Martijn Smit: afscheid met een lach en een traan
Martijn Smit: afscheid met een lach en een traan
Hij zag op tegen zijn afscheid, gisteren. Martijn Smit (42) schudde tal van handen als afzwaaiend wethouder. Vandaag, als hij geïnstalleerd wordt als burgemeester in de gemeente Zeevang, ziet hij veel van dezelfde gezichten . “Moeten ze me weer een handje geven", lacht hij. De PvdA-er kent de plichtplegingen na zes jaar wethouderschap. De Edammer treedt straks in de voetsporen van zijn vader, die ook ooit burgemeester was.
Hij kijkt rond in zijn kamer op het stadskantoor en neemt de tijd voor zijn woorden. Weemoedig: „Ik ga zodirect alles inpakken. Dat zal best pijnlijk zijn. Dan passeren allerlei dingen van de afgelopen jaren weer de revue. Ik vind het écht jammer dat ik wegga. Toch neem ik afscheid met een lach... en misschien ook wel een traan als ik de deur van deze kamer voorgoed dichttrek."
„Edam-Volendam is inderdaad een moeilijke gemeente, dat hoor ik ook als we met provinciegemeenten bij elkaar komen. Er is altijd wat en altijd effe pittiger, maar dat vind ik juist leuk. Ik wil juist fanatiek werken, dat is de passie voor het vak." Op voorhand zou hij na twee ambtsperiodes een andere weg inslaan. „Als wethouder welzijn spreek je ieder jaar dezelfde mensen van instellingen. Dan slaat zo langzamerhand de dynamiek, de spanning, het gevecht dood. Die mensen kennen je deuntje dan wel en willen eens iets anders horen. Ik had dat met Paul Rosemöller. Op een gegeven moment had ik te vaak z'n stem gehoord en ging ik daar opletten, kwam ik niet eens meer aan de inhoud van z'n woorden toe."
Nog voor het einde van de tweede periode zag Smit zijn kans schoon. „Ik wilde in het openbaar bestuur blijven werken, daarin heb ik ook m'n opleiding genoten. Dan hoop je als burgemeester in Waterland aan de slag te kunnen. Toen kwam Zeevang. Ik dacht: ik schiet. En het was raak. Daar ben ik heel blij mee. Maar ik laat de mooiste gemeente van Nederland achtér me. Het voelt ook als `mijn' gemeente. Ik mag dan te boek staan als Edamse wethouder, maar dat wil niet zeggen dat ik er niet voor Volendam ben. Ik vond het schitterend werken hier. Het is een betrokken gemeente. Iedereen op straat weet wel wat er, speelt. Meestal niet precies. Volendammers hebben humor, werklust, gezelligheid, het `doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg'. Als ik persoonlijke vrienden of mensen uit andere gemeenten hier mee naar toe neem en ik zit op het Damplein of aan de haven, dan zit ik daar met een trots gevoel. Het heeft een eigen sfeer. En toeristen voelen die sfeer aan."
“Volendam heeft z'n charmes: de vis, muziek, voetbal, de bouw. Ik vind niet dat die, charmes aangetast zijn door zaken als het drugsprobleem. Maar het is wel iets dat absoluut benoemd moet blijven worden. Volendam haalt nou eenmaal snel het landelijke nieuws en dat kleeft aan het dorp. En elders hebben ze ook drugsproblemen, maar hier is het wel ernstiger dan elders. Want wat ze hier doen, doen ze goed. Je leest zo vaak dat er weer een Volendammer ergens de beste in is."
Ziekte
“Ook met drugs, de ziekte van deze tijd. Alleen werkt die niet meteen verlammend. `Het gaat nog steeds goed met me', denken ze als ze lang kunnen functioneren. Dat is de valkuil. Maar ik vind niet dat het de charmes van het dorp aantast. Ik vind ook niet dat de mensen gesloten zijn, maar best openhartig. Ik was ook altijd overal welkom. De enige plaats waar ik nog vaak tegenkwam van: jij bent een Edammer en wij zijn Volendammers, dat was in de raad. Dan wordt het schaken en dat is minder leuk. Dan gaat het er soms echt op leven en dood, aan toe in de raad."
Ik denk- in kommen. Maar andere partijen wilden daar wel eens een draai aan geven. Toch, de politiek functioneert hier beter dan jaren geleden. Straks breken dan wel de verkiezingen aan en wordt er harde strijd geleverd, maar het gaat er professioneler aan toe. De raad discussieert meer op inhoud. Recht door Zee is soms nog te populistisch, maar ook zij zijn zakelijker dan de partij(en) waar ze de zetels vandaan hebben gehaald. Bestuurlijke vernieuwing kwam er de afgelopen verkiezing en ik vind dat Marisa Kes (VD'80) en Loek Kras (RdZ) aanwinsten zijn en RdZ is sowieso meer open. In de jaren daarvoor was er vaak een tot op het bot grimmige sfeer in de raad en zelfs na afloop en dat is slecht voor de gemeente."
Vleugellam
„Politiek is een vak en geen hobby. Het imago van de politiek staat, landelijk, op een laag pitje. Jammer dat ook hier nog te vaak, zoiets gebeurt van: het had anders gemoeten. Het achteraf weer dingen erbij halen. Dat maakt de geloofwaardigheid van de politiek minder en je gemeente vleugellam. Ach, het werkt besmettelijk. Ik was in de eerste periode ook een type van die ééndagse platte politiek. Als de één het doet... De hoorzittingen zijn hier vaker roerig en dat vind ik leuk. Als het maar niet een grens overschrijdt of op de persoon is. Ik hoor ook wel dat er vaak dingen op zo'n internetforum worden gezet. Ik lees het niet. In het begin wel, maar als ik zie dat mensen anoniem meningen uiten, dan ben je voor mij per definitie een loser. Een laffer soort is er niet. Ik zou het leuk vinden als er wel onder eigen naam constructief wordt gediscussieerd."
„Zaken worden meer bespreekbaar gemaakt, zoals ook de drugs. Moedige Moeders heeft daar een grote bijdrage in gehad. We hebben samen een pilot binnengehaald, die er voor zorgt dat het zogeheten twaalf stappen-plan en de hulpverlening plaats kan hebben in Volendam. Qua aanpak van de politie zou het wel anders kunnen. Maar dat is iets landelijks en Edam-Volendam krijgt nou eenmaal geen apart wetboek van strafrecht. Ik heb veel energie in de drugsaanpak gestoken, maar ook in sociale zaken, zoals het gehandicaptenbeleid. En in het leefstijl-programma op scholen. Een methode die in de Verenigde Staten ontwikkeld en beproefd is. Daarin wordt kinderen - van lager tot en met middelbaar onderwijs - geleerd in een groep een eigen keuze te maken. Iets, wat met de groepsdruk, ook belangrijk is met betrekking tot drugs. Ik hoop nog dat het Don Bosco College - dat - eerder aangaf niet mee te willen, doen - wil instappen. Doodzonde als ze die kans laten liggen."
Transferium
Diezelfde gedachte heeft hij nog steeds bij het Transferium, het ondergronds parkeren in Edam, wat afgeblazen werd. „Dat was een enorme teleurstelling voor me. En ik heb wel even gedacht aan Stoppen. Want verkeer zit in mijn portefeuille... wat moet ik dan nog doen? Er moeten minder auto's in de binnenstad van Edam. Maar vervolgens was de hele binnenstad tegen me, inclusief de vereniging oud Edam. Dit was het punt voor mij in Edam. Nu is er een tweede plan en dat vergt een nieuw gevecht, dat ik wel heb opgepakt. Maar de motivatie was aardig op de proef gesteld. Ik heb als wethouder geleerd iets geduldiger te zijn, maar het tegenstrijdige is dat ik in het begin te voorzichtig ben geweest. Achteraf had ik betaald parkeren meteen moeten voorstellen. In de binnenstad en met opbouwend tarief. Daar word je niet populair mee, maar dat word je toch niet in dit vak. Dan maar even doorbijten. Je moet je verantwoording nemen en je niet laten leiden door het populariteitsgehalte. Kijk, als er een enquete wordt gehouden, weet ik de uitslag al. Maar als al die tegenstemmers een jaartje wethouder worden, dan zullen ze een andere visie krijgen. Er hebben wel eens mensen gezegd: hou nou je mond, zo vlak voor de verkiezing. Maar het is noodzaak in beide kommen en die van Edam eerder."
Zijn periode als wethouder werd gemarkeerd door de Nieuwsjarsbrand. “Ik heb een fantastische tijd gehad hier, met één pikzwarte gebeurtenis. Die cafébrand valt niet te relativeren. 'Het waren dubbele jaren als wethouder.` Na een jaar sloeg de vermoeidheid toe en kreeg ik moeite me op te laden voor het discussiëren over een of andere vergunning of een paaltje dat niet goed stond. 'Je weet dat je na zo'n ramp een lange adem moet, hebben terwijl het resultaat minimaal is: Niet de dossiers tot aan het plafond was er veel overleg, vaak om alleen maar mensen tot elkaar te brengen. In plaats van iemand aan te spreken en zeggen dat diegene zich de volgende dag beter zal voelen."
In Zeevang krijgt hij een meer bestuurlijke baan, hoeft hij zich als burgervader minder politiek te profileren. Ik had een Voléndammer kunnen zijn: ooit bedacht ik op maandag dat ik de politiek in wilde en op dinsdag wilde ik aan de slag: M'n vader leerde me dat ik soms moet wachten en geduld opbrengen. Hij kon goed relativeren. Hij liet eens in de raadsvergadering een CDA-man minutenlang klagen over van alles. Bleef-ie rustig en vroeg of de CDA-man klaar was. Zei hij: 'In de bijbel staat: geef de zorgen aan de Heer. Maar er stond niet bij: aan de Heer Smit'. Hij had altijd zijn natuurlijke manier van reageren."
„Of ik hier ooit als burgemeester terugkeer? Nee. Ik wil wel dicht bij de mensen blijven staan, daarom ambieer ik een kamerlidschap in de landelijke politiek niet echt. Ik ben ook niet zo'n partijtijger, ben het vaak niet eens met de PvdA. Maar het is de minst slechte. Maar ik blijf het liefst lokaal bestuurder. Zoals hier, dat je Deen niet eens doorkamt omdat mensen je even aanspreken. En dan blijf ik gewoon Martijn. Smit, die een tijdje heeft 'gewethouderd' en nu iets anders gaat doen."