grof geld opleveren, zijn verbannen naar een tweederangs plekje. Het Volendams Museum is verrassend aardig. Dat wil zeggen, als je tussen de gebruikelijke grootmoederstijd zolderopruiming, als grijsgewolkte oliestellen en klederdrachtpoppen, doorkijkt. Hier hangt een opmerkelijke schilderijenverzameling zoals je die nergens anders kunt bewonderen voor een entreeprijs van € 1,75 (inclusief de entree van het wereldbefaamde Sigarenbandjeshuisje). Allemaal afbeeldingen van het Volendamse leven van zo’n honderd jaar geleden.

Veel van de doeken zijn van Willy Sluyter. Hij was volgens de rondleiding één van de vele honderden schilders uit binnen- en buitenland die tussen 1880 en de Tweede Wereldoorlog korte of langere tijd in Volendam werkten. Voor hen was het toen nog ongerepte vissersdorp een onuitputtelijke bron van inspiratie. De harde strijd om het bestaan was er volop zichtbaar. Het zijn deze schilderijen geweest die Volendam tot de attractie hebben gemaakt die het vandaag de dag is”, aldus de verslaggever van het NHD van zaterdag 28 mei 2005.

Het bestuur van het Volendams Museum is verheugd dat een neutrale verslaggever een gedeelte van het Volendams Museum inhoudelijk beschrijft op een positieve wijze. Het nodigt uit tot een bezoek en men kan zien wat het resultaat is van veel vrijwilligerswerk. Volmaakt zal alles op deze aarde nooit worden maar om al het mogelijke uit de kast te halen om personen, die al tientallen jaren belangeloos een museum runnen, te beschadigen is iets waar niemand trots op kan zijn.

Het bestuur Volendams Museum en Oud Volendam

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.