Klederdracht als curiositeit?
Klederdracht als curiositeit?
Klederdracht is bezig met een comeback. ,,De afgelopen vijftien jaar is het aantal gelegenheidsdragers aanzienlijk toegenomen'', vertelt Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht (NCV), die dit jaar heeft uitgeroepen tot het jaar van de Folklore.
Steeds meer mensen vinden het volgens Strouken leuk om tijdens feest- en folkloredagen de traditionele streekdracht te laten zien. Folkloregroepen en volksdansers gebruiken daarvoor zowel authentieke onderdelen als gereconstrueerde kleding. De dagelijkse drager is daarentegen langzaam aan het uitsterven. Alleen inwoners van Marken, Volendam, Staphorst, Nunspeet, Spakenburg, Scheveningen, Katwijk, Huizen en delen van Zeeland hijsen zich elke dag in hun streekkleding.
Roefie Compagnen (41) uit het Overijsselse Staphorst draagt de klederdracht van haar dorp elke dag, want ze vindt de kleding mooi en wil de traditie graag voortzetten. Boven haar donkerblauwe wollige rok en schort heeft Compagnen onder andere een tweedelige kleurrijke kraplap die haar romp bedekt. Op haar hoofd prijkt een zwart satijnen mutsje versierd met rode, blauwe, groene en gele olieverf en de traditionele witte Staphorstse stippen.
In Staphorst zijn meer dan zeshonderd vrouwen dagelijks in traditionele kledij te bewonderen. Mannen dragen nauwelijks nog klederdracht. ,,Ze vinden andere kleren makkelijker en door de dienstplicht werden ze gedwongen hun kleding aan te passen'', vertelt Compagnen. Ongeveer zes jaar geleden werd ze gevraagd in te vallen bij de Folkloregroep Staphorst. Sindsdien reist ze met haar dochters Louise (14) en Emilia (10) regelmatig af naar de verschillende folklorefestivals in Nederland om haar zelfgemaakte kleding te tonen. Dit jaar staan er vijf op het programma. Op 6 mei begon de serie met Eibertjesdag, het jaarlijkse folklorefeest in Nunspeet.
Staphorst is de enige plaats waar meisjes nog dagelijks in klederdracht lopen en ook daar wordt het minder. Dochter Louise is gekleed in haar kerkkleding die ze alleen op zondag en voor officiële gelegenheden aantrekt. Ze is trots op het authentieke zwarte winterjak dat ze aan heeft en dat sinds de jaren zestig niet meer in Staphorst gedragen wordt. Haar oren gaan schuil achter de enorme oorijzers die haar zwartsatijnen mutsje op zijn plaats houden. Onderaan de oorijzers bungelt als een soort oorbellen een paar gouden kringijzers. Het aantal krullen geeft aan hoe welvarend ze is en waar ze woont.
Naast zondagse kleding beschikken de Staphorsters -evenals andere streken- over werkkleding, uitgaanskleding voor het winkelen en als ze op visite gaan en verschillende rouwkleding. Verder zijn er speciale outfits om in te trouwen of kinderen in te dopen.
De familie Compagnen ontmoet op de festivals gelijkgezinden die ook elke dag hun kraplap voorstrikken, maar ook 'hobbyisten' die hun kostuums slechts een aantal keren per jaar tevoorschijn toveren. De Scheveningse Marja van der Harst (45) is een van hen. Ze treedt dit jaar twintig keer op in onder andere bejaardentehuizen en met de Scheveningse Vlaggetjesdag op 4 juni. ,,Ik doe dat voor het Museum Scheveningen waar ik sinds vijf jaar als vrijwilliger werk'', vertelt de Scheveningse. ,,Zo hoop ik het cultuurgoed in stand te houden.''
In de badplaats wonen maar dertig vrouwen die de traditionele kledij nog dagelijks aantrekken, laat Van der Harst weten. De meeste van hen zitten in bejaardentehuizen.
Wel zijn er in Scheveningen volgens Strouken van het NCP nog een paar honderd dagelijkse drager van delen van de outfits. Toch is haast geboden, want steeds minder vrouwen weten nog hoe de kleding moet worden onderhouden.
,,Met een paar vrijwilligers van het museum leer ik nu -van de laatste vrouw met deze kennis - hoe we de Scheveningse mopmuts moeten wassen, stijven, opstrijken en dan met een pen in de juiste plooien brengen'', vertelt Van der Harst enthousiast. Zelf is ze niet met de klederdracht opgegroeid.
Henny Berendse van de klederdrachtgroep Bunschoten-Spakenburg heeft nog wel meegemaakt dat groot en klein zich in de traditionele Utrechtse kledij stook. ,,Na de Tweede Wereldoorlog hield dit gedeeltelijk op, want de mannen moesten toen helemaal het Eemmeer op om te vissen'', herinnert ze zich. ,,En daar wilden zij niet te veel opvallen.''
Nu dragen nog zo'n 450 vrouwen boven de 54 jaar dagelijks de stevige katoenen kraplappen waar de streek bekend om staat. In de zeventiende eeuw was deze kraplap nog tamelijke klein van omvang, maar door veranderende modetrends groeide deze schouderbedekking uit tot een grote gestevende schouderkap. Alleen tijdens de Spakenburgse dagen in juli en augustus loopt de hele gemeente in deze kraplappen rond. ,,Tijdens folklorefeesten halen we ook onze banden aan met de andere folkloregroepen'', vertelt Berendse. ,,Inmiddels kennen we de meeste mensen.''
Lambertus Bon (73) uit Laren haalt ook uitsluitend nog voor de folklorefestivals zijn zwarte mannenkostuum van stal. Vroeger droeg hij de kleding vooral tijdens het ringsteken. De traditionele kleren van zijn overleden vrouw -die nu gedragen worden door vriendin Riek Schoktenborst (75) - zijn te kostbaar en teer om vaker aan te trekken. Het rood-zwart zijden weerschijnend schort, de bloedkorale ketting met gouden slot en de andere accessoires zijn volgens Bon niet geschikt voor dagelijks gebruik. ,,Dan gaat het verloren en we willen juist dat de kleding op deze manier blijft voortleven.''
Over folklore
Het Jaar van de Folklore is begonnen met door het hele land extra veel folkloreevenementen (zie hiervoor www.jaarvandefolklore.nl). Van 14 t/m 19 juni staat het Internationaal Dansfestival Burgum in Friesland (www.dansfestivalburgum. nl) gepland. Van 17 t/m 19 juni wordt het Internationaal Folkloristisch Festival gehouden in Raalte (www.sallandfestival.nl). Op 26 juni staat de Volendammer dag gepland (www.Volendammerdag.nl). Tijdens de Spakenburgse dagen komen de Nederlandse folkloregroepen bij elkaar in Utrecht op 20 en 27 juli en 3 en 10 augustus (www.vvvspakenburg.nl).